Meesterlijk getoonzette duisternis in `Thyeste'

De cirkel is rond. Bij Jan van Vlijmens eerste opera-ervaring, het roemruchte groepsproject Reconstructie uit 1969, verzorgde Hugo Claus, toen samen met Harry Mulisch, het libretto. Gisteren zag in Brussel Van Vlijmens laatste opera het licht: Thyeste, dit keer wederom met een tekst van Claus.

Van Vlijmen voltooide de partituur twee jaar geleden, al verwikkeld in een strijd tegen de ziekte die hem vorig jaar, op 69-jarige leeftijd, fataal zou worden. Thyeste ging gisteren postuum in première, in de regie van toneelregisseur Gerardjan Rijnders.

,,Poco parole, poco parole!'' Met deze woorden smeekte Verdi ooit zijn librettist Boito het toch vooral beknopt te houden. Van Vlijmen citeert ze tweemaal in de brieven die in het programmaboek zijn afgedrukt. Claus schreef, op basis van zijn eerdere toneelbewerking, in het Frans een sterk, maar niet eens zo heel erg kernachtig libretto over de gruwelijke wraak van Atreus, die zijn broer Thyestes diens eigen kinderen als maaltijd voorschotelt.

Als íemand het bescheiden gehouden heeft, is het Van Vlijmen zelf. De man maakt zich nu muzikaal ondergeschikt aan tekst en handeling.

Zo heeft het ensemble in Thyeste bijvoorbeeld, veel meer dan in een stuk als Inferno (1991-1993), waarvan wel veel resonanties doorklinken, een begeleidende rol, die het vervult met donkere, gedragen pulserende akkoorden. De samenstelling van het ensemble en het seriële idioom van de muziek dragen er ook aan bij dat het nergens massief of dominant wordt.

Toch valt vooral op dat Van Vlijmen als weinig anderen, zeker wanneer ze zo rationeel-constructivistisch te werk gaan als hij, de kunst verstond om ongekend dramatische muziek te schrijven. Thyeste wordt zo, als het dat door de combinatie van kindermoord en kannibalisme nog niet was, een asgrauwe tragedie, met een lucht voortdurend zwanger van onheil.

Wie echter denkt dat het alleen maar humorloze treurnis is, luistere naar het verwrongen walsje dat de tweede scène van het vierde bedrijf – met het bacchanaal – inleidt. Een afstekende vrolijke noot, net als de olijke Oilily-pakjes die kostuumontwerper Rien Bekkers het koor aantrok.

Regisseur Rijnders gebruikt eenvoudige maar effectieve middelen. Als Atreus één van de koorleden een schop in zijn buik geeft, hebben álle koorleden, liggend op de grond, precies dezelfde siddering. Het volk lijdt onder zijn koningen. Het blankhouten decor van Paul Gallis doet aanvankelijk aan de binnenkant van een wijnvat denken, met de bodem als hoofdtoneel. Als Thyestes zich in het paleis van zijn broer begeeft, sluit het zich om hen beiden als een kooi, weer later als ribbenkast.

De zangersbezetting is zonder uitzondering sterk. Fenomenaal is bariton Dale Duesing in de titelrol, zowel zingend als acterend. Zijn getergde klachten gaan door merg en been, zijn walging is aanstekelijk. Ook tenor John Daszak imponeert als Atreus; hoewel te horen is dat Atreus van Van Vlijmen een chromatischer en dus moeilijker zingbaar idioom kreeg. Een glansrol vervult ook Cappella Amsterdam, dat zichzelf overtreft in kracht en indringendheid.

,,Zon, verberg u voorgoed,'' zingt Thyestes gebroken tijdens het slot. Wat gebeurd is, kan geen licht verdragen – slechts de duisternis, die niemand beter kon componeren dan Van Vlijmen.

Voorstelling: Thyeste. Muziek: Jan van Vlijmen. Libretto: Hugo Claus. Regie: Gerardjan Rijnders. Met Asko Ensemble en Cappella Amsterdam o.l.v. Stefan Asbury. Gehoord: 27/9 Koninklijke Muntschouwburg, Brussel. Herh.: aldaar t/m 7/10, daarna tournee door Nederland t/m 7/11. Inl.: www.demunt.be en www.reisopera.nl.