Magnifieke Waalse grauwheid

De kracht van Ultranova valt al uit een enkele scène op te maken. De camera toont een eindeloze loods en de geluidsband geeft de stemmen van twee jonge vrouwen weer. Onzichtbaar zijn ze. De camera begint langzaam te rijden, laag over de vloer. Rustig, rustig rijden. De stemmen praten over de lijnen in de hand en wat je eraan kunt aflezen. De camera rijdt en rijdt, schap na schap passeert ons oog. Onbestemde voorwerpen staan er, verpakt in dozen of plastic. Dan zwenkt de camera naar links, nog altijd rustig, er is geen haast, de vrouwen zijn er heus nog wel. Ze zitten op een in plastic verpakte sofa die bovenop een duwkarretje staat. Cathy en Jeanne houden pauze in de meubelfabriek en ze hebben helemaal geen haast om terug naar hun werk te gaan.

In deze eenvoudige rijder zit de inhoudelijke en de esthetische essentie van de film besloten: het armoedige bestaan en de bescheiden dromen van de personages, plus de schoonheid die de camera eruit destilleert. De regisseur gaat met rust te werk. Zijn camera heeft geen haast; het leven van Cathy en Jeanne, en dat van alle andere personages, is zo voorspelbaar dat er geen enkele reden is om snel op hen af te gaan om te zien hoe ze het maken. Ze zitten er toch elke dag. En als morgen deze sofa zou worden weggehaald, dan zitten ze op een kastje, op de stoep of aan de picknicktafel bij het pizza-kot. Dit zijn twee willekeurige vrouwen in een willekeurig bestaan. De camera is toevallig langsgekomen en heeft zich om hun leven bekommerd.

Droevig Wallonië blijft een verbazend vruchtbare voedingsbodem voor filmtalent (denk aan Aaltra, Calvaire, de films van de gebroeders Dardenne). Ultranova is het speelfilmdebuut van Bouli Lanners, die als acteur debuteerde in een bijrol in Toto le Héros van Jaco van Dormael en die vorig jaar nog te zien was in de donkerkomische Aaltra van Benoît Delépine en Gustave de Kervern. Lanners zong er als Finse motorheld een onweerstaanbaar lelijk karaoke-versie van Sunny. Dat optreden was al reden genoeg voor een ereplaats in de filmgeschiedenis. Nu komt Ultranova daar nog bij.

Lanners toont een paar dagen van een oerlelijk en oersaai provinciestadje, waar elke naam een valse belofte is. Er is een doodstille apotheek die Pharmacie Populaire heet, een wegrestaurant La Rustique en een keet bij de hoogovens dat het trotse opschrift `pizza au feu du bois' draagt. We leren er enkele bewoners kennen die oud genoeg zijn om al illusies te zijn kwijtgeraakt, maar jong genoeg om er nog enkele te koesteren.

De Waalse grauwheid geeft Lanners in al haar majesteit weer. Er zit nog zo'n rijder in Ultranova. Een van de andere hoofdpersonen, de huizenverkoper Verbrughe, is een doodnerveuze weggebruiker die zijn angsten formaliseert in een slipcursus voor het hele bedrijf. Het volgende moment zien we alle huizenverkopers in autootjes over de natte testbaan zoeven. Verbrughe, tot dan toe een bazige blaffer, draait en draait aan zijn stuur, de omgeving achter hem tolt rond, het zonlicht en de schaduwen vliegen over zijn gezicht. De camera blijft maar naar hem staren. Tot we hem zien breken en de tranen over zijn wangen rollen.

Misschien lijkt het nu alsof Ultranova bol staat van de esthetisch verantwoorde beelden waar je alleen met oh's en ah's naar mag kijken. Lanners is zijn carrière begonnen als kunstschilder, hij wéét in elk geval wat mooie kaders zijn. Maar Ultranova is veel meer dan mooi om te zien. Lanners deelt met zijn Waalse collega-regisseurs die fijne combinatie van deernis en zwarte humor. De stille huizenverkoper Dimitri is met zijn piepstem een ideale pispaal. Lanners laat ons hard om hem lachen als Dimitri iemand met keelonsteking moet helpen diens hond te roepen. Zijn gepiepte ,,Alice!'' reikt nog niet tot aan de gevel van de galerijflats achter hem.

Maar Lanners geeft Dimitri wel een soort waardigheid door Jeanne hem in het begin van de film te laten nafluisteren: Dimitri, Dimitri, Dimitri, Dimitri. Alsof hij niet die muurbloem is met zijn piekhaartjes en zijn suffe sjaal, maar James Dean of Johnny Depp. Misschien dat andere meisjes dromen van Johnny Depp, maar Jeanne doet het van Dimitri.

Zo waardig gaat Lanners met al zijn personages om. Net als met het landschap van Wallonië, het braakland onder de eeuwige rook van de fabrieksschoorstenen en in de berm van de snelweg. Je moet je best doen om er enige levensvatbaarheid in te ontdekken. Lanners heeft dat gevonden, en meer.

Ultranova. Regie: Bouli Lanners. Met: Vincent Lecuyer, Michaël Abiteboul, Vincent Belorgey, Marie du Bled, Hélène de Reymaeker, Pol Deranne. In: Cinerama, Amsterdam; Filmhuis, Den Haag; Lux, Nijmegen; Lantaren/Venster, Rotterdam.

    • Bas Blokker