Groen licht overleg Servië en Brussel

De Europese Unie heeft gisteren het groene licht gegeven voor onderhandelingen met Servië over een stabilisatie- en associatieverdrag. Servië werd gisteren ook voor zijn samenwerking met het Joegoslavië-tribunaal geprezen door hoofdaanklager Carla Del Pointe. Kritiek op Servië kwam echter van het Europees parlement in Straatsburg.

De beslissing om onderhandelingen met de unie Servië en Montenegro te beginnen – de eerste stap op weg naar toetreding tot de Europese Unie – werd gisteren volgens diplomaten in Brussel unaniem genomen door de 25 ambassadeurs bij de EU. Verwacht wordt dat de ministers van Buitenlandse Zaken van de EU het op 3 oktober zullen bevestigen. Een week later reist de eurocommissaris voor uitbreiding, Olli Rehn, naar Belgrado voor een begin van de onderhandelingen.

Hoofdaanklager Carla Del Ponte maakte gisteren in Belgrado duidelijk ,,heel blij'' te zijn met de medewerking van de Servische regering met het Joegoslavië-tribunaal. ,,We kunnen eindelijk zeggen dat sprake is van wederzijdse medewerking tussen Den Haag en Belgrado'', aldus Del Ponte, die doorgaans uiterst kritisch is over de Servische regering. Ze schoof gisteren en passant ook de deadline voor de arrestatie van Ratko Mladić, de vroegere legerleider van de Bosnische Serviërs, een paar maanden op. Het tribunaal had eerder van Belgrado geëist dat Mladić uiterlijk op 11 juli zou zijn aangehouden, de tiende verjaardag van het drama-Srebrenica. Gisteren zei ze met de Servische premier Vojislav Koštunica te hebben gesproken over een nieuwe deadline: Mladić moet nu uiterlijk in december zijn gearresteerd, op de tiende verjaardag van het Dayton-akkoord dat een eind maakte aan de oorlog in Bosnië. Del Ponte zei ,,teleurgesteld, heel teleurgesteld'' te zijn dat er nog zes Servische verdachten van het VN-hof vrij rondlopen; ze zei dat die zes, inclusief Mladić, zich ,,zonder twijfel'' in Servië ophouden.

In Straatsburg heeft het Europese parlement de Servische regering veroordeeld wegens ,,herhaalde schendingen van mensenrechten'' in de noordelijke regio Vojvodina. De financiële hulp van de EU aan Servië zal worden beperkt als de rerchten van etnische minderheden niet worden beschermd, aldus het Europees parlement. De etnische minderheden staat in de Vojvodina regelmatig bloot aan aanvallen van Servische nationalisten. Vooral de Hongaarse minderheid klaagt over zulke aanvallen. De Servische overheid erkent die excessen, maar volgens het Europees parlement treedt ze er niet voldoende tegen op.

In zijn resolutie stelt het Europees parlement dat meer leden van etnische minderheden in dienst moeten worden genomen van de politie in het gebied. Servië wordt gewaarschuwd dat bescherming van minderheden en eerbiediging van de rechtsstaat voorwaarden zijn voor het lidmaatschap van de Europese Unie.