Klauteren tussen hemel en hel

Leegstaande kerken, wat ermee te doen? De St. Josefkerk in Amsterdam werd omgebouwd tot een klimcentrum.

Wie het Amsterdamse klimcentrum `Tussen hemel en aarde' binnenkomt, heeft allerminst het idee dat hij zich in een voormalig godshuis bevindt, de St. Josefkerk. De glas-in-loodramen zijn afgedekt, links en rechts zijn enorme kleurrijke wanden opgetrokken en er staat een bar. Voorin zijn nog twee wijwaterbakjes zichtbaar – verscholen achter de kleine fietsenstalling – en achterin, boven het betonnen altaar, herinnert een plafondschildering nog aan de oude functie van het gebouw: er is een feniks afgebeeld die zichzelf verbrandt, maar vernieuwd en verjongd weer zal opstijgen. Zo'n zonnevogel was in het oude Egypte al het symbool van de onsterfelijkheid.

De St. Jozefkerk in stadsdeel Bos en Lommer ging rond 1990 dicht. Het godshuis werd aangekocht door een bouwmaatschappij en vanaf 1996 is `Tussen hemel en aarde' in het pand gevestigd. Het klimcentrum beschikt over een grote diversiteit aan klimwanden. Of je nu voor de eerste keer klimt of al jaren, iedereen kan hier zijn hart ophalen, aldus de directie. Klimmen is een sport waarbij je geconcentreerd gebruik maakt van kracht, uithoudingsvermogen en motorische vaardigheden, zeggen enkele enthousiaste klanten.

Een dagkaart voor volwassenen kost 10,25 euro, studenten en jongeren betalen acht euro. Wie een beginnersset wil kopen, moet 180 euro neertellen voor een gordel, schoenen, een zekeringshaak en een pofzakje met magnesium.

Zo veel bezoekers als deze avond had het pand nimmer in de laatste jaren dat het als katholiek gebedshuis dienstdeed. In de begintijd woonden veel gelovigen de heilige missen bij in de van 1952 daterende St. Jozefkerk, die is ontworpen door de Delftse professor Holt. Het ontwerp kreeg destijds kritiek, onder meer van architect ir. A. Ingwersen in het weekblad Elsevier. Maar er waren ook mensen die juist veel bewondering hadden voor Holts creatie.

Zoals een zekere `A.J.O.' die liet blijken in zijn verhaal in het blad De Nieuwe Eeuw van 1 mei 1954. ,,Reeds vele malen hebben wij deze kerk bezocht, niet alleen als minnaar van schone bouwkunst, maar ook als gelovige. Telkens opnieuw en telkens méér zijn wij in verrukking geraakt door de meesterlijke toepassing van het beton, door haar helderheid, door haar voortreffelijke ruimtelijke werking, door de hoge vierkante vensters die de Hemel zélf in de kerk binnenvoeren.''

Dit is het vijfde deel van een reeks artikelen over kerkgebouwen die een nieuwe bestemming kregen.