Ed Spanjaard is elegant vakman

Vakmanschap, eruditie en elegantie zijn de pijlers waarop de Nederlandse dirigent Ed Spanjaard zijn muzikale aanpak baseert. Gisteravond maakte Spanjaard na eerdere succesvolle invaloptredens zijn officiële debuut in de B-serie van het Koninklijk Concertgebouworkest, waarvoor hij zelf een Frans programma samenstelde met werken van Ravel, Franck en Roussel. Hoewel de muzikale turbulentie van de Derde symfonie van de oud-marineofficier Roussel door zijn marsachtige ritmiek uitnodigt tot dictatoriaal leiderschap, stelde Spanjaard zich flexibel en bescheiden op als de man `achter de schermen'; de aanvoerder die weet dat zijn troepen mans genoeg zijn om alle hindernissen die ze op hun weg door de partituur tegenkomen probleemloos te nemen.

Het resultaat overtuigde door zijn markante sfeertekening en bijna baldadige frisheid. Spanjaard weet wat hij doet, en het orkest reageert daarop met een beminnelijke souplesse. Zo klonken de Valses nobles et sentimentales van Ravel indrukwekkend door de muzikale intelligentie waarmee Spanjaard ze helder, maar in robuuste aardetinten, uiteenzette.

Markante en broeierige passages werden afgewisseld met mysterieuze droombeelden, zodat het motto dat Ravel boven dit werk zette `de verrukkelijke en altijd nieuwe vreugde van een nutteloze bezigheid' – inhoud kreeg.

Stijlbewustzijn en gevoel voor spanningsopbouw spraken uit de gloedvolle vertolking van Francks Psyché et Eros, en in Ravels Pianoconcert in G introduceerden Spanjaard en het orkest de solist Louis Lortie met swingende allure. Omdat muzikale subtiliteit helaas niet het handelsmerk van deze Frans-Canadese virtuoos is, klonk de sfeervolle en genuanceerde orkestpartij daarna eigenlijk overtuigender dan de solopartij. Lortie kan goed pianospelen, maar hij neigde ertoe Ravels muziek te torpederen met overdadige accenten, gemaniëreerde fraseringen en een soms wat gelikt aandoende lyriek.

Concert: Kon.Concertgebouworkest o.l.v. E. Spanjaard. Gehoord: 28/9 Concertgebouw Amsterdam. Herh. 29,30/9, aldaar.

    • Wenneke Savenije