Wonen

Het is nog maar zeer de vraag of ik u moet aanraden naar de Woonbeurs in de Amsterdamse RAI te gaan. Het hangt er maar helemaal vanaf. Wordt u de laatste tijd geteisterd door een soort veranderingswoede? Wilt u weer eens een nieuwe keuken, badkamer of kastwand in uw slaapkamer? Of bent u eigenlijk nog steeds tamelijk tevreden met uw spulletjes?

In het laatste geval moet u vooral thuisblijven.

Zo'n woonbeurs zaait onrust in het hart, ze confronteert je op pijnlijke wijze met de onvolkomenheden in je persoonlijke omgeving. Voordat je het beseft, is er een snaar van hebzucht geraakt, een zanikende behoefte om datgene aan te schaffen wat al die andere mensen kennelijk ook aanschaffen.

Om mezelf daartegen te beschermen had ik mijn vrouw gevraagd mee te gaan. Zij reageert afstandelijker op al die verkopers die elke aarzeling voor hun stand afstraffen met de onontkoombare vraag: ,,Waarmee kan ik u van dienst zijn?''

En ze blijft netjes, dat moet ik haar nageven. Ook een verkopersziel is niet van eelt, zoals die jonge klant dacht die met zijn vriendin wat zitbanken uitprobeerde en vervolgens zei: ,,Het ziet er mooi uit, maar ze zitten voor geen meter, tenzij je alleen maar wat wilt hangen. Nog een fijne dag, aju.''

De verkoopster was een Belgische en ze keek hem vernietigd na, als iemand die opeens beseft dat er geen reden is om enig vertrouwen in de mensheid te hebben. Zó krijgt Nederland een slechte naam in België.

Helaas verloor ik mijn vrouw na binnenkomst vrijwel onmiddellijk uit het oog, omdat ik gebiologeerd werd door een zwartleren leunstoel met een voetsteun die krulbaar bleek, zowel naar beneden als weer terug naar boven. Het gaf de stoel iets slangachtigs, maar het suggereerde tegelijkertijd een adembenemend comfort. Een simpele druk op een knop was voldoende om dit effect te bereiken.

Ik zag mezelf thuis al meegeven met de neerwaartse krulbeweging bij mijn voeten, terwijl de bezoeker tegenover me het tafereel verbijsterd gadesloeg. Dit zijn de dingen waarmee een mens zich onvergetelijk maakt.

Toen de verkoper me verteld had dat de stoel ook nog een `ingebouwde lendenpomp' bevatte, ging ik vastberaden op zoek naar mijn vrouw om haar in mijn enthousiasme mee te slepen. In de verte zag ik haar in druk gesprek met een verkoper, een heer op leeftijd. Ze wenkte me driftig.

,,Dit is precies wat ik zoek'', zei ze, en ze wees op rolgordijnen van een ondefinieerbaar soort papier. ,,Sierlijk en stevig.''

,,Washi'', zei de verkoper.

,,Abrahams'', zei ik.

,,Nee, zo heet het'', zei mijn vrouw.

,,Japans papier, van de binnenbast van bomen'', zei de verkoper.

Hij gaf mijn vrouw allerlei gegevens op en knikte mij af en toe bemoedigend toe, zoals je met een analfabeet bij zijn eerste leesoefeningen doet.

,,Ik heb een stoel gezien met een ingebouwde lendenpomp'', zei ik toen we verder liepen.

,,Waar is dat goed voor?''

,,Het is goed tegen een bollende rug, zei de verkoper.''

,,Een bollende rug? Die heb jij toch nog niet?''

Vooral dat `nog' trof me.