Metropolitan toont geesten en elfjes

In het Metropolitan Museum in New York (de `Met')is gisteren een omvangrijke tentoonstelling geopend over occulte fotografie. Het is uitzonderlijk dat een prestigieus museum zo uitgebreid aandacht schenkt aan een omstreden genre in de fotografiegeschiedenis. Getoond worden opnamen die de toeschouwer moeten doen geloven dat de geesten van overledenen, aura's, hallucinaties, spiritistische fenomenen en andere paranormale zaken zichtbaar gemaakt konden worden op de lichtgevoelige plaat. Vooral in de negentiende eeuw, toen de belangstelling voor mystiek en het paranormale groot was, wemelde het van de fotografische trucages.

Het overzicht in New York bestrijkt de periode van circa 1850 tot en met de Eerste Wereldoorlog. In tijden van oorlog of oproer, zoals de Burgeroorlog in Amerika (1861-'65) en de Parijse Commune (1871), bereikte de productie van occulte foto's een hoogtepunt. Zulke opnamen van door licht omgeven figuren, contouren van engelachtige wezens of transparante overledenen moesten troost bieden aan nabestaanden van gesneuvelde soldaten en burgerslachtoffers. Zij konden dan voortleven met het idee dat de geest van hun dierbaren nog op de een of andere manier bij hen was. Na de Eerste Wereldoorlog bestond in Europa een grote behoefte aan zulke foto's. Later ontstonden beelden van onder meer ectoplasma, gematerialiseerde, geestelijke substanties die op seances zouden zijn vastgelegd, en van levitatie, het met geesteskracht opheffen van voorwerpen.

De 120 foto's in New York, afkomstig uit Europese en Amerikaanse verzamelingen, laten zowel vroege gemanipuleerde opnamen zien als latere foto's die, gezien de wetenschappelijke belangstelling voor het fenomeen seance en Freuds verkenningen van het onderbewuste, serieuzer werden genomen. Eigentijdse varianten op dit gebied zijn de video's en foto's van UFO's, `aliens', yeti's en andere monsters. `The Perfect Medium: Photography and the Occult' is tot 31 december in New York te zien.