Rel om nalatenschap Jonker

De literaire nalatenschap van de in 1965 overleden dichteres Ingrid Jonker moet terug naar haar vaderland Zuid-Afrika. Dat vinden haar dochter en een aantal Zuid-Afrikaanse schrijvers. Zij zeggen momenteel in onderhandeling te zijn met de Nederlandse schrijver/dichter Gerrit Komrij, die in 1997 talloze bandopnamen, foto's, dagboeken en manuscripten kocht van Jonkers neef, Anthony.

Het kwartaalblad Zuidelijk Afrika meldt deze week dat Jonkers dochter, Simone, eerder aangifte heeft gedaan van diefstal tegen neef Anthony. In 1997 verkocht hij Jonkers nalatenschap aan Komrij voor 50.000 rand (nu 6.250 euro). Dat gebeurde vlak na het overlijden van Jonkers zus en Anthony's moeder, Anna, die het werk van de dichteres na haar dood beheerde. Ingrid Jonker pleegde in 1965 zelfmoord.

Volgens de Ingrid Jonker Trust, die in 1965 alle auteursrechten van de Zuid-Afrikaanse dichteres in handen kreeg, was de verkoop onwettig. ,,De documenten hadden terug moeten keren naar haar dochter en hadden nooit doorverkocht mogen worden. Het gaat hier om cultureel erfgoed dat in Zuid-Afrika thuishoort'', zegt schrijfster en Jonker-biografe Petrovna Metelerkamp.

Metelerkamp zegt namens Jonkers dochter Simone en een aantal Zuid-Afrikaanse schrijvers in onderhandeling te zijn met Komrij over terugkeer van de documenten. Neef Anthony zou met de documenten van zijn tante hebben geleurd en zelfs hebben gedreigd ze in de zee te gooien als Komrij ze niet kocht. ,,Hij heeft nu in beginsel toestemming gegeven voor de terugkeer van de documenten maar alleen als hij gecompenseerd wordt'', zegt Metelerkamp per telefoon. Komrij, die gisteren en vanmorgen onbereikbaar was vor commentaar, verklaarde eerder tegenover het persbureau ANP er van overtuigd te zijn Jonkers nalatenschap legaal te hebben verkregen.

Ingrid Jonker verzette zich met haar gedichten openlijk tegen het blanke apartheidsregime. Toenmalig president Nelson Mandela droeg haar gedicht `Die Kind' op toen hij in 1994 het eerste multiraciale parlement opende. Jonker schreef het gedicht in maart 1960, vlak na de bloedige demonstraties in Sharpeville waar 67 doden vielen, onder wie enkele kinderen.