Lakeien worden weer journalisten in de VS

Katrina heeft niet alleen een bres geslagen in de geloofwaardigheid van president Bush maar ook een einde gemaakt aan een gênante periode waarin de Amerikaanse media de wereldleider en zijn beleid hebben ontzien, betoogt Marvin Kalb.

Kan orkaan Katrina gevolgen hebben voor het Amerikaanse beleid in Irak? Het antwoord is ja, en één zeer belangrijke reden is de dramatische ommekeer in de Amerikaanse media. Ineens, alsof de vloedgolven niet alleen bressen hebben geslagen in de dijken rond New Orleans maar ook in de beschermende teflonlaag van president George W. Bush, hebben de televisiemaatschappijen en de kranten hun stem hervonden. Daarmee is een einde gekomen aan een gênante periode van vier jaar waarin de media de president en zijn beleid hebben ontzien.

Voor het eerst sinds de terroristische aanslagen van 11/9 – toen een begrijpelijk gevoel van patriottisme leidde tot schuchtere berichtgeving over het Witte-Huisbeleid in Afghanistan en Irak – hebben de journalisten hun traditionele rol als onbevreesde chroniqueurs van de lopende vertoning weer opgevat.

Zij geven de regering om haar trage, ineffectieve reactie op de orkaan de volle laag. Zij zijn zelfs verder gegaan dan hun traditionele rol: ze treden niet meer op als eerbiedige maar objectieve stenografen van regeringscommuniqués, maar hebben zich een nieuwe, verontwaardigde, emotionele stijl aangemeten, die de doorgaans zo superieure mediamanipulators in het Witte Huis heeft verrast en overdonderd.

Newsweek heeft onlangs in een omslagverhaal de draak gestoken met het rekenwerk van de president, die ,,alles tegelijk'' zou willen: een onbeperkt budget voor de wederopbouw van het gebied langs de Golf van Mexico, en tegelijk in het buitenland oorlog voeren en in eigen land de belastingen verlagen. Het blad laat zien dat zijn sommen niet kloppen. Dezelfde toon werd onlangs aangeslagen in de New Yorker, met een plaatje van Bush en zijn voornaamste adviseurs voor buitenlands en binnenlands beleid die, helemaal perplex en van hun stuk gebracht, aanzien hoe het water stijgt in het Oval Office. En op de website PressThink kreeg het bericht over de transformatie van de media de kop: `Van achting naar verontwaardiging'.

NBC-presentator Brian Williams, die zowel over de tragedie in New Orleans als over de aanvankelijk aarzelende reactie van de president had bericht, was zijn onverstoorbaarheid even kwijt.

,,Ik was kwaad'', zei hij. ,,Mensen raakten berooid en stierven in het rijkste land dat de wereld ooit gekend heeft.'' Terry Morgan, de Witte-Huiscorrespondent van ABC, waagde zich in zijn verslag van de toespraak van de president in New Orleans aan een ongebruikelijk staaltje psychoanalyse: ,,Hij is iemand die niet graag terugblikt en fouten toegeeft.''

Shepard Smith van Fox News – een televisiemaatschappij die doorgaans vierkant achter Bush staat – maakte van zijn hart geen moordkuil en bombardeerde regeringsfunctionarissen met vragen waarop zij geen antwoord hadden. ,,Wanneer krijgen deze mensen hulp?'' vroeg Smith. ,,Kómt er hulp? Want ze hebben heus heel erg dorst.'' Vóór Katrina zou Smith zich nooit zo confronterend hebben opgesteld.

Of de media nu de publieke opinie beïnvloeden of dat de publieke opinie de media opjaagt, het is in elk geval evident dat ze steeds vaker dezelfde toon aanslaan, en dat zit het Witte Huis niet lekker. De media uiten sneller kritiek op een president die het slecht doet in de peilingen, en niemand hoeft een geslepen presidentiële raadsman als Karl Rove te vertellen dat de combinatie van slechte peilingen en kritische media gemakkelijk het regeringsbeleid op alle fronten kan beïnvloeden.

Tot dusverre had Bush altijd één sterk punt: aanzienlijke meerderheden van het Amerikaanse volk – nog maar een paar maanden geleden 62 procent – zagen hem als een ,,sterke leider'' op wie je ,,in een crisis kon vertrouwen''. Dat is nu gedaald tot 49 procent. Volgens de jongste peiling van Gallup, die nadrukkelijk is gepresenteerd in USA Today, de krant met de grootste verspreiding in het hele land, is de instemming met de president weggezakt naar een historisch dieptepunt van 40 procent, terwijl de afkeuring is gestegen naar een nieuw record: 58 procent.

Gallup heeft ook voor het eerst laten zien dat een meerderheid van de Amerikanen – 54 procent – meent dat verlaging van de militaire uitgaven in Irak de beste manier is om het herstel van de getroffen zuidelijke staten te betalen. Voor het eerst meent 59 procent van de Amerikanen dat de inval in Irak een vergissing was. Time vraagt op het omslag: `Is het te laat om de oorlog te winnen?'

Het kan natuurlijk allemaal nog veranderen. De media volgen geen vast libretto, en de kansen kunnen nog keren voor de president. Zijn ambtstermijn eindigt pas in januari 2009. In de dagelijkse perscommuniqués slaan de president en zijn woordvoerders onveranderlijk een optimistische toon aan: de Verenigde Staten kunnen zowel de schade door de orkaan herstellen als Irak op orde brengen én de belastingen verlagen. Het verschil is dat dit alles nu aan dovemansoren gezegd lijkt. Alles is anders: de journalisten zijn erg sceptisch, het Congres weet het beter, de cijfers kloppen niet en het Amerikaanse volk lijkt te denken dat deze president zijn `hemelse mandaat' kwijt is.

Marvin Kalb is voormalig televisiecorrespondent en thans als hoofdmedewerker verbonden aan het Shorenstein Center voor politiek, publiek en persbeleid aan de Kennedy School of Government van Harvard University.

© International Herald Tribune

    • Marvin Kalb