Algerije begraaft verleden

Met het referendum over amnestie van vandaag hoopt Algerije de vuile oorlog tussen moslimextremisten en de regering uit de jaren negentig definitief te begraven.

Misschien wordt vandaag wel de mooiste dag uit de politieke carrière van Abdelaziz Bouteflika, veteraan uit de onafhankelijkheidsoorlog tegen de Fransen en sinds 1999 president van Algerije. Mogelijk 120.000 en misschien wel 150.000 mensen zijn in Algerije om het leven bij het islamitisch geweld dat het land overspoelde nadat het leger in 1992 het Front Islamique du Salut (FIS) buitenspel zette omdat de partij in parlementverkiezingen de grootste dreigde te worden. Maar als de 68-jarige Bouteflika zijn zin krijgt, wordt nu een dikke streep gezet onder dat met bloed besmeurde verleden en komt de weg vrij voor een welvarende, harmonieuze toekomst, gevoed door 's lands gas- en oliebronnen.

Vandaag mogen de Algerijnen zich uitspreken over een door de president voorgesteld Handvest voor Vrede en Nationale Verzoening, bedoeld als definitieve afsluiting van de vuile oorlog tussen de extremisten en de veiligheidstroepen in de jaren negentig. Verwacht wordt dat de bevolking zal instemmen met het algemene amnestievoorstel, net zoals zij in 1999, na het aantreden van Bouteflika, al met grote meerderheid instemde met een zogenoemd Concorde Civil. Dat gaf islamitische militanten de gelegenheid zich te melden bij de autoriteiten voor amnestie. Het betekende in feite het einde van de strijd van het FIS.

Terugkerende, duurzame vrede in Algerije: ook in het buitenland heeft Bouteflika bij voorbaat al lof gekregen voor zijn vredesinititief. Die lof komt ook uit onverdachte hoek. De Pakistaanse krant Observer heeft Boutefilka deze week een onderscheiding gegeven omdat hij volgens de meeste Pakistaanse analisten en prominenten leiding geeft aan `het best bestuurde moslimland'' in de wereld, juist omdat hij de aanzet geeft tot nationale verzoening.

Maar mensenrechtenorganisaties en oppositie in eigen land en in ballingschap denken daar heel anders over. Zij vrezen dat aangekondigde amnestie, die formeel overigens niet geldt voor de ergste daders van bloedbaden en verkrachtingen, niet zozeer verzoening inhoudt als wel een doorzichtige poging is om wandaden uit het recente verleden, ook van veiligsheidstroepen, toe te dekken. Sommige familieleden van vermisten hebben gezegd dat ze liever de waarheid boven tafel krijgen dan afgescheept te worden met compensatie van de overheid. Een door de regering benoemde onderzoeker zei vorig jaar dat de Algerijnse veiligheidsdiensten verantwoordelijk zijn geweest voor de dood van zeker 5.200 bugers die in de jaren negentig tijdens de vuile oorlog zijn verdwenen.

Als het Handvest voor Vrede en Verzoening wordt aangenomen, komen waarheden als deze nooit meer boven tafel, zeggen mensenrechtenorganisaties en oppositie. Dat geeft volgens hen een nare bijsmaak aan de zege die Bouteflika vandaag naar verwachting boekt.