In Oost-Europa jojoot de kiezer door politiek

Kiezers in Centraal-Europa zijn niet erg trouw aan politieke partijen. ,,Het is een permanente revolutie en revoluties plegen hun kinderen op te eten.''

De Slowaakse regering komt net uit een crisis, de Tsjechische hangt er een boven het hoofd en de lange tijd verlamde Poolse regering is zondag door de kiezer weggestemd. Stabiliteit en continuïteit in het politieke leven van Centraal-Europa zijn, zestien jaar na de val van het communisme, nog vaak ver te zoeken. Sinds 1989 wist alleen de Slowaakse premier Mikuláš Dzurinda zijn mandaat te verlengen, in 2002. Regeringen in Centraal-Europa worden niet herkozen, maar weggestuurd.

De Poolse regeringspartij SLD (sociaal-democraten en oud-communisten) kreeg zondag 11 procent van de stemmen en moest toezien hoe rechts een klinkende overwinning behaalde. Vier jaar geleden waren de rollen omgekeerd: toen moesten rechtse partijen toezien hoe de SLD 41 procent van het electoraat achter zich kreeg. Weer vier jaar eerder won rechts.

,,Door het ontbreken van een sterke partijcultuur zijn kiezers doorgaans niet bepaald trouw'', zegt de Poolse socioloog Pawel Spiewak over deze politieke jojo. ,,In Polen hebben alleen de oud-communisten een trouwe aanhang, waarmee ze elke verkiezing hoe dan ook overleven.'' De Slowaakse politieke analist Grigorij Mesežnikov: ,,De meeste partijen zijn pas na het communisme ontstaan. Ze zijn jong en lossen interne conflicten niet goed op, dus ontstaan er muiterijen.'' Edvard Outrata, onafhankelijk senator in Tsjechië: ,,Het partijlandschap in Centraal-Europa is voortdurend in beweging. Het is een soort onophoudelijke revolutie en revoluties plegen hun kinderen op te eten.''

Een andere regel: in deze regio hebben regeringen geen ruime, maar een nipte meerderheid, die zo kan omslaan in een minderheid. Daaraan ontsnapt ook Dzurinda niet. De Slowaakse premier regeert nu al twee jaar met een minderheid en leunt zwaar op `onafhankelijken', losgeslagen parlementariërs die als huursoldaten hun diensten aanbieden. Dzurinda kwam begin deze maand stemmen te kort om het parlementaire seizoen voor geopend te kunnen verklaren. De linkse oppositie rook bloed en blokkeerde de opening tientallen keren. ,,De oppositie heeft de parlementaire gang van zaken misbruikt'', zegt Mesežnikov. ,,Het was de eerste echte keer dat zij zo haar kracht kon laten zien.''

Vorige week verzamelde Dzurinda alsnog genoeg steun. Volgens Mesežnikov betekent de aanvaring niet dat de parlementaire systeem in Slowakije in een crisis zit. ,,Ons parlement is doorgaans heel functioneel en efficiënt'', zegt hij. ,,Elk jaar worden ongeveer 150 nieuwe wetten aangenomen of geamendeerd, ongeveer 80 procent van alle wetten die langskomen. Geen slechte score.''

In Polen raakten de sociaaldemocraten hun meerderheid kwijt in 2003, na een ruzie met een coalitiegenoot over de invoering van een autovignet. De SLD was vanaf dat moment een makkelijk doelwit. Beschuldigingen van corruptie – stevig aangezet door de oppositie – stapelden zich op. In 2004 leidde een interne muiterij tot het aftreden van de premier. De nieuwe premier, Marek Belka, vond een onwillige oppositie tegenover zich en kon maar met grote moeite een deel van de begrotingsplannen door het parlement loodsen. Zondag volgde een grote nederlaag.

De electorale aardverschuivingen in Polen moeten niet al te dramatisch worden opgevat, zegt socioloog Spiewak, die zelf kandidaat was voor het liberale Burgerplatform, dat op de tweede plaats eindigde. De SLD is een linkse partij, legt hij uit, maar voerde vaak een liberaal beleid. En de rechtse PiS, die zondag won, ging onlangs met linkse ideeën aan de haal, om linkse kiezers te lokken. Spiewak: ,,Het zijn vaak niet kiezers, maar partijen die radicaal van gedachtegoed kunnen veranderen.''

De Tsjechische premier Jiˇri Paroubek – de derde premier sinds de verkiezingen van 2002 – heeft een meerderheid van één zetel in het tweehonderd man tellende parlement. Een meerderheid waarvoor hij voortdurend moet knokken. Binnen zijn coalitie zijn nu spanningen ontstaan omdat Paroubek naar steun zou vissen van de communisten, die zich nooit hebben hervormd en in Tsjechië gelden als politieke onaanraakbaren.

Tsjechië is volgens senator Outrata een buitenbeentje in Centraal-Europa. ,,Ons probleem is juist dat de politiek niet genoeg wordt opgeschud.'' Begin jaren negentig had Tsjechië een rechtse regering, die werd opgevolgd door een socialistische, maar de socialisten sloten vrede met de oppositie in ruil voor politieke en economische invloed. ,,De Polen zijn in dat opzicht beter af'', zegt Outrata. ,,Het politieke spel bij hen is beter zichtbaar.''

Overigens, zegt Outrata, vertoont de huidige impasse in Duitsland, waar socialisten en christendemocraten elkaar de leiding van het land betwisten, trekjes die doen denken aan wat geregeld in zijn eigen land gebeurt. Na de Duitse eenwording kreeg het land veel kiezers met een vergelijkbare achtergrond binnen zijn grenzen – iets waarover de Beierse minister-president Edmund Stoiber zich in de verkiezingscampagne nog even druk maakte. ,,We hebben het altijd al gezegd: Duitsland ligt in Midden-Europa.''