Veel dood hout ruimen, en dan volop in de aanval

Monica Macovei, minister van Justitie, hervormt het Roemeense rechtsstelsel, en wel zeer snel en zeer drastisch. Dat mag ook wel, want de misstanden zijn groot. En groot is ook de druk van Brussel.

Sinds december trekt er een wervelstorm door het Roemeense rechtssysteem. De wervelstorm heet Monica Macovei. Opgeleid in Boekarest, New York, Turku, Birmingham en Salzburg was ze jarenlang mensenrechtenadvocaat, voorzitter van het Roemeense Helsinki Comité, actief in de Internationale Helsinki Federatie, ze richtte de Roemeense afdeling van Transparency International op, de organisatie die wereldwijd de corruptie in kaart brengt.

En nu is Monica Macovei (45) minister van Justitie van een land dat op een beschamende 87ste plaats staat op de Transparency-lijst van minst corrupte landen. De corruptie is Roemenië's achilleshiel. Het land moet snel en drastisch hervormen om het klaar te stomen voor toetreding tot de EU in 2007 – maar op geen terrein zijn de hervormingen dramatischer dan op dat van de corruptiebestrijding.

Hoe is het voor een energieke mensenrechtenadvocaat om in de regering te gaan zitten, aan de andere kant van de barricade? Macovei – even in Nederland – praat zacht, maar vastberaden. ,,Een schok, voor mij èn voor mijn ambtenaren. Het openbaar bestuur is zo inefficiënt.'' Werktempo en mentaliteit moesten na haar aantreden op de schop. ,,Maar we hebben inmiddels een gemeenschappelijke taal gevonden'', zegt ze. Die taal heet keihard werken om achterstanden in te halen: sinds zij minister is gaan op Justitie de ambtenaren om zes uur 's avonds naar huis, maar zitten ze om negen uur weer achter hun bureau. Macovei: ,,En wat mij zelf betreft is weinig verschil met vroeger. Ik breng nu in de praktijk wat ik vroegere regeringen heb gevraagd te doen.''

Sinds december is het op het gebied van het rechtsstelsel hervormingen gaan regenen, belastingvrijstelling is afgeschaft, belastingontduiking wordt zwaar bestraft, alle ambtenaren en politici moeten hun bezittingen en die van hun familie openbaar maken, en dat wordt ook gecontroleerd, de besteding van staatsgeld is transparanter geworden, er zijn straffe maatregelen tegen geldwitwassen genomen, de onafhankelijkheid van rechters en aanklagers is vergroot en er zijn honderden mensen bestraft wegens corruptie – ook in de hogere kringen.

Het belangrijkste misschien: er is schoon schip gemaakt bij het Anti-Corruptieparket (PNA), het lichaam van 110 speciale anticorruptieprocureurs. Macovei: ,,Het is jammer dat je eerst zo veel dood hout moet ruimen voor je echt aan de slag kunt gaan, maar het PNA deed zijn werk gewoon niet. Wat moet je met een procureur die in twee jaar één zaak afhandelt en dan niet tot vervolging overgaat?'' Het PNA meed grote corruptiezaken, verhoorde getuigen niet, handelde dossiers niet af, zwichtte voor politieke druk en stopte zaken in de doofpot. In augustus werd de baas van het PNA weggestuurd. Over twee weken, zegt Macovei, zijn we klaar met het doorlichten van die 110 procureurs – dan gaat het PNA echt aan de slag.

Roemenië wekt al vijftien jaar de indruk te hervormen omdat het moet – van Brussel – en niet omdat het goed en nodig is voor het land. Macovei: ,,Zeker. Maar nu gaat het anders. Ik merk het: ik heb de steun van de publieke opinie. Tot voor kort was het imago van het rechtssysteem heel slecht. Nu verandert dat. Er is vertrouwen in mij, in peilingen scoor ik het hoogst van alle ministers. En dan gaat het niet om mij, het is een signaal dat men deze hervormingen wil en vertrouwt. En dat is belangrijk, want er is veel verzet tegen de hervormingen binnen het juridische apparaat zelf.''

Niettemin – als straks een andere regering aantreedt kunnen die hervormingen worden teruggedraaid, of afgezwakt. Macovei: ,,Als deze regering morgen zou verdwijnen, ja. Maar dat gebeurt niet. En wij maken hervormingen onomkeerbaar. Je kúnt ze niet ongedaan maken, al helemaal niet omdat het publiek ze wil. Het zijn niet zomaar wetten op papier.''

Het is één ding om de grote corruptie aan te pakken, de bonzen die zich verrijken, corrupte politici, bestuurders, zakenlieden. Het is iets heel anders de `kleine' corruptie te bestrijden. Die kleine corruptie is eeuwenoud, dateert uit de Ottomaanse tijd, toen prijzen nooit vastlagen en alles altijd onderwerp was van onderhandeling en gesjacher. De kleine corruptie is in Roemenië zo ingeburgerd dat ze alledaags en bijna `normaal' is en tussen de oren is gaan zitten: de politieman, de douanier, de arts, de verpleegster, de ambtenaar achter het loket, zij allen steken geld in hun zak in ruil voor een oogje dat wordt dichtgeknepen, een behandeling die beter of sneller verloopt. Velen beseffen nauwelijks dat dat systeem ook corruptie heet, en laakbaar is: het heeft zich in de mentaliteit ingevreten. Macovei: ,,Ik zou niet zeggen: in de mentaliteit. Je kunt wel zeggen dat die kleine corruptie een plaats heeft gevonden in the way of life van de Roemenen, dat is zeker waar. Maar dat wil nog niet zeggen dat mensen er geen hekel aan hebben, dat mensen er niet van af willen.''

Voor de bestrijding van die kleine corruptie heeft Macovei de `integriteitstest' ingevoerd: de uitlokking. ,,Als we concrete aanwijzingen hebben dat een ambtenaar – wie en waar dan ook – smeergeld aanneemt, kan de procureur er een undercover agent op afsturen, die zo'n ambtenaar smeergeld aanbiedt. Als hij zich laat omkopen, is hij erbij.'' Je moet, zegt ze, heel voorzichtig zijn met het systeem, en het is dan ook aan voorwaarden verbonden: de verdenking moet concreet zijn, de tijdslimiet voor de provocatie moet beperkt worden, het toezicht van de procureur moet strikt zijn. ,,We leiden nu procureurs en agenten op, samen met de Britten, die dit systeem ook gebruiken.''

Het bestrijden van corruptie is in Roemenië het ruimen van een augiasstal. Maar Macovei wil graag van die 87ste plaats op de Transparency-lijst af en wil Roemenië ook graag is 2007 tot de EU zien toetreden. ,,Het is een race tegen de klok. En of we die winnen? We winnen die. Als ik daar niet van overtuigd was, bleef ik geen minuut langer minister.''

    • Peter Michielsen