Appels en peren, en nu ook met bananen

Voor het eerst in jaren lijkt een non-fictieboek een grote kans te maken op de Gouden Griffel. Maar twee andere kinderboeken smeken om grote woorden.

Bij het kinderboekenbal van komende dinsdag zal showgoochelaar Hans Klok met een truc een envelop te voorschijn halen uit een koffer, die onlangs met enig ceremonieel in bewaring is gegeven bij de Amsterdamse politie. In de envelop zit de titel van het kinderboek dat wordt bekroond met de Gouden Griffel 2005. Hoe spectaculair het ritueel ook zal zijn, veel interessanter is dat bij de verkiezing van het beste kinderboek van het jaar voor het eerst is gewerkt met een shortlist.

De prijs voor het beste kinderboek heeft een gedaanteverwisseling ondergaan. De boekenlobby-stichting CPNB reikt al ruim een halve eeuw lang een prijs uit voor het beste kinderboek van het jaar, waarbij zowel schrijvers als illustratoren worden bekroond. Begin jaren zeventig kregen die prijzen de gedaante van Gouden en Zilveren Griffels (schrijvers) en Penselen (illustratoren). In de Kinderboekenweek daalden alle Griffels en Penselen tegelijkertijd op schrijvers en tekenaars neer, als manna uit de hemel.

Sinds dit jaar gaat dat anders, omdat de CPNB voor elke prijs meer media-aandacht wil. De Penselen worden in het voorjaar uitgereikt, en vervolgens langdurig geëerd met een tentoonstelling in het Centraal Museum in Utrecht. De winnaars van de Zilveren Griffels worden in de zomer bekendgemaakt. Met uitzondering van vertaalde boeken dingen deze Zilveren boeken automatisch mee naar de Gouden Griffel.

Zo zijn er nu vijf boeken genomineerd voor de prijs voor het beste kinderboek. Wat meteen opvalt is de verscheidenheid. Bij alle boekenprijzen worden appels met peren vergeleken, maar bij de Griffel-verkiezing komen er bananen bij. Er is één non-fictieboek en van de fictiewerken zijn er twee bestemd voor lezers van zes jaar en ouder, twee voor lezers van negen jaar en ouder.

Dat veroorzaakt grote verschillen. Neem een fragment uit Cheffie is de baas van Kaat Vrancken (6+): `Chef begint, Boogie valt in en Puf volgt. Het gekef ketst van de vloertegels naar de muren en terug. De hele keuken galmt.' Leg dat eens naast een fragment uit Het boek van alle dingen van Guus Kuijer (9+): `Een dag die de wereld zou schokken. De trams krijsten sindsdien als ze de bocht omgingen. De mannen liepen nors door de straten en hielden niet van elkaar.'

Dat een kinderboekjury zulke ongelijksoortige teksten moet wegen is al lang bekend, maar door de boeken nog eens langdurig naast elkaar te leggen wordt dit dilemma beter zichtbaar. Daarnaast zijn de nominaties een graadmeter voor de kwaliteit van het Nederlandse kinderboek. Die is hoog: de gekozen boeken zijn goed geschreven en durven ook ingewikkelde thema's aan te pakken; slechts in één geval wordt in welgekozen bewoordingen niet zo veel interessants beweerd.

Cheffie is de baas (besproken in Boeken, 05.03.04) is een amusant boekje over drie eigenwijze teckels, die aan `roddelbomen' de laatste nieuwtjes kunnen ruiken. Voor roedelleider Cheffie geurt zijn bazin naar `open gras en verse wind' en hij is dan ook jaloers op de goedgetrainde Herder. De acties van Cheffie tegen deze nieuwkomer (`Slijmbal') zijn grappig, maar worden erg wrang als blijkt dat Herder de geleidehond van zijn blinde bazin is.

Het doet wat meer pijn om De twaalfde man van Hilde Vandermeeren (ook 6+) te lezen. Voetballertje Marco lijdt zwaar onder het fanatisme van zijn vader. Pijnlijk is hoe vader `Ga linksvoor' brult, terwijl de kleine Marco het verschil tussen links en rechts nog niet weet. Vandermeeren tekent Marco's onmacht treffend in weinig woorden. Als zijn vader maar blijft praten, denkt Marco: `Er zijn te veel woorden in de auto'. Als papa hem schouderkloppend oppept, staat er: `Zijn hand weegt loodzwaar.'

De boeken van Vrancken en vooral Vandermeeren zijn knap, maar worden toch volledig overschaduwd door Het boek van alle dingen van Guus Kuijer (besproken in Boeken, 20.02.04) en De Noordenwindheks van Daan Remmert de Vries (besproken in Boeken, 26.11.04). Deze voortreffelijke boeken zijn zo origineel en veelomvattend dat ze grote woorden uitlokken, dus vooruit maar. In Het boek van alle dingen slaagt een jongen zijn eigen leven te veroveren op zijn tirannieke vader. Van de twee doodzieke hoofdpersonen in De Noordenwindheks verzoent de een zich met het leven en de ander met de dood.

Het boek van alle dingen is een dagboek, waarin Thomas verslag doet van zijn pogingen om `gelukkig' te worden. Ergens in de jaren vijftig geselt de godsdienstwaanzinnige vader zijn gezin met de bijbel in de hand. De zachtaardige Thomas ontworstelt zich aan die terreur met hulp van een buurvrouw die hem kennis laat maken met de muziek van Beethoven en de versjes van Annie M.G. Schmidt.

Een van de mooie dingen van Het boek van alle dingen is het gebruik van de bijbel, ook een boek van alle dingen tenslotte. Soms is de taal bijbels, vooral als de vader boos is: `Alles wat op aarde leefde hield zijn adem in.' Het boek der boeken zelf is een instrument van onderdrukking, maar geeft tegelijkertijd vorm aan de opstand. Vader leest voor over de plagen van Egypte om in te wrijven hoe het ongelovigen vergaat. Thomas bestookt zijn vader met plagen; met ranja kleurt hij het aquarium rood, zoals de zee bij Egypte rood kleurde.

Het is alsof Kuijer wil benadrukken dat in kringen van religieuze fanatici uiteindelijk de gelovigen zelf in staat zijn te komen tot verlichting en verdraagzaamheid. Dat is misschien Hineininterpretierung, ingegeven door het wat vaak wat opgewonden debat over de multiculturele samenleving. In dat debat mengde Kuijer zich al na de moord op Van Gogh met een pleidooi om moslims de tijd te geven zich te liberaliseren.

De Noordenwindheks van Daan Remmerts de Vries geeft nauwelijks stof voor maatschappelijke overpeinzingen, behalve dan het besef dat in een samenleving zonder honger of oorlog de ziekenhuizen de laatste slagvelden zijn. In een ziekenhuis vechten de jongen Mori en het meisje Rifka elk met de Noordenwindheks, wier adem alles doet sterven. Ze liggen op één kamer, gescheiden door een gordijn. Het boek bestaat ook uit hun twee verhalen, die elk afzonderlijk kunnen worden gelezen – van elke kaft tot de tekening van het gordijn in het hart.

Juist het gordijn brengt hen bij elkaar, want doordat het er hangt is er `niks dat ons verhindert om elkaar dingen te vertellen'. De fantasierijke Rifka doet dat makkelijk, met verhalen over de Noordenwindheks en haar uitstapjes als zwevende geest. De onhandige Mori wat moeizamer, over zijn droom een huis te bouwen met een rivier erin.

De precisie van Remmert de Vries grenst aan het ongelooflijke. De verhalen van Rifka en Mori raken steeds meer vervlochten; zoals over de oom van Rifka die wordt betrapt op proletarisch winkelen. De verbaal begaafde Rifka spreekt in de ikvorm, Mori krijgt hulp van een verteller in de derde persoon. Als Rifka zweeft of de dood in de ogen kijkt worden haar beschrijvingen bezwerend met een vaak herhaald `ik zag' – als in Bob Dylans `A Hard Rain's Gonna Fall'.

Remmerts de Vries won eerder een Gouden Griffel met Godje, een Catcher in the Rye-achtig verhaal over hoe een jongen zoekt naar oprechtheid en ervan droomt de koning van de kinderen te zijn. De Noordenwindheks is een knappere prestatie, omdat Remmert de Vries met het thema van kinderen en dood de lat hoger heeft gelegd. Het boek van alle dingen is waarschijnlijk het beste dat Kuijer ooit schreef en dat zegt wel wat bij de drievoudig winnaar van de Gouden Griffel. De vraag is dus: moet Kuijer winnen of Remmerts de Vries? Details laten de balans net doorslaan naar de laatste. Waar in Het boek van alle dingen de denkbeeldige gesprekjes met Jezus en een al te blij einde uit de toon vallen, is De Noordenwindheks puntgaaf.

De jury van de Gouden Griffel zou niettemin wel eens de voorkeur kunnen geven aan Waarom een buitenboordmotor eenzaam is van Joke van Leeuwen. Het boek over de Nederlandse taal is favoriet in het fluistercircuit, vooral omdat het wel weer eens `tijd' zou zijn voor een ander soort boek dan de jeugdroman; de bekroning van het versjesboek Als je goed om je heen kijkt zie je dat alles gekleurd is van Tine van Buul en Bianca Stigter dateert al weer van 1991. Waarom een buitenboordmotor... is ook een staaltje van de taalvirtuositeit waar kinderboekjury's zo gek op zijn, sinds zij een jaar of twintig terug kinderboeken nadrukkelijk zijn gaan beoordelen als literatuur.

Waarom een buitenboordmotor eenzaam is is ook een allercharmantst en vaak inventief boek over de herkomst en verschijnselen van de Nederlandse taal. Van de letters die een buikspreker moet vermijden – alle lipklanken, anders zie je de mond bewegen – tot de tussen-n van pannenkoek: `Dat klinkt net of er meer deeg in zit'. Van het eerste geschreven Nederlands – `hebban olla vogala nestas' – tot het Zwitserse leenwoord `heimwee' dat Van Leeuwen van een prachtig neologisme voorziet: `terugwilpijn'. Vaak is de uitleg van Van Leeuwen over de taal op zichzelf al een verrijking van de taal: `Schelden wordt schold/ maar melden niet mold'. Je ziet het juryrapport al voor je met superlatieven over `het spel met de taal'.

Toch zou een Gouden Griffel wat veel eer zijn. Van Leeuwen is in haar weetjesboek soms onnauwkeurig. Een aap kan volgens haar niet zeggen: ik heb jeuk, krab me eens op mijn rug. `Zeggen' niet nee, maar zo'n opmerking doet apentaal weinig recht. Van Leeuwen meldt keurig dat het Nederlands wortelt in het West-Germaans en geeft de herkomst van enkele woorden. Ze vertelt niets over de grote volksverhuizingen die zoveel talen uit Centraal-Azië naar Europa brachten of over de dunne draden tussen het Nederlands en bijvoorbeeld het Sanskriet. Evenmin heeft ze veel te melden over de invloed van de twintigste-eeuwse immigranten op het Nederlands. En had Van Leeuwen meer werk gemaakt van de voortgaande evolutie van taal door invloeden van buitenaf, dan had ze een mooi `multicultureel' verhaal kunnen vertellen.

Nu is het boek van Van Leeuwen een krachtige buitenboordmotor, die een nogal lege boot voortstuwt. Dat is heel vermakelijk, maar het zou jammer zijn als Het boek van alle dingen en de Noordenwindheks overvaren zouden worden bij de Griffel-verkiezing.

    • Karel Berkhout