Het hart is jazz

Op zijn zojuist verschenen album `Catching Tales' laat de 26-jarige jazzvirtuoos Jamie Cullum zijn variaties op jazzklassiekers achter zich. ,,Ik wilde geen nostalgische figuur worden.''

Crathes Castle ligt midden in de bossen langs de provinciale weg van Aberdeen naar het dorp Banchory. Terwijl de Stagecoach, de buslijn van de granieten stad, zijn weg vervolgt over de slingerwegen in het heuvelachtige gebied, wijst een pijl de weg. Links van het asfalt kijk je in het glooiende groene dal met paarse bloemen en schapen. Rechts voert het pad het bos is, waar na een kwartier lopen een klein sprookjesachtig kasteeltje uit de tweede helft van de zestiende eeuw opdoemt.

Het jaarlijkse muziekevenement Live on the Lawn wordt nu voor de vijfde keer gehouden op het terrein van Crathes Castle. Na eerdere optredens van artiesten als James Brown, Brian Ferry en Van Morrisson treedt dit keer de jonge Britse ster Jamie Cullum op. Op het grote grasveld achter de burcht worden deze zaterdagmiddag in augustus witte cateringtenten geplaatst. Tegen de bosrand wordt gewerkt aan een podium met een koepelvormig dak. Eigenlijk komt het openluchtconcert in de Schotse hooglanden, aan de vooravond van het verschijnen van zijn nieuwe cd, Cullum niet goed uit. Na maanden van uitrusten, luieren, feesten en liedjes schrijven zou zijn eerste concert pas weer in november zijn. Jamie Cullum – klein postuur, sprieterig zwart haar, een open guitige blik, T-shirtje en vale jeans – noemt het een `gunst jegens een overijverige Schotse promotor' die hem in een vroeg stadium had geboekt.

Op hun gemak zijn ze net komen aanwandelen. Cullum en zijn bandleden – de wat ongrijpbare jazzbassist Geoff Gascoyne, de sympathieke Nederlandse jazzdrummer Sebastiaan de Krom en het verlegen nieuwe bandlid trompettist/gitarist Sam Wedgewood – komen rechtstreeks van het vliegveld. De begroeting is warm. Jamie Cullum is niet alleen scherp in het onthouden van namen en gezichten, hij herinnert zich ook de details rondom vorige ontmoetingen. Eén van zijn eerste vragen is steevast dezelfde: ,,Waar luister je momenteel naar?'' Altijd gretig, altijd nieuwsgierig. En, tot op heden, nog geen greintje sterallures te bekennen.

Bij zijn volgende vraag kijkt hij heel serieus. Handen in de zakken. Zonnebril in zijn haren. Hij lijkt even wat weg te slikken. ,,En, hoe vind je hem? Is het wat?'' Hij doelt op Catching Tales, zijn nieuwe album dat gisteren uitkwam. Ongeduldig hoppend van het ene been op het andere, wacht hij het antwoord toch maar niet af. ,,Eerst even soundchecken.''

Ondeugend

Jamie Cullum is zesentwintig en verkocht twee miljoen exemplaren van zijn album Twenty Something. Met zijn frisse, soms lekker eigenwijze en ondeugende twist die hij aan platgespeelde jazzklassiekers gaf brak hij eind 2003 op grote schaal door. Er was vorig jaar geen etentje, feestje, koffiebar of warenhuis zonder Jamie Cullum op de achtergrond. Zijn album was typisch een cd die je kreeg en ook weer cadeau gaf aan anderen.

Of hij dit soort verkoopsuccessen kan herhalen weet de wereldster in wording niet. Of hij met zijn nieuwe cd zijn status in de muziekwereld bevestigd gaat zien, is ook nog de vraag. Misschien. Hij hoopt het.

Maar Cullum is niet het type dat zich snel gek laat maken. Niet door hijgerige platenbonzen. Niet door de media die zich en masse op hem hebben gestort met bijnamen als `Sinatra op sneakers'. Niet door zijn fans, variërend van gillende tienermeisjes die vallen voor zijn schattige uiterlijk en de leuke liedjes, tot twintigers en dertigers die gegrepen worden door zijn toegankelijke jazzstijl en charismatische performance waarbij hij met zijn gympies op de toetsen van de vleugel danst, ritmes slaat in de snarenbak en timmert op de onderkant van het instrument.

Maar er is veel gebeurd, knikt hij. En ondanks dat hij alles noteert in zijn zakcomputertje en notitieblok, tolt zijn hoofd van de bijzondere ontmoetingen en `leermomenten'. Hij somt op: ,,Spelen met Toots Thielemans, waarbij ik leerde over ruimte en emotie in de muziek. Jammen tijdens het North Sea Jazz Festival en me geen amateur voelen tussen de groten. Werken met Neptunes-producer Pharell Williams en me realiseren dat ik hém ook iets te bieden heb. Grote stadionconcerten doen met slechts een jazztrio. Daarna terug in een kleine jazzclub niet eens meer bloednerveus worden van het feit dat het publiek me recht op mijn vingers kijkt.''

En dat was nog maar in één jaar.

In zijn tienertijd in het kleine plaatsje Wiltshire ten westen van Londen groeide Jamie Cullum op met rockmuziek van Nirvana en Rage Against the Machine. Ook draaide hij hiphop, waarin hij samples van historische jazz ontdekte. Zijn oudere broer Ben had veel platen en leerde hem luisteren. Via Steely Dan naar Herbie Hancock en Miles Davis. Pianisten als Keith Jarrett en Bill Evans.

Hoewel hij zijn studie Engelse literatuur en het bijvak film best interessant vond, koos Cullum na het behalen van zijn diploma definitief voor de muziek. Hij speelde op feestjes, trad op in cafés en was entertainer op een cruise in de wateren van Noorwegen. Vier jaar geleden bracht hij in eigen beheer een plaatje uit om na zijn optredens aan fans te verkopen. In de daaropvolgende demo van zijn trio zag Candid Records wel wat en Cullum mocht een plaat maken: Pointless Nostalgic. Met de steun van de populaire Britse BBC-presentator Michael Parkinson verkocht deze als een trein.

De slag tussen grote platenmaatschappijen om de muzikale wonderboy werd uiteindelijk door Universal Music gewonnen. Het muziekbedrijf besteedde maar liefst twee miljoen euro aan hem – een ongekend bedrag in de jazzmuziek dat grotendeels ging naar een wereldwijde marketingcampagne. Het resultaat: een hitalbum buiten alle proporties, waarmee hij iedere jazzliefhebber in tweestrijd bracht. Want hoewel het jazzhart niet bepaald harder ging kloppen van zijn makkelijke mainstream pianospel, won het besef dat de charismatische Jamie Cullum wel eens the real thing kon zijn het van de twijfel. Hij heeft iets.

Knutselen

Al tijdens zijn wereldwijde promotietournee, die hem en zijn trio bracht in Amerika, Azië, Australië en vele plaatsen en festivals in Europa, heeft Cullum veel ideeën opgedaan voor een gloednieuwe cd, Catching Tales. Het bevat veertien nummers, waarvan hij de meeste zelf schreef of in samenwerking met bekende liedjesschrijvers als Guy Chambers, Ed Harcourt en zijn broer Ben Cullum. Om een andere kant van zichzelf te laten zien knutselde hij aan nieuwe sounds op de computer. Ook waren er sessies met bekende producers zoals Dan the Automator (o.a. Gorillaz) en Pharell Williams (Neptunes), al kwamen de nummers van laatstgenoemde niet op het eindproduct wegens een artistiek meningsverschil.

Koos hij op Twenty Something afwisselend voor de ene stijl of de andere, op dit album is het hem gelukt zijn beide liefdes, pop en jazz, te verenigen. Dat het album een meer poppy geluid heeft kan kloppen, zegt hij aan het einde van de middag na de soundcheck. ,,Maar het hart is jazz.''

Inmiddels heeft de tourbus de band vervoerd naar een prachtig landhuis met hotelkamers. Omdat Cullum pas om negen uur op het podium wordt verwacht, zijn er wat uurtjes te doden. Hij wil in bad, maar wil eerst veel praten. Over hoe je pop maakt met een jazzbasis bijvoorbeeld. En dat er eigenlijk meer jazz dan ooit te horen is op dit album, al zul je de jazz niet op een typische swingmanier tegenkomen en is het aantal standards beperkt.

,,Simpel gesteld had ik de nieuwe nummers niet kunnen schrijven zonder mijn jazzachtergrond'', zegt hij. ,,En je hoort het. Een nummer als Mindtricksheeft een duidelijk zeventies funky pop geluid, maar de overgangen erin zijn erg jazz. De bigbandsample van mijn single Get Your Way komt uit het nummer Get Out of My Life Woman uit '66 van de Thad Jones & Mel Lewis Bigband. Het akoestische gitaarnummer London Skies stoelt op mijn interesse in sambaritmes en Braziliaanse geluiden. Ga zo maar door. Daarbij werd alles live ingespeeld, ik wilde absoluut geen geknip en geplak in de studio. Iedereen in mijn band stopt zijn eigen jazzidioom in de muziek. Daar houd ik van, het geeft de muziek meer diepte.''

Jazz is de sleutel, aldus Cullum. ,,Jazz geeft me de vrijheid om de muziek net dat scherpere randje te geven. Ik heb zoveel geleerd op jazzgebied dat ik nu vol zelfvertrouwen kan soleren. Die kennis ondersteunt mijn andere dingen, zoals dat druk doen van me op het podium. Ik kan schreeuwen, springen en rennen, maar toch op tijd zijn voor het juiste akkoord.''

Schrijven voor nieuwe opnames na dergelijke successen valt niet mee. Hoe ging hij om met de spanning? ,,Toen ik vorig jaar op tournee was dacht ik bij mezelf, kwam het besef dat er iets nieuws moest komen. Ik had wel wat ideeën, maar eigenlijk zat er niks goed tussen. Ik voelde enige paniek ja. Ik bedoel, waar moet je beginnen? Begin dit jaar ben ik er echt voor gaan zitten. Het stond ook letterlijk in mijn schema ingepland: vanaf januari – liedjes schrijven. Het ging niet echt makkelijk, maar ik voelde de last van mijn schouders glijden. Ik had mijn piano, mijn huisstudio met computers, gitaren. Ik hoefde nergens te zijn, niet met mijn hoofd op televisie en geen kam door mijn haar. Aan het einde van de middag kwam mijn broer Ben langs, zette thee en luisterde kritisch naar alles wat ik had gemaakt. Het voelde heel organisch en ik heb me die drie maanden geen moment meer afgevraagd of dit album net zo goed gaat verkopen als de vorige.''

Het miezert zacht wanneer Cullum die avond bij Crathes Castle na een aantal songs op de piano zijn gitaar pakt. Het is een tamelijk nieuw element in zijn show, het resultaat van pingelend tijd doorbrengen op hotelkamers. Maar eigenlijk speelde hij eerder gitaar dan de piano. ,,Ik ben er gewoon weer eens goed voor gaan zitten. En ik heb het idee losgelaten dat zodra je te veel instrumenten bespeelt de mensen je een sukkel vinden.''

Hij zingt een akoestische versie van London Skies, één van zijn nieuwe nummers, dat zomaar een nummer kon zijn van Joe Jackson of Elton John. Het is een ode aan zijn woonplaats waar zware wolken zich zo vaak samenpakken en het lijkt hier op zijn plaats. Het verlichtte kasteel staat in de regen wat verdrietig te zijn. Ondanks dat het officieel nog zomer is, is het fris in Schotland, veertien graden. Dat weerhoudt tienermeisjes in Aberdeen er niet van om er nogal bloot bij te lopen. Ze roepen zijn naam, kijken hem smekend aan en zingen alles mee. Hopend dat hij juist hén uitkiest om mee te flirten.

Advocate

Nog steeds verbaast hij zich over de voorstellen die meisjes hem doen. ,,Soms zijn ze wel érg jong.'' Maar hij heeft geen interesse. Hij probeert nu echt iets te maken van zijn relatie met advocate Isabella. Ze is bij hem ingetrokken. ,,Ze is begripvol maar heeft weinig op met het sterrendom. Ze wil er eigenlijk niets mee te maken hebben'', verklaart hij hun knipperlichtrelatie.

Zesduizend mensen beleven deze avond de doop van een aantal nummers. Het blijft bij de nummers muisstil. Cullums stem, die een wat ruiger timbre heeft gekregen, zweeft over de hoofden op het veld. Hij kiest zijn selectie zorgvuldig, zich goed bewust van het feit dat hij niet alleen maar onbekend materiaal over zijn publiek moet uitstorten. Na een moderne versie van de standard I Only Have Eyes for You veert iedereen op. Op een bed van harde beats klinken de oude blazers van de Thad Jones & Mel Lewis Bigband, terwijl de sexy tekst wordt gezongen als een popsong. De nieuwe single Get Your Way is een combinatie van oud en nieuw. Representatief voor Jamie's nieuwe stijl. ,,Het bevat nog iets van waar ik vandaan kom en het laat zien in welke richting ik ga. Geen doorsnee single denk ik. Niet iets wat je direct van mij verwacht.''

Er waren geruchten dat Jamie voor een volgend album juist zou uitpakken met een grote bigband. Onzin. Cullum: ,,Ik heb lekker het tegenovergestelde gedaan en hoop dat het juist dáárdoor groots klinkt. Ik wilde niet terugvallen op clichés, een jazzalbum met blazers en violen. Dat was een te makkelijke follow-up geweest.'' Hij neemt nu ook bewust afstand van de hausse aan zangers die zich aandient met American Songbook-repertoire. ,,Mijn vorige album was oprecht. Als ik nu hetzelfde kunstje opnieuw had gedaan, was dat het niet geweest. Nu voelde het voor mij veel natuurlijker om op zoek te gaan naar iets nieuws, een natuurlijke vooruitgang. Ik denk dat ik in deze combinatie van stijlen veel interessanter kan klinken dan wanneer ik How High the Moon nog eens speel.''

Over standards gesproken, was het niet zijn producer die vond dat hij maar eens materiaal moest zingen dat bij zijn leeftijd past? ,,Ja'', lacht hij. ,,We wilden allebei af van het idee dat ik een soort nostalgische figuur zou worden, die zou willen dat-ie leefde in de jaren vijftig, met een maatpak en een hoed. Cullum en het retro-swingding. Nou was ik vroeger gek op de muziek uit die tijd. Liedjes van Antonio Carlos Jobim en Cole Porter kwamen recht bij me aan in een tijd dat ik alleen maar luisterde naar grunge, indierock en heavy metal.''

Hij zingt de delicate akkoordenverandering in Chelsea Bridge van Billy Strayhorn voor. ,,Wat is dít, dacht ik toen. Het was krachtiger dan wat ik daarvoor had gehoord. Maar ja, sommige teksten in jazzstandards zijn soms wel erg oubollig. En dat komt voor een twintiger als ik soms niet echt geloofwaardig over. Ik ben graag een beetje eigenwijs en onverantwoordelijk, dus dat wil ik ook in mijn muziek zijn.''

`Catching Tales' (Universal) Concerten: 14, 15 en 16/12, Heineken Music Hall, Amsterdam. www.jamiecullum.com