Vingergebreide trui en strokenrok

Landen kunnen in de mode zijn. Rusland, China en India hebben de laatste tijd veel westerse ontwerpers geïnspireerd terwijl Lapland en de Zulu's weer even uit beeld zijn. De expositie Global Fashion/Local Tradion in het Utrechtse Centraal Museum laat zien dat er ook een andere kant zit aan deze `globalisering' van de mode: Braziliaanse vrouwen uit een sloppenwijk die plotseling hun handwerk leveren aan een duur Frans modehuis. Canadese indianen die hun vingergebreide beverbonttruien wereldwijd verkopen via internet.

Nog niet zo lang geleden werden traditie en erfgoed in de mode bestempeld als etnisch en apart, maar oninteressant. Maar de snel verveelde modewereld, altijd op zoek naar nieuwe concepten en ideeën, heeft nu zijn zinnen gezet op exclusiviteit. Een manier om die kleinschalige, authentieke merkjes te ontdekken is internet, maar het kan ook via de Fashion Weeks – evenementen die sinds eind jaren negentig op steeds meer plaatsen werden opgezet om jong talent uit eigen land een kans te geven.

Global Fashion/Local Tradition opent met flitsende beelden van elf landen die jaarlijkse modeweken organiseren. Die promotiefilmpjes staan bol van clichés – klompen, molens, Rembrandt en hun lokale varianten. Eén boodschap overheerst: de absolute noodzaak van een sterke identiteit, de sleutel tot een succesvolle modecarrière.

Dankzij dat eigen gezicht veroverden begin jaren zeventig Japanners als Kenzo Takada en Kansaï Yamamoto Parijs met hun op Japanse folklore gebaseerde collecties. Maar hun ontwerpen ontbreken in Utrecht. Als je Global Fashion moet geloven stelde Parijs zich pas begin jaren tachtig open voor niet-westerse ontwerpers als Issey Miyake en Comme des Garçons. Met hun collecties vol Japanse betekenissen – wikkelen en vouwen, gebruik van versleten stoffen – zouden zij het pad voor talloze niet-Parijse talenten hebben geëffend. Oké. Maar is Parijs niet altijd al een multicultureel platvorm geweest? Kijk maar hoe de Spaanse couturier Balenciaga al in de jaren vijftig een plaats in Parijs had veroverd. Zijn Spaanse achtergrond overheerste in zijn ontwerpen.

Met ontwerpers en labels die hun eigen culturele achtergrond verwerken in collecties kun je moeiteloos een museum vullen. In één zaal hangen outfits van tien internationale min of meer bekende ontwerpers die het de afgelopen twintig jaar lukte om in Parijs door te breken, onder wie de Duitse Bernhard Willhelm en de Britse Vivienne Westwood. In de vrouwelijke gedrapeerde jurkjes van de Griekse Sophia Kokosalaki zijn haar roots duidelijk aanwezig. Opmerkelijk qua materiaalgebruik is een kanten jurkje van de Braziliaan Alexandre Herchcovitch, dat bij nadere inspectie gemaakt blijkt van vloeibaar rubber van de Braziliaanse rubberboom.

Tegenpool qua carrièreplanning en ontwerpniveau vormt de zaal met lokale merken als het Braziliaanse Coopa Roca en het Canadese Dene Fur Clouds. Het zijn merken die in eerste instantie hun cultuur als een soort Max Havelaars verwerken in hun ontwerpen. Sommige van deze ideële merken, zoals dat van de indianen van Dene Fur Clouds en de Russische Razu Mikhina, hebben nu geluk. Hun folkloristische bontbreisels en strokenrokken zijn in de mode. Maar om aansluiting te houden met de modewereld is het slim om net als Coopa Roca, een vrouwencoöperatief uit de sloppenwijken van Rio de Janeiro, samen te werken met ontwerpers. Zonder aantrekkelijke vertalingen van het lokale erfgoed is de mode-emancipatie tot mislukken gedoemd. De stijve gewaden van het Zuid-Afrikaanse Sun Godd'ess doen het goed op een expositie, maar een winkel buiten Zuid-Afrika zal het niet snel wagen de onmodieuze outfits in te kopen.

Mode kan tegenwoordig uit alle continenten komen, maar Parijs blijft het middelpunt van de aarde. Dat bewijst de in Gibraltar geboren en naar Frankrijk verhuisde Brit John Galliano die van cultuurclash zijn handelsmerk maakte. Zijn zigeunerachtige outfits bevatten meer culturele referenties dan een nummer van National Geographic. Hallucinerend is Galliano's ronddraaiende, kolossale, gebloemde hoepelrok van bonte Afrikaanse sjaals, gekocht in de lokale Afrikaanse wijk Barbès in Parijs.

Tentoonstelling: Global Fashion/Local Tradition. T/m 15 jan in het Centraal Museum, Nicolaaskerkhof 10, Utrecht. Di t/m zo 11-17u. Catalogus €29,95 of www.centraalmuseum.nl

    • Georgette Koning