Nederland concurreert niet

Nederland is één plaats gestegen naar de elfde plaats op de ranglijst voor concurrerentiekracht die het World Economic Forum jaarlijks publiceert. Dat is volgens hoogleraren Henk Volberda en Frans van den Bosch van de RSM Erasmus University geen reden voor optimisme. ,,Een stijging of daling van één plaats is niet significant. Het betekent dat Nederland stilstaat'', zegt Volberda.

Volberda en Van den Bosch hebben het Nederlandse deel van het onderzoek voor de lijst op basis van economische stabiliteit, technologische ontwikkeling en kwaliteit van overheidsinstanties uitgevoerd. Ze stellen vast dat Nederland er ondanks alle aandacht voor innovatie niet in slaagt terug te keren in de top tien, waar wel andere kleine Europese landen als Finland, Zweden, Denemarken, Noorweg en Zwitserland te vinden zijn.

Nederlandse bedrijven slagen er niet in kennis te `absorberen', hoewel er voldoende aanwezig is. ,,We scoren bijvoorbeeld goed als het gaat om octrooien'', zegt Van den Bosch. Maar bedrijven zijn er niet op ingericht om die kennis ook om te zetten in nieuwe producten en diensten. ,,Nederland is zelfs nog verder gezakt op de ranglijst voor kennisabsorptie, naar een 36ste plaats.''

Een rol speelt dat bedrijven in Nederland niet klant-gericht zijn, zo blijkt uit het onderzoek. ,,Dat is in Scandinavische landen veel beter'', zegt Volberda. ,,Concurrentie-kracht bereik je in een land als Nederland niet door voortdurend op de kosten te letten, of de nadruk te leggen op technologische inventie. Maar door bedrijven zó te organiseren, dat de kennis echt wordt toegepast. Dat kwartje is nog niet gevallen'' zegt Van den Bosch. Terwijl een land als India (50ste plaats) het op dát gebied veel beter doet. ,,Dat brengt mij ertoe te zeggen: Nederland, let op je zaak.''

De oplossing moet volgens de onderzoekers vooral worden gezocht in een minder rigide organisatie van bedrijven: plattere structuren en meer kennisoverdracht tussen de verschillende onderdelen. ,,En een passie voor innovatie'', zegt Volberda. Onlangs heeft ook het innovatieplatform meer nadruk gelegd op zogenoemde `sociale innovatie' als middel tot een meer concurrerende economie.

Andere concurrentiefactoren waar dit kabinet op hamert zijn volgens de hoogleraren minder relevant voor concurrentiekracht op de lange termijn. Neem bijvoorbeeld de flexibiliteit van de loonkosten en het ontslagrecht. Op plaats nummer 111 respectievelijk 103 van de ranglijsten voor deze factoren behoort Nederland tot de hekkesluiters. Maar toch is dat volgens Van den Bosch niet doorslaggevend voor de concurrentiekracht. ,,Nederland doet het goed op macro-economische factoren als de kwaliteit van de overheid en de overheidsfinanciën. Maar dat is niet doorslaggevend.'' Bij het terugdringen van bureaucratie scoort Nederland net als Scandinavische landen slecht: zestigste.