Bètablokker heeft soms weinig nut

Twee algemeen voorkomende genvarianten verminderen de werking van bètablokkers. Dragers van deze varianten sterven vaker in de eerste drie jaar na een hartaanval, zo blijkt uit Amerikaans onderzoek.

De betrokken genvarianten hebben direct invloed op de werking van bètablokkers. Deze bloeddrukverlagende medicijnen worden zeer veel voorgeschreven bij hartklachten.

Eén op de zes mensen in het onderzoek hoorde bij de groep met de grootste sterftekans. De gunstigste gencombinatie kwam ook relatief weinig voor: bij dertien procent van de patiënten. De overige deelnemers zaten daar tussenin. Omdat de genvarianten zo algemeen voorkomen, is het onwaarschijnlijk dat ze voor gezonde personen schadelijk zijn.

De Amerikaanse onderzoekers, die hun werk gisteren publiceerden in de Journal of the American Medical Association, vragen naar aanleiding van hun resultaten om verder onderzoek. Ze vermoeden dat bèta-blokkers voor sommige hartpatiënten weinig nut hebben en zelfs schadelijk kunnen zijn. Uiteindelijk willen ze dat medicijnen beter op individuele hartpatiënten worden afgestemd.

Aan de studie deden ruim zevenhonderd patiënten mee in twee ziekenhuizen. Ze waren daar opgenomen met een hartinfarct, of met pijn op de borst die snel erger werd. Dat is vaak een voorbode van een hartaanval. De meeste patiënten kregen bètablokkers als behandeling, eventueel aangevuld met andere medicijnen.

Na drie jaar bleek dat de hartpatiënten die de ongunstigste genvarianten hadden, twee keer zo vaak aan hun ziekte stierven als anderen. Het effect was alleen merkbaar bij patiënten die bètablokkers voorgeschreven kregen. Bij hartpatiënten zonder bètablokkers was er geen verschil.

Hoe de genvarianten leiden tot grotere sterfte, weten de onderzoekers niet. Wel is bekend dat het gaat om varianten van de β2-adrenerge receptor, een eiwitmolecuul dat direct onder invloed staat van bètablokkers. De receptor komt onder andere voor in de wanden van de luchtwegen en bepaalde bloedvaten. Bij tientallen procenten van de bevolking is in de receptor op twee plaatsen een ander aminozuur ingebouwd, het basismateriaal van eiwitten. Daardoor verandert de eiwitstructuur, en dus de werking.

Twee jaar geleden werden al de eerste aanwijzingen bekend dat bètablokkers bij deze genvarianten minder gunstig zijn, maar een verband met sterfte was nog niet aangetoond. Vorige maand verscheen een studie die liet zien dat de genvarianten ook een licht ongunstig effect hebben voor kinderen met astma.