IRA's lege arsenaal

Twee IRA-terroristen staan met een megafoon op een overvol kerkhof. De ene roept de doden toe: ,,Uh, sorry!...''

De Franse cartoonist Jean Plantureux, die als Plantu vrijwel dagelijks in Le Monde te bewonderen is, bracht gisteren de ontwapening van de Irish Republican Army (IRA) treffend in beeld. Van een officieel excuus van de IRA voor de vele slachtoffers van aanslagen is geen sprake, maar de wrange spotprent spreekt boekdelen. Plantu tekent veelzeggend een aarzelend zonnetje achter de wolken die over het kerkhof wegtrekken. Er is eindelijk hoop op vrede in Noord-Ierland na de constatering dat de verboden IRA zijn wapens heeft ingeleverd.

Voor die formele vaststelling tekenden afgelopen maandag de Canadese oud-generaal John de Chastelain en twee onafhankelijke Noord-Ierse geestelijken, een dominee en een priester. De Chastelain is al tien jaar betrokken bij het Noord-Ierse vredesoverleg. Hij en zijn secondanten moesten toezicht houden op de ontwapening. De IRA-leiding had eind juli officieel verordonneerd ,,de gewapende campagne te staken''. Met de ontwapening komt een eind aan meer dan 35 jaar gewelddadige strijd. Het religieus-politieke conflict beheerste generaties lang de krantenkoppen en tv-journaals, maar greep bovenal diep in in het leven van de Noord-Ieren, Ieren en Britten die erbij betrokken waren. Als de IRA zijn wapens voorgoed laat zwijgen, kan 26 september 2005 een historische dag worden genoemd.

Natuurlijk is er reden om sceptisch te zijn. Hoe weten de toezichthouders zo zeker dat de IRA, die niet in zijn eerste leugen is gestikt, al zijn wapentuig heeft ingeleverd? De Chastelain was zo eerlijk te erkennen dat een honderdprocentsgarantie onmogelijk is. Wel gaf hij aan dat de ingeleverde hoeveelheid semtex, lichte en zware handwapens, granaten, raketonderdelen en de berg munitie overeenkomt met Britse en Ierse schattingen. Het mag een triomf heten dat ruim zeven jaar na het Goede Vrijdag-akkoord van 10 april 1998 dit arsenaal eindelijk is overgedragen. Belangrijk onderdeel van dat akkoord was ontwapening, een afspraak die de IRA weigerde na te komen. Tot deze zomer.

Met het inleveren van de wapens is het hoofdobstakel weggenomen voor voortzetting van het `politieke proces', de dialoog over een gedeeld protestants-katholiek bestuur van Noord-Ierland. De politieke tak van het Ierse Republikeinse Leger, Sinn Féin, kan zich opmaken voor een bestuurlijke rol. Daartoe moeten nog wel een paar hobbels worden genomen. De belangrijkste daarvan is dat de IRA zal moeten aantonen dat de criminele nevenactiviteiten worden gestaakt, zoals bankovervallen, afpersing en drugshandel. Begin 2006 wordt het resultaat door een internationale commissie van toezicht beoordeeld. Afhankelijk daarvan kan Sinn Féin betrekkelijk snel bij de Noord-Ierse politiek worden betrokken.

Na de IRA-concessies is dan nu het woord aan de protestanten, met name aan ijzervreter-voor-het-leven dominee Ian Paisley. Zonder hun inbreng is van een volwaardige dialoog uiteraard geen sprake. Het protestantse kamp lijkt echter met zijn onverzoenlijkheid achter de ontwikkelingen aan te lopen. Nogmaals, er is reden tot voorzichtigheid, maar het cynisme en negativisme van Paisley is achterhaald. Noord-Ierland moet vooruit, en dat kan intussen beter zonder hem.