Ambtenaren tarten Peking

Achter de strijd tegen de onveiligheid van de Chinese kolenmijnen gaat een machtsstrijd schuil tussen het gezag in Peking en lokale ambtenaren.

In China hebben bijna 500 regionale overheidsfunctionarissen gehoor gegeven aan de dringende oproep van de regering in Peking om hun aandelen in kolenmijnen op te geven. Dat heeft het staatspersbureau Nieuw China deze week gemeld. Peking wil dat ambtenaren hun belang opgeven om zo effectiever te kunnen optreden tegen eigenaren die onveilige situaties in hun mijnen laten voortbestaan.

De Chinese kolenmijnen gelden als de onveiligste in de wereld, maar pogingen om onveilige mijnen te sluiten zijn tot dusver weinig succesvol. Een belangrijke oorzaak is het economische belang dat veel regionale functionarissen hebben bij het openhouden van de mijnen. Ze hebben hun aandelen veelal cadeau gekregen van de eigenaren in ruil voor het door de vingers zien van de vaak levensgevaarlijke situaties in de mijnen. Zo ,,verworden de mijnen tot zwarte gaten die de levens van mijnwerkers verslinden'', aldus Nieuw China.

Het bericht van het persbureau volgt op eerdere officiële verklaringen waarin de overheid juist toegaf dat de campagne om de plaatselijke ambtenaren te dwingen om hun aandelen op te geven, op een fiasco is uitgelopen. De aandelen, die alleen maar meer waard zijn geworden door de stijgende energieprijzen, zijn voor veel ambtenaren een veel belangerijker bron van inkomsten dan hun officiële salaris. In de staatsmedia werd dan ook een man geciteerd die liever zijn ambtelijke functie vaarwel zei dan dat hij zijn aandelen opgaf.

Het conflict raakt aan de cruciale vraag wie het in China, met 1,3 miljard inwoners op een oppervlakte van bijna 250 keer Nederland, uiteindelijk voor het zeggen heeft: de regerings- en partijleiders in Peking die wetten en regels opleggen voor het hele land, of de plaatselijke leiders die de regio's die zij besturen steeds meer als hun persoonlijk bezit gaan beschouwen. Hoe sterk het plaatselijke verzet tegen onwelkom gedrag van de centrale overheid inmiddels is, blijkt uit de draconische maatregelen die de Chinese overheid nodig acht om de mijnsector van de corrupte belangenverstrengeling tussen mijneigenaren en ambtenaren te zuiveren. In de provincie Guangdong (Kanton), waar in augustus 123 mijnwerkers omkwamen toen de Daxing-kolenmijn onder water kwam te staan, besloot de overheid alle 141 mijnen niet alleen te sluiten, maar om ze meteen ook maar op te blazen. Zo wil de overheid voorkomen dat de mijnen later toch weer open gaan, iets wat bij veel mijnsluitingen in het verleden is gebeurd. Het plan leidde tot demonstraties van meer dan 150 mijneigenaren die compensatie eisten voor de vernietiging van hun mijnen.

De groeiende spanningen tussen het centrale en het plaatselijke gezag zijn terug te voeren op conflicten over de financiering van het plaatselijke ambtenarenapparaat. Peking vindt dat het merendeel van de lokale ambtenaren overtollig is en bezuinigt daarom fors op de salarissen. Peking probeert zich van de nutteloze ambtenaren te ontdoen door nauwelijks belastinggeld te laten terugvloeien naar ambtenaren op het lokale niveau, en door de belastingen en heffingen voor boeren af te schaffen.

De gewenste uitdunning van het aantal ambtenaren is daarmee echter in de praktijk niet tot stand gebracht. De ambtenaren weigeren eenvoudigweg om op te stappen, en hun netwerk in de regio is vaak sterk genoeg om te voorkomen dat ze ook werkelijk uit hun functie worden ontheven. Om aan de kost te kunnen komen, nemen ze hun toevlucht tot allerlei illegale praktijken. Het accepteren van aandelen in mijnen is er een van. Ook verjagen ze boeren van hun land om de grond te verpachten. Sommige ambtenaren gaan eenvoudigweg op de doorgaande weg door hun gebied staan en leggen passerende automobilisten tol op. Ook laten ze vrouwen betalen die meer dan het officieel toegestane aantal kinderen willen krijgen en persen ze het plaatselijke zakenleven af.

Zo heeft de niet langer gewenste klasse van ambtenaren zich steeds meer ontwikkeld tot een lokale mafia, die zich niets meer aantrekt van Peking. Hun gedrag lokt steeds meer protesten op van de bevolking, reden voor grote bezorgdheid in Peking. Want opstanden bedreigen immers de stabiliteit van de Chinese staat.

    • Garrie van Pinxteren