Jacoba van Heemskerck

Kunst was voor Jacoba van Heemskerck (1876-1923) in de eerste plaats de uitdrukking van een innerlijke belevingswereld. Haar schilderkunst ontwikkelde zich via luminisme (een vorm van pointillisme) en kubisme tot een eigenzinnig expressionisme. Het Haags Gemeentemuseum wijdt nav de verschijning van een monografie over Van Heemskerck, een overzichtexpositie aan haar werk. In 1901 vertrok Van Heemskerck na een opleiding aan de kunstacademie in haar woonplaats Den Haag, in haar eentje naar Parijs om in het beroemde atelier van Eugène Carrière te werken - een in die tijd voor een vrouw zeer ongebruikelijke beslissing. Vanaf 1906 bracht Van Heemskerck alle zomers door in de Zeeuwse badplaats Domburg, samen met Marie Tak, die zij enkele jaren daarvoor ontmoet had. Het duo ontving vele kunstenaarsvrienden die naar Domburg kwamen om er te schilderen, zoals Jan Toorop en Piet Mondriaan. Van 1913 tot 1923 had Van Heemskerck jaarlijks een solotentoonstelling in Der Sturm, wat haar tot de meest geëxposeerde kunstenaar van deze beroemde Berlijnse galerie van expressionistische kunst maakte. Van Heemskerck hechtte groot belang aan de fysieke werking van het materiaal. Zij experimenteerde met verschillende soorten linnen en werkte met plantaardige kleurstoffen (geïnspireerd door haar leermeester Rudolf Steiner) en tempera. Ook zocht ze naar sterke contrasten: van lijnen tegenover vlakken, verticalen tegenover horizontalen. De kleurwerking moest maximaal zijn, waarbij het vooral ging om een intense lichtwerking. Het resulteerde in krachtige schilderijen en tekeningen. Het verbaast niet dat de schilderkunstige zoektocht van Van Heemskerck uitmondde bij de glas-in-loodschilderkunst.

Jacoba van Heemskerck, schilderijen en tekeningen t/m 21 nov Haags Gemeentemuseum, Stadhouderslaan 41, Den Haag. Di-zo 11-17u.