`Maatschappelijk in balans' bij HDM

Hoe spelers vast te houden en de sportieve neergang te keren? Hockeyclub HDM kiest voor maatschappelijke begeleiding. Met hulp van voetbalarbiter Dick Jol.

Hij wandelde wel eens met zijn hond langs het complex. Maar een frequent bezoeker van hockeywedstrijden was hij niet. Totdat Dick Jol afgelopen voorjaar tijdens zijn dagelijkse ommetje met de hond staande werd gehouden door een prominent lid van de Haagse hockeyclub HDM. ,,Hij wilde mij per se spreken.''

Ruim vijf maanden later mag de 49-jarige scheidsrechter uit het betaalde voetbal zich de topsportcoördinator noemen van de club (1.485 leden) die zowel bij de mannen als de vrouwen is afgegleden naar de overgangsklasse, het niveau onder de hoofdklasse.

Jol is naar eigen zeggen ,,de praatpaal en de luistervink van dames en heren 1''.

,,Ik praat, ik vraag, ik luister; net zoveel en zolang totdat de trainers en de coaches de handen vrij hebben voor datgene waar ze goed in zijn.''

De arbiter uit Scheveningen is de spil in het deze zomer gestarte project TopTalentBegeleiding, waarbij de club samenwerkt met een psychologisch adviesbureau (Kuiper & Partners) en een werving- en selectiebureau (Vitae). Leden van het eerste elftal krijgen een `individueel begeleidingstraject' aangeboden, die hen volgens mede-initiatiefnemer en psycholoog Rud Kuiper in staat stelt ,,om meer inzicht te krijgen in de eigen kwaliteiten: wat kan ik wel en wat kan ik niet? Het idee is HDM op termijn op een hoger niveau te brengen door spelers beter in hun vel te laten steken.''

Vorige week woensdag, tijdens de zogeheten `netwerkborrel' in het clubhuis, bracht Jol, in het dagelijks leven ook actief als gastspreker, de HDM-achterban op de hoogte van de nieuwe koers die de club heeft uitgezet in een poging de sportieve neergang te keren. ,,Alles draait om wat ik voor het gemak altijd maar het driehoekie noem: werk/studie, sport en privé'', zegt Jol. ,,Jonge topsporters zijn vaak niet in balans omdat ze – jong en onzeker als ze zijn – één van die drie zaken niet op orde hebben. Het een lijdt onder het ander, en ga zo maar door.''

Het initiatief past in de geest van de Haagsche Delftsche Mixed, die claimt `een maatschappelijke opdracht' te hebben. ,,Wij geloven niet in een zak met geld voor de speler, dat is korte-termijnbeleid'', zegt Mark Burbach, lid van de commissie tophockey HDM. ,,Wij geloven daarentegen wél in het ontplooien van andere, op de maatschappij georiënteerde talenten, met als uiteindelijke doel het vinden van een betaalde baan.''

Sinds de degradatie van de mannen (2002) en de vrouwen (2003) is het voor HDM steeds lastiger om topspelers aan zich te binden. Zeker in de hockeyrijke regio bij Den Haag, waar drie andere grote clubs (HGC, HCKZ en HC Rotterdam) een grote(re) aantrekkingskracht uitoefenen op jeugdig talent. Maar met een talentonderzoek, gevolgd door een persoonlijk ontwikkelingsplan en baan- en stagegaranties, alles op vrijwillige basis, denken de initiatiefnemers te voorkomen dat ,,een talent om het minste of geringste de club weer verlaat'', zegt Burbach.

Nieuw is het maatschappelijk begeleiden van topsporters niet, verre van dat zelfs. Hockeyclubs bieden al jaren `facilitaire randvoorwaarden'. ,,Maar vaak blijft het bij een lease-autootje en het bemiddelen bij woonruimte'', weet vrouwencoach Wouter Tazelaar. ,,Het zijn goedbedoelde losse flodders, aan een helder en doordacht beleid ontbreekt het vaak. Daar is in ons geval geen sprake van. Dit zijn geen loze beloftes. Wij bieden een professionele kruiwagen, die hen daadwerkelijk verderop helpt.''

Dat is hard nodig, weet de oud-coach van onder meer Hurley en Kampong. ,,In een spelersgroep heb je er altijd een stuk of vier die in een fase van hun leven verkeren dat ze denken: wat moet ik nou? Dat getwijfel kost energie en talent, en komt hun spel niet ten goede. Wij willen ze zekerheid bieden, en geen zakcentje, ook omdat er op lange termijn meer is dan hockey. Een baan is uiteindelijk veel meer waard dan incidenteel 5.000 euro ontvangen.''

HDM, in 1992 nog landskampioen bij de mannen, zegt daarbij lessen uit het verleden te hebben getrokken. Tien jaar geleden was de slapende reus onder de hockeyclubs een van de eerste die buitenlandse spelers (Russell Garcia en Julian Halls) aantrokken en betaalden. ,,Maar tot structurele aansluiting bij de top heeft dat niet geleid'', beseft Tazelaar, jarenlang zelf speler van heren 1. ,,Met deze aanpak hopen we ook de betrokkenheid van de speler met de club te vergroten.''

Het klinkt allemaal mooi en hier en daar zelfs een tikje idealistisch. Maar wie of wat garandeert dat een speler of speelster, eenmaal op weg geholpen en `maatschappelijk in balans', niet alsnog de wijk neemt? Van contracten is immers geen sprake. ,,Het zou, voor alle partijen, vervelend zijn als iemand halverwege uitstapt'', erkent Jol. ,,Maar dwingen kunnen en willen we niemand.''

Jol heeft al meerdere presentaties achter de rug. Onder meer aan dames en heren 1. ,,Bij de dames is het enthousiasme groot, de heren lijken de kat nog een beetje uit de boom te kijken. Verbaast me niets. Het balletje moet eerst rollen.''

    • Mark Hoogstad