`Ontwikkelingshulp tast onafhankelijkheid aan'

Tanzania wil niks liever dan op eigen benen staan. Dat kan alleen als het land verlost is van de buitenlandse schulden en het wereldhandelsstelsel wordt hervormd, zegt de Tanzaniaanse president Mkapa.

Eigenlijk moet hij niks hebben van ontwikkelingshulp. ,,Te grote afhankelijkheid van buitenlandse hulp is een groot gevaar'', zegt de Tanzaniaanse president Benjamin Mkapa. ,,De waardigheid van de onafhankelijkheid wordt erdoor verminderd. Voor je bestaan ben je afhankelijk van giften.'' Hulp ondermijnt ook de kwaliteit van het regeringsbeleid, zegt Mkapa, omdat je steeds rekening moet houden met uiteenlopende, steeds wisselende wensen van donorlanden. Twee dagen is de president in Nederland voor een conferentie van ontwikkelingsorganisatie SNV.

Spreekt hier de de man die eerder dit jaar als lid van de door de Britse premier Blair ingestelde Commission on Africa een verdubbeling van de ontwikkelingshulp aan Afrika bepleitte tot jaarlijks vijftig miljard dollar? Is dit de leider van een regering die volgens eigen zeggen voor 42 procent van haar begroting afhankelijk is van buitenlandse steun?

De 66-jarige Mkapa zegt dat de regering tien jaar geleden bij zijn aantreden als president nog voor 49 procent van de overheidsuitgaven was aangewezen op buitenlandse steun. Sindsdien heeft ze de eigen inkomsten uit belasting weten te vervijfvoudigen. De lopende kosten van de overheid kan de regering tegenwoordig uit eigen zak betalen. Maar ja, erkent de president, voor de ontwikkeling van het land leunt Tanzania nog altijd zwaar op steun. Streven blijft, zegt Mkapa, om op eigen benen te staan.

Dat streven kan worden vergemakkelijk door schuldenverlichting voor Tanzania, zegt de president. Hij is dolgelukkig met het besluit in juni van de G8, de meest geïndustrialiseerde landen plus Rusland, om 33 miljard dollar schuld kwijt te schelden aan 18 arme landen, waaronder Tanzania. Dat akkoord is afgelopen weekeinde in Washington zodanig aangepast, dat het niet ten koste gaat van ontwikkelingshulp en van de reserves van de Wereldbank. Kwijtschelding van schulden levert Tanzania op jaarbasis 90 miljoen dollar op, die niet meer hoeven te worden besteed aan afbetaling, maar kunnen worden gespendeerd aan onderwijs en gezondheidszorg.

Mkapa wijst op de effecten van een eerdere halvering van de Tanzaniaanse schulden vier jaar geleden. Sindsdien zijn de overheidsuitgaven in de sociale sector van 4,6 tot 8,3 procent gestegen. De overheid kon zich permitteren het schoolgeld voor de basisschool af te schaffen, waardoor het onderwijs binnen het bereik van drie miljoen extra kinderen kwam. ,,Volgend jaar kan ieder kind naar de basisschool'', zegt Mkapa met voldoening. ,,Ouders die hun kinderen thuis houden, worden gestraft.''

Het op eigen benen staan van Tanzania komt ook dichterbij, zegt Mkapa, als de handelsronde in Hongkong eind dit jaar tot afbreken van de tariefmuren en afschaffen van de landbouwsusbidies in de rijke landen leidt. Arme landen krijgen dan meer toegang tot de internationale markt krijgen. ,,Hoe moet ik een Tanzaniaan die een paar melkkoeien heeft, maar de melk niet kan verkopen op een markt die wordt overstroomd door gesubsidieerde, geïmporteerde melk, in hemelsnaam ooit overtuigen dat een open markt beter is dan een gereguleerde'', schreef de president onlangs. Als lid van de World Commission on the Social Dimension of Globalisation hekelde hij de groeiende kloof tussen arme en rijke landen.

Mkapa stapt na de verkiezingen van eind volgend maand op. In de tien jaar dat hij aan het bewind is, heeft hij de economie geliberaliseerd, staatsbedrijven geprivatiseerd en de inflatie onder controle gebracht. De betrekkingen met donorlanden en financiële instituten die bij zijn aantreden op een dieptepunt waren beland, heeft hij tot nieuwe hoogte opgestuwd. Buitenlandse investeringen stegen vorig jaar tot 260 miljoen dollar. De economie groeide de afgelopen vijf jaar gemiddeld met 5,8 procent.

Maar op de ontwikkelingsranglijst van VN-organisatie UNDP is Tanzania sinds 1995 gedaald tot plaats 164 van de 177 landen. Het grootste deel van de bevolking heeft van de economische vooruitgang niks gemerkt. Dat is logisch, zegt Mkapa, want de groei werd vooral in de mijnsector en het toerisme gerealiseerd. Niet in de landbouw, waar tachtig procent van de Tanzanianen van afhankelijk is. Zijn opvolger heeft hij al aangeraden om landbouw tot zijn absolute prioriteit te maken. De president zegt dat de bevolking er de laatste tien jaar wel degelijk op is vooruitgegaan, misschien niet financieel, maar wel in welzijn, omdat het staatsapparaat voor het eerst in staat is om te zorgen voor goede gezondheidszorg en onderwijs.

Op het terrein van corruptiebestrijding had hij ,,meer willen doen'', zegt Mkapa. Tien jaar geleden wierp hij zich als grote anti-corruptieridder op en zijn eerste daden waren veelbelovend. Maar tot veroordeling van ,,grote vissen'', zoals de president ze noemt, is het nooit gekomen. ,,Er is meer capaciteit nodig voor onderzoek en vervolging. Ook zou de rechterlijke macht van de ernst van het verschijnsel moeten worden overtuigd.''

Een overgeërfd probleem dat hij ook niet heeft kunnen oplossen, is de moeizame relatie tussen het Tanzaniaanse vasteland en Zanzibar die sinds 1964 een eenheid vormen. Na de laatste verkiezingen vielen er op Zanzibar doden bij protesten omdat de regeringspartij van Mkapa de oppositie van haar zege had beroofd. In de aanloop naar de verkiezingen van 30 oktober is de situatie op Zanzibar opnieuw explosief, al hebben de partijen wel afspraken over een gedragscode gemaakt. Mkapa hoopt dat lokale partijleiders ,,hun aanhang in bedwang zullen houden'' en ,,de concurrentiestrijd weten te matigen''.

De president weet wat er op het spel staat. ,,Ontwikkelingshulp en buitenlandse investeringen komen in gevaar als de verkiezingen controversieel en niet geloofwaardig zijn.'' Dat zou het Tanzaniaanse streven om ooit nog op eigen benen te staan maar vertragen.

    • Dick Wittenberg