Als een misdaadfamilie

Waar Amerikaanse hiphop wordt gedomineerd door verhalen over het straatleven, is de Nederlandse rap opvallend braaf. THC brengt daar verandering in. ,,We willen geen slaaf van het systeem zijn.''

`Dat is mijn broer, man.'' Glimmend van trots staat de 25-jarige D'Tuniz van rapgroep THC (Tuindorp Hustler Click) aan de zijkant van het podium van de Melkweg in Amsterdam, terwijl zijn jongere broer met wat vrienden het publiek opwarmt voor de cd-presentatie van THC, vorige week zondag. ,,Hij heeft echt zijn eigen stijl, hij heeft mij nog nooit iets gevraagd'', vervolgt D'Tuniz, terwijl zijn broer tegen het publiek zegt dat `Nederland beter verdient dan Balkenende'. Na afloop van het voorprogramma vallen de broers elkaar backstage innig in de armen.

Zo gaat het de hele avond. Rappers slaan elkaar op de schouders en vertellen hoe trots ze op de ander zijn. De jongens van THC zijn van jongs af aan samen opgegroeid in Amsterdam-Noord in, zoals THC-voorman Rocks het noemt, ,,verre van ideale gezinssituaties''. De rapgroep THC is gemodelleerd naar de structuur van een misdaadfamilie, met een baas (Rocks), een onderbaas (rapper RBDjan) en een strikte hiërarchie. En lange tijd verdienden ze ook hun geld in het criminele circuit.

Maar vanavond is de avond waarop ze – daar zijn ze stuk voor stuk van overtuigd – hun leven definitief een positieve wending geven. Na maandenlang uitstel is het eindelijk zo ver: met het verschijnen van de debuut-cd van THC, een dubbelalbum met de veelzeggende titel Artikel 140: de ene kant en de andere kant, is de eerste release op hun eigen platenlabel THC Recordz een feit.

Een paar maanden eerder zit THC-leider Rocks (23) in een apart, als een kantoor ingericht kamertje in jongerencentrum Satirius – de vaste ontmoetingsplek waar hij met zijn jongens samenkomt om te rappen en te ontspannen – berichten te checken op urban jongerensite PP2G.com. Andere jongens hangen rond in een grote ruimte met onder meer een tafelvoetbalspel, een biljart, een bar en een dj-hok of in de speciaal ingerichte blowruimte (met een waarschuwingsbordje: `18+'). Achter het hokje van de dj is iemand aan het zagen en timmeren in een opnamestudio in aanbouw.

In de blowruimte, een kaal kamertje met een blauwgrijze vloer, staat de 21-jarige rapper RBDjan, met een rode muts op en een ketting om zijn nek waaraan een dik zilveren kruis bungelt, te `freestylen' over instrumentale versies van populaire hiphopnummers. Hij verwijst in zijn ter plekke verzonnen raps onder meer naar een optreden in Utrecht waar hij iemand uit het publiek zou hebben neergestoken en is bewust vaag in zijn formuleringen. De teksten die RBDjan over de donkere beats rapt, komen erop neer dat hij een man van de straat is die niet terugdeinst voor een wapen meer of minder. Met verwijzingen in zijn tekst naar André Hazes en Jeroen van Inkel zijn het ook typisch Nederlandse rapteksten. ,,Het is rinkeldekinkel als Jeroen van Inkel als ik de winkel binnenkom.''

Wetboek

In de loop van de avond verzamelen alle jongens zich rond een grote houten vergadertafel. Het lijkt op een vergadering van een misdaadfamilie in een film, ware het niet dat iedereen druk aan het schrijven is in notitieblokjes en op losse papiertjes. De jongens werken aan een nieuw nummer voor het debuutalbum Artikel 140 van THC. Dat album was af, maar had volgens leider Rocks meer nummers nodig `die echt op de titel slaan'. Artikel 140 is het artikel in het Wetboek van Strafrecht dat lidmaatschap van een criminele organisatie strafbaar stelt.

De rappers aan de grote tafel schrijven aan een nummer dat `Procesverbaal' moet gaan heten (en uiteindelijk niet op het album verschijnt). Ze rappen de teksten zachtjes voor zich uit of voor hun buurman. Op het midden van de tafel staat, tussen zakjes skunk en grote vloeitjes, prominent een lijvig woordenboek Nederlands.

,,Hij is breed geworden, hij ging er net zo mager in als ik. Hij traint echt veel, je kan zo drie vingers onder zijn borst houden.'' Een paar dagen voor het optreden in de Melkweg, vertelt RBDjan over zijn drie jaar oudere broer die een lange gevangenisstraf uitzit en hem met rap in aanraking heeft gebracht. ,,Mijn broer heeft altijd teksten geschreven over zijn leven, en daar zat zoveel wijsheid in. Hij heeft me behoed voor slechte dingen, door me met die teksten uit te leggen waarvoor ik moest uitkijken. Hij is nog maar 24.'' Hij tikt met zijn wijsvinger tegen zijn slaap. ,,Maar hierboven is hij veertig.''

Voor RBDjan en de andere jongens van THC was de Amerikaanse gangsta rap altijd de muziekstroming die ze het meeste aansprak, omdat ze in de verhalen over het ruige straatleven in de Amerikaanse achterbuurten hun eigen situatie herkenden. De invloed van Amerikaanse gangsta rap is op hun debuutalbum in alles terug te horen: in de zware, funky beats, het rauwe taalgebruik en de onderwerpen van de raps: van teksten over seks en wilde feesten tot nummers over het belang van onderlinge loyaliteit en de positie van allochtonen in Nederland.

Terwijl Rocks in de hal van het jongerencentrum uitlegt hoe de show zondagavond moet gaan verlopen, vertelt D'Tuniz dat hij niet goed begrijpt waarom het zo lang geduurd heeft voordat het straatleven – in Amerika al sinds eind jaren tachtig het dominante onderwerp in hiphop – ook aan bod kwam in Nederlandstalige raps. ,,We willen niet alleen naar Amerikanen luisteren. We maken nu zelf de muziek die we willen horen.''

Volgens Rocks komen veel journalisten alleen maar op bezoek bij THC ,,omdat ze sensatie willen, zoals na die steekpartij in Utrecht.'' Ook D'Tuniz vindt dat zijn rapgroep door haar onderwerpen een onterecht negatief imago heeft. ,,We rappen wel over negatieve dingen, maar laten tegelijk zien dat muziek een manier is om je leven te veranderen. Als ik mijn broertje en zijn vrienden zie, die denken niet eens meer aan tori's op straat (criminele activiteiten), die gaan alleen nog maar voor de muziek.''

Angola

Ook THC's dj Chainsaw (36) ziet het als iets positiefs dat er nu ook Nederlandstalige gangsta rap is, omdat er volgens hem ook hier veel jongeren zijn die het moeilijk hebben: ,,Ik ben in Angola geweest, daar wonen kids zonder benen op een vuilnisbelt. Hier hoef je niet zo te strugglen, maar voor jongens met een droom is het moeilijk de stap naar echte rijkdom te maken. Je bent snel een slaaf van het systeem die geen meter opschiet. De jongens van THC zijn de helden van die kids.''

De middag voordat het album wordt gepresenteerd, zit Rocks in zijn slaapkamer naar het filmpje te kijken waarmee de presentatie zal beginnen. Donkere beelden, een pistool op een bureau. De moeder van Rocks heeft een klein wit hondje dat aan één stuk door blaft, wat het opnemen van het geluid voor het filmpje hindert. Uiteindelijk houdt Rocks in de huiskamer de hond rustig, terwijl RBDjan in de slaapkamer zijn deel van hun korte dialoog opneemt. Rocks: ,,Ben je klaar?'' RBDjan: ,,Ik ben klaar geboren, gab.''

Wanneer het er goed opstaat, ploft Rocks met een diepe zucht in zijn bureaustoel: ,,Ik heb een kater jongen, hoofdpijn, alles een klassieker.'' Hij heeft de hele nacht whisky gedronken en joints gerookt, is met zijn vrienden van het ene feest naar het andere gegaan. Vanmiddag werd hij wakker gebeld door een filmploeg van AT5. ,,Ik deed in mijn boxershort open. Mijn timing is echt rot, want vandaag is een belangrijke dag. Waarom denk je bij drank nooit aan hoe je de volgende dag bent?''

De krappe slaapkamer van Rocks oogt als een tempel voor gangsta rap. Veel posters van Tupac en Snoop Dogg, een filmaffiche van de gangfilm Menace II Society, een `Wanted: Dead Or Alive'-poster met een foto van zichzelf en een boekenkast met boeken over pistolen en gangs, met daar bovenop een rijtje rechtop gezette kogelpatronen.

Rocks ziet duidelijke parallellen tussen zijn groep en de bendes in gangsta rap-bakermat Los Angeles. ,,Alle jongens van THC hebben shit meegemaakt. We hebben voor onszelf een familie gecreëerd en willen binnen het systeem ons eigen systeem bouwen. Als je je eigen plek hebt en je gewaardeerd voelt, dan werk je twee keer zo hard en met vuur in je hart.''

Rocks – die samen met RBDjan de meeste raps op het debuut van THC voor zijn rekening neemt en uitvoerend producent is van het project – heeft er bewust voor gekozen zijn rapgroep niet bij een bestaande platenmaatschappij onder te brengen. ,,In deze business wil iedereen mee-eten van elke euro die je maakt. Maar wij geloven dat we als familie van de muziek kunnen leven. We willen aan jongeren die op televisie zien hoe ze als stereotypes worden neergezet, laten zien dat ze moeten opstaan en zelf wat moeten opbouwen. Je ziet nu ook met het afschaffen van het ziekenfonds, dat de samenleving schijnzekerheid biedt. Wij zorgen zelf wel voor onze mensen.''

Vlak voor het concert in de Melkweg ligt Rocks, die nog steeds last heeft van zijn kater, uitgeteld op een bank in de kleedkamer met een blikje Red Bull in zijn hand en zijn ogen dicht. Om hem heen drinken zijn vrienden luidkeels grappend Jack Daniels uit bruine plastic bekertjes.

Rocks is net op tijd fit voor het optreden. Hij doet een zwarte bandana om zijn hoofd en roept: ,,Ready for war!'' De jongens van THC vouwen hun handen op elkaar en schreeuwen: ,,Téééé! Háááá! Céééé!'' Wanneer blijkt dat één van de jongens tijdens de yell nog op de gang stond, wordt iedereen nog een keer bijeengeroepen om het ritueel te herhalen. Want hoe grof de teksten soms ook zijn, en hoe grimmig de uitstraling, voor THC is de liefde die de jongens onderling voor elkaar voelen uiteindelijk het belangrijkste statement.

Het debuutalbum `Artikel 140, de ene kant en de andere kant' (THC/WBH 006) ligt nu in de winkel.

    • Saul van Stapele