Fiksen van politieke steun heeft zich in DC verspreid

Republikein Tom DeLay wordt berecht voor het illegaal financieren van politieke campagnes. Hij is niet de enige in verband wordt gebracht met corruptie.

Het kreeg in de Verenigde Staten nauwelijks aandacht door de oplopende spanning rond de orkaan Rita. Maar vorige week werd bekend dat onlangs het hoofd van het inkoopbureau van het Witte Huis is aangehouden, David Safavian. Safavian, die enkele dagen voor zijn arrestatie bleek te zijn ontslagen, bezette in het Witte Huis een cruciale positie in de relatie met het bedrijfsleven. Hij bepaalde voor een deel welke ondernemers overheidsopdrachten mogen uitvoeren. Zo was hij tot zijn arrestatie nauw betrokken bij het ondershands verdelen van de miljarden dollars die het Witte Huis beschikbaar heeft voor herstelwerk na de orkaan Katrina.

Achteraf is gebleken dat Safavian al langer in de gaten werd gehouden. Hij is een nauwe relatie van Jack Abramoff. Deze voormalige toplobbyïst – een ex-medewerker van president Ronald Reagan en ooit voorzitter van de jonge Republikeinen – is vanaf dit voorjaar in een vrije val terechtgekomen. Hij blijkt betrokken bij een reeks affaires waarbij politici zijn beïnvloed met geld van bedrijven, soms bijgestaan door de maffia. Deze zomer is hij aangehouden. Het pikantste detail van de zaak: Abramoff omschrijft de leider van de Republikeinen in het Huis van Afgevaardigden, Tom DeLay, als ,,een zeer intieme vriend''.

Dezelfde Tom DeLay, die deze week aftrad als leider in het Huis, wordt in Texas vervolgd wegens het illegaal incasseren van geld van het bedrijfsleven voor politieke campagnes. In Texas is het verboden geld van bedrijven aan te wenden voor campagnes. In Washington niet. Door het geld van de bedrijven uit te laten betalen aan een Washingtons fonds, geleid door DeLay, en het daarna onder Texaanse Republikeinen te verdelen, ontdook DeLay de Texaanse wetgeving, aldus de aanklager. DeLay, die ontkent, zegt dat zijn vervolging politiek is gemotiveerd; de aanklager is een Democraat.

Maar net als Abramoff wordt DeLay al heel lang genoemd in diverse zaken op de rand van het toelaatbare. De Texaan, bijnaam De Hamer, stond erom bekend een meester te zijn in het fiksen van politieke meerderheden. Ook bouwde hij in de loop der jaren een reputatie op bij het vergaren van campagnegeld. Alleen al vorig jaar werd hij driemaal door de ethische commissie van het Huis op de vingers getikt. Eenmaal wekte hij de indruk dat hij zijn stemgedrag zou aanpassen door een donatie. Een andere keer zegde hij toe de politieke campagne van een zoon van een Congreslid te zullen steunen als de betreffende afgevaardigde zijn stem in een gevoelige kwestie toezegde.

Deze voor-wat-hoort-wat mentaliteit heeft zich de laatste jaren in Washington ruim verspreid en DeLay was daarin een centrale figuur. Het bekendste voorbeeld is het zogenoemde K Street-project. In K Street, vlakbij het Witte Huis, zijn de grote lobbykantoren van het bedrijfsleven gevestigd. Bij voorkeur nemen deze lobbyisten geen politieke positie in. Als de wisseling van de wacht daar is, wil een lobbyist niet onmiddellijk buiten de boot vallen.

In het K Street-project hebben de Republikeinen onder leiding van DeLay een einde gemaakt aan deze dubbelhartigheid. Wie als lobbyïst succes wilde hebben moest ongeclausuleerd partij kiezen voor de Republikeinen, zo hebben de Washington Monthly en The New York Review of Books recentelijk beschreven. Het project begon na 1994, toen de Republikeinen voor het eerst in lange tijd een meerderheid in het Huis verwierven. En sinds ze na 2001 een meerderheid in zowel het Huis als de Senaat bezitten, is het project tot volle wasdom gekomen: Democratisch gezinde lobbyïsten zijn de laatste jaren onder druk van DeLay en de zijnen op grote schaal vervangen voor Republikeinen. Onder de Republikeinse influx van nieuwe lobbyïsten bevinden zich intussen maar liefst twaalf ex-medewerkers van Tom DeLay – in Washington is er een woord voor: de DeLay-school. Het gevolg: geld van het bedrijfsleven gaat tegenwoordig nagenoeg integraal naar de Republikeinen.

Jack Abramoff, de in verval geraakte vriend van DeLay, was jaren een grote speler op K Street. Hij haalde in 2004 in zijn eentje 100.000 dollar op voor de herverkiezingscampagne van president Bush. En hij wist voor vele ondernemers de weg te vinden in Washington, zeker nadat Michael Scanlon als partner in zijn lobbyfirma toetrad; Scanlon werkte eerder als woordvoerder van DeLay.

De profijtelijkste klanten van Abramoff en Scanlon waren sinds 2001 indianenstammen. Deze verdienen hun geld tegenwoordig vaak met casino's. De federale overheid geeft steun aan het starten van de casino's via belastingvrijstellingen. De winst van de casino's is daarom de eerste jaren vaak uitzonderlijk hoog, en er is de indianen alles aan gelegen de betaling van belasting zo lang mogelijk uit te stellen.

Daarvoor namen zij vanaf 2001 Jack Abramoff in de hand. In de twee jaar daarna trok hij de indianenstammen, zes in totaal, een ongelofelijke poot uit: de stammen betaalden in totaal 66 miljoen dollar voor Abramoffs lobbywerk, aldus onderzoek van een senaatscommissie. Er zijn aanwijzingen dat het geld voor een deel is terechtgekomen bij Republikeinse politici; dat wordt nog onderzocht.

In een andere affaire heeft justitie inmiddels de indruk gekregen dat Abramoff met de maffia in aanraking is gekomen. Hij probeerde zelf een casino te kopen met een zakenpartner van laag allooi. Hij gebruikte contacten in het Huis van Afgevaardigden om de aankoop snel te kunnen doen. Toen dat was gelukt bleek de zakenpartner van Abramoff – hij was kort tevoren geïntroduceerd bij DeLay – betalingen te doen aan een maffiafamilie. Korte tijd later werd de ex-eigenaar van het casino op maffia-achtige wijze geliquideerd.

Zo heeft Jack Abramoff een spoor van vernieling achtergelaten. De jongste aanhouding van Witte Huis-medewerker Safavian illustreert eens te meer dat hij in bijna alle onderdelen van de overheid, ook het Witte Huis, relaties had om gevoelige informatie te verkrijgen ten behoeve van zijn klanten in het bedrijfleven. Want daar blijkt het ook in deze zaak weer om te gaan: Safavian, die Abramoff kende uit de tijd dat ze samen op K Street werkten, gaf hem voorinformatie over een voorgenomen verkoop van grond.

Eerder heeft Abramoff zijn schouders opgehaald over de opwinding over zijn optreden. Hij kwam vaak bij DeLay over de vloer omdat ze nu eenmaal goed bevriend waren; meer niet. En zijn manier van werken was ,,de gewoonste zaak van de wereld in Washington'', zei hij.

    • Tom-Jan Meeus