Baby's voor een vergrijzend continent

Europa heeft een vergrijzingsprobleem – het aantal geboortes moet omhoog. EU-landen hanteren diverse maatregelen. ,,Ouders moeten zich niet rijk rekenen.''

Europa krijgt almaar meer gepensioneerden en minder baby's. ,,Het gebrek aan kinderen is het grootste Europese probleem'', stelde de gerenommeerde Duitse econoom Hans-Werner Sinn vorig jaar tijdens een economencongres in Nederland. Dus piekeren politici in Parijs en Berlijn, in Madrid en Den Haag hoe ze vrouwen kunnen verleiden tot het krijgen van kinderen.

Zo deed VVD-leider Jozias van Aartsen vorige week een verrassend voorstel. Scholen moeten voortaan zorgen voor de kinderopvang tussen half acht 's morgens en half zeven 's avonds. De regering in Parijs heeft iets anders bedacht. Ouders die aan een derde kind beginnen, kunnen rekenen op 750 euro per maand. Ook de Franse fiscus is royaal voor grote gezinnen.

Leidt opvang op school ertoe dat meer babies geboren zullen worden? En sporen financiële premies ouders aan tot grotere gezinnen?

,,Ouders moeten zich zeker niet rijk rekenen'', zegt demograaf Rob van der Erf van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (Nidi) in Den Haag. De Franse financiële injectie wordt slechts voor een jaar gegeven aan de moeder of de vader in het kader van een ouderschapsverlof. De vraag is volgens Van der Erf: heeft Frankrijk een dergelijke maatregel om meer kinderen te krijgen nodig? ,,Nee'', meent de demograaf. Het is eerder een politieke maatregel om het aantal Fransen hoog te houden. Juist in Frankrijk is de problematiek van vergrijzing het minst actueel. Frankrijk kent, na Ierland, de hoogste vruchtbaarheid in Europa.

Dit blijkt ook uit onderzoek dat de econoom Sinn van het Instituut voor Economisch Onderzoek aan de Universiteit van München (Ifo) heeft verricht (`Europe's Demographic Deficit'). Sinn maakt zich zorgen over het gebrek aan kinderen, omdat bij een teruglopend geboortecijfer de toekomstige oudedagsvoorzieningen gevaar lopen. Zo zullen in de Europese Unie rond 2050 twee keer zoveel ouderen op werkenden leunen als nu het geval is.

Sinn noemt de hoge vruchtbaarheid in Frankrijk een opmerkelijke uitzondering. Frankrijk heeft een redelijk evenwichtige bevolkingsgroei, omdat het in Europa het meest uitgebreide stelsel van crèches heeft én voltijds scholen met opvangmogelijkheden (école maternelle). Gezinnen met kinderen kunnen rekenen op aantrekkelijke belastingvoordelen. Daardoor beginnen vrouwen volgens Sinn eerder aan een kind. Zo hebben vrouwen in Frankrijk gemiddeld 1,9 kinderen tegen 1,7 in Nederland. Ierland spant met twee kinderen per vrouw de kroon.

,,Toch leiden financiële bijdragen van de overheid in de kosten van kinderen niet automatisch tot meer baby's'', zegt Van der Erf. Oostenrijk bijvoorbeeld kent het hoogste aantal financiële bijdragen in de kosten van kinderen, maar een vrouw krijgt gemiddeld 1,4 kind.

,,Alles staat of valt met de kinderopvang'', stelt Fieke van der Lecq, econoom aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam en hoofdredacteur van het vakblad Economisch Statistische Berichten. Toen de Nederlandse regering de kinderopvang duurder maakte, zegden direct veel vrouwen hun (deeltijd)baan op. Het organiseren van opvang op scholen, zoals Van Aartsen voorstelt, is volgens haar effectiever om het krijgen van kinderen te bevorderen. ,,Wat in Engeland en Frankrijk al traditie is, gebeurt dan eindelijk in Nederland'', schreef de VVD-leider gisteren in deze krant.

Zijn voorstel gaat Van der Lecq echter niet ver genoeg. ,,We moeten doorpakken. Buitenschoolse kinderopvang moet niet tot half zeven 's avonds maar tot zeker half acht faciliteiten aanbieden, inclusief maaltijden.'' Om half acht staan veel werkende ouders immers nog met hun auto in de file.

Volgens de econoom is het essentieel om de combinatie van werk en zorg structureel mogelijk te maken. Alleen door de participatie van vrouwen, en ouderen, op de arbeidsmarkt te vergroten kunnen de extra kosten van de vergrijzing worden opgevangen. ,,Ook Nederland krijgt een vergrijzingsprobleem omdat de verhouding actieven en niet-actieven scheef groeit.'' Binnen dertig jaar wordt een verdubbeling verwacht van het aantal gepensioneerden van 20 naar 43 procent. Volgens Van der Lecq slagen Denemarken en Zweden er het beste in zorg en werk structureel goed te verenigen, omdat de rijksoverheid de kinderopvang grotendeels verzorgt. Daardoor kennen deze landen het hoogste aantal voltijds werkende vrouwen in Europa.

Maar ambitieus sociaal beleid kan ook averechts werken. Toen de Zweedse regering het ouderschapsverlof verlengde van 24 naar dertig maanden, daalde het aantal werkende vrouwen prompt, waarop de maatregel werd teruggedraaid. In Frankrijk leidde de uitbreiding van zwangerschapsverlof (drie jaar met terugkeergarantie op het werk) voor moeders met twee kinderen ertoe dat veel meer vrouwen thuis bleven en niet meer op de arbeidsmarkt terechtkwamen. Het aantal werkende vrouwen is in Frankrijk met 54 procent zelfs lager dan in Nederland, dat minder riante regelingen kent.

    • Michèle de Waard