`Na hun promotie zijn ze weg'

Meer studenten moeten promoveren, vindt minister Van der Hoeven. Jonge onderzoekers willen liever geld voor een baan in de wetenschap.

Het aantal gepromoveerden in Nederland moet omhoog. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OCW) wil daarom 16 miljoen euro uittrekken om het aantal promotieplekken aan universiteiten uit te breiden. Dat staat in de nota van minister Van der Hoeven (CDA) Onderzoekstalent op waarde geschat die vandaag in de ministerraad wordt besproken.

Volgens de nota moet het aantal wetenschappers fors groeien: alleen dan kan Nederland de gewenste kennissamenleving worden. Nu schrikken studenten terug voor een baan in de wetenschap vanwege de ontoereikende begeleiding op de universiteiten, volgens het ministerie. Ook is een doctorstitel geen pre op de arbeidsmarkt. Met extra geld wil Van der Hoeven ,,talentvolle afgestudeerden behouden voor de wetenschap''.

De onlangs binnen de KNAW (Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen) opgerichte organisatie voor jonge toponderzoekers, de Jonge Akademie, vindt dat de nota voorbijgaat aan het werkelijke probleem. Volgens de Jonge Akademie worden zijn er genoeg onderzoekers, maar is er juist gebrek aan onderzoeksplekken voor gepromoveerde wetenschappers, zogeheten postdoc-onderzoekplekken. Yigal Pinto van de Jonge Akademie vindt de aangekondigde investering ,,windowdressing''.

De minister investeert in promotieplekken, dat is toch goed nieuws?

,,Het ministerie kijkt vooral naar getallen. Volgens de nota promoveren elk jaar gemiddeld 1,1 personen per duizend Nederlanders tussen de 25 en 34 jaar. Daarmee staat ons land op de elfde plaats in vergelijking met vijftien EU-landen, de VS en Japan. Die aantallen zijn echter niet met elkaar te vergelijken: elk land heeft weer andere eisen en een ander systeem.''

Maar het levert in elk geval extra promovendi op.

,,Wat over het hoofd wordt gezien is het traject ná de promotie. Een handjevol van de gepromoveerde wetenschappers kan met een subsidie vervolgonderzoek doen aan de universiteit, het overgrote deel verdwijnt: naar het buitenland of naar het bedrijfsleven.

,,Ik zie het bij mijn eigen aio's [assistenten in opleiding, red.]: een promovendus uit Nepal is net cum laude gepromoveerd, en nu is ze al weggekocht door een laboratorium in de VS. Zo gaat het vaak: hier leren ze onderzoek doen en daarna fladderen ze uit. Dat kun je voorkomen door een financiële impuls te geven aan postdoc-opleidingen. Daar komen ook weer briljante buitenlandse promovendi op af. Zo creëer je een kritische massa, wat wetenschappelijk onderzoek ten goede komt.''

Dragen die extra promovendi niet bij aan onderzoek?

,,Waar de minister geen rekening mee heeft gehouden, is de begeleiding van die extra promovendi. Het gevolg van meer promotieplekken betekent ook dat er meer begeleid moeten worden. In plaats van het huidige aantal aio's moet ik er straks misschien twee keer zoveel begeleiden. Dat komt de kwaliteit ook niet ten goede.

,,Universiteiten krijgen geld per gepromoveerde, dus willen ze dat promotieonderzoek snel wordt afgerond. Vanwege die druk kiezen de onderzoekers voor projecten die zo min mogelijk risico's op mislukking met zich meebrengen. Hoe meer promovendi, hoe minder riskant onderzoek wordt gedaan.

,,In de VS is dat niet aan de orde: daar zitten soms tien wetenschappers op één onderzoek. Als er niks uitkomt, jammer. Als het wél lukt, dan heb je in één klap naam gemaakt. Zulk hemelbestormend onderzoek kan in Nederland nauwelijks plaatsvinden. Dat postdoc waardevol kan zijn, zie je wel aan het veelbelovende Nederlandse kankeronderzoek: dat zijn bijna allemaal postdoc-onderzoekers.''

De Jonge Akademie is ook betrokken geweest bij de totstandkoming van de nota, hoe kan het dat jullie teleurgesteld zijn?

,,We hebben een aantal van onze zorgen geuit, maar essentiële punten zijn niet verwerkt. Ik ben bang dat het beeld wat de ambtenaren in Den Haag veraf staat van de dagelijkse wetenschappelijke competitie. Weten ze eigenlijk wel wat wij doen? Voor de meeste mensen is wetenschappelijk onderzoek onbekend terrein. De plannen van de minister zijn ingegeven door een maatstaf van getallen. Daar help je de kenniseconomie en de wetenschap niet mee vooruit. Het kan op deze manier zelfs de kwaliteit ondermijnen.''

    • Olga van Ditzhuijzen