`Jan Campert geen verrader'

Was de dichter Jan Campert een verrader die door het verzet werd vermoord? Niet volgens nader onderzoek van de gemeente Den Haag.

Als mens was Jan Campert ,,grijs'', als ,,dichter was hij wit'', zegt de Haagse gemeentearchivaris Charles Noordam. Maar dat de auteur van het verzetsgedicht `De Achttien Dooden' in december 1942 en januari 1943 in het concentratiekamp Neuengamme verraad heeft gepleegd en om die reden door het verzet is vermoord, is ,,onwaarschijnlijk''.

Noordam trekt die conclusie in het gisteren gepubliceerde rapport Inzake Jan Campert, dat is opgesteld in opdracht van het college van B en W van Den Haag. De Jan Campert-Stichting zal daarom niet van naam veranderen.

Campert kwam op 19 februari postuum in opspraak naar aanleiding van een artikel van journalist Godert van Colmjon in NRC Handelsblad. Daarin beweerde oud-verzetsman Gerrit Kleinveld dat Jan van Bork, een medegevangene van Campert in Neuengamme, hem verteld had dat Campert leden van de geheime kampraad had verraden aan de Duitsers. Daarom zou hij op 12 januari 1943 zijn vermoord door het verzet dat binnen Neuengamme opereerde.

Het college van B en W van Den Haag gaf na die publicatie archivaris Noordam de opdracht onderzoek te doen naar Camperts optreden tijdens de oorlog en zijn dood in concentratiekamp Neuengamme. De gemeente Den Haag financiert de Jan Campert-Stichting, die literaire onderscheidingen uitreikt als de Constantijn Huygens-prijs, de Jan Campert-prijs en de F. Bordewijk-prijs. De vraag was of de stichting nog langer de naam van Campert kon dragen.

In zijn rapport stelt de archivaris dat er van een illegale kampraad in Neuengamme geen sprake is geweest. Het verzet in dit concentratiekamp was minder goed georganiseerd dan in andere kampen, beweerde onder meer de SS. Het is onwaarschijnlijk dat Jan Campert leden van een verzetsorganisatie heeft verraden, luidt daarom Noordams conclusie.

Wat betreft de doodsoorzaak van Campert komt Noordam in zijn rapport tot de slotsom dat het ook niet waarschijnlijk is dat Campert is vermoord, maar dat hij aan tbc is bezweken. Tijdens zijn verblijf in Neuengamme is de dichter twee keer in de ziekenbarak geweest.

Bij de onderzoeken die daar gedaan werden kwam aan het licht dat hij besmet was met tbc. Die aandoening is ook de geregistreerde doodsoorzaak van Campert. Noordam acht het daarom aannemelijk dat hij inderdaad aan de ziekte is bezweken.

De archivaris onderzocht verder hoe het met Camperts medegevangen ging in de tijd dat hij in het kamp zat. Van de dertig Nederlanders waarmee hij in Neuengamme aankwam was op 12 februari 1943 al vijftig procent gestorven. In de weken hierna overleed een groot deel van de rest van de groep. Noordam in zijn verslag: ,,Het overlijden van Jan Campert kan [...] volledig verklaard worden als een gevolg van de op dat moment uitzonderlijk zware kampomstandigheden.''

Voor zijn deportatie naar Duitsland was Campert geen modelverzetsman geweest, beklemtoont Noordam desgevraagd. ,,Hij was een scharrelaar. Zo heeft hij bijvoorbeeld Duitse propagandaboekjes vertaald en gesolliciteerd bij het [persbureau] ANP nadat daar alle joden ontslagen waren. Dat was niet fraai. Uiteindelijk is hij gearresteerd toen hij joden over de grens smokkelde. De suggestie dat hij dat mensentransport alleen deed omdat hij er goed mee verdiende, is niet houdbaar. Uit mijn onderzoek blijkt juist dat hij in het jaar voor zijn gevangenneming constant geldgebrek had.''

Een moreel oordeel over zijn onderzoeksobject velt de archivaris liever niet. ,,We moeten al die jaren na de oorlog maar eens ophouden met het plakken van labels van `goed' en `fout'. De situatie in die jaren was niet zo zwart-wit. Feit was dat iemand als Simon Carmiggelt, die ontegenzeggelijk fel anti-Duits was, graag met Campert omging. Laat ik het zo zeggen: als mens was Campert grijs, als dichter was hij wit.''

Na bestudering van het rapport heeft de gemeente Den Haag besloten de naam van de Jan Campert-Stichting niet te veranderen, vertelt wethouder van cultuur Else van Dijk-Staats. ,,Natuurlijk moest de waarheid boven komen, hoe pijnlijk die ook was, maar het is een hele opluchting dat dit de uitkomst van het onderzoek is. Campert heeft met zijn poëzie veel verzetsmensen steun en troost geboden.''

Godert van Colmjon, de journalist die de zaak aan het rollen bracht, is niet onder de indruk van het werk van Noordam. ,,Dit is een zeer gekleurd rapport, samengesteld met het oogmerk Jan Campert te ontlasten.''

Van Colmjon vindt dat vooral aan de rol van verzetsman Van Bork geen recht wordt gedaan. ,,Die wordt hier weggezet als een onbetekende figuur, terwijl hij na zijn aankomst in Neuengamme onmiddellijk bij het verzetsnetwerk werd betrokken.'' De constatering van Noordam dat Van Bork in blok 25 en Campert in blok 7 gehuisvest was en dat ze elkaar daarom niet kenden, vindt Van Colmjon onzinnig. ,,Van Bork heeft in meerdere barakken gezeten en was iedere dag in de ziekenboeg te vinden. Daar vond veel informatieoverdracht van het verzet plaats.''

Dat tbc als Camperts doodsoorzaak werd opgegeven, de ziekte die hij onder de leden had, wil volgens Van Colmjon niet zeggen dat dit de waarheid betrof. ,,Zo'n mededeling zegt niets. Ze moesten toch wat opschrijven? Feit is dat Campert voor tests in de ziekenbarak is geweest, maar er nooit is opgenomen. Zo ziek was hij kennelijk niet.''

Al met al is Van Colmjon het oneens met de conclusie van Noordam dat het onwaarschijnlijk is dat Campert een verrader was die vermoord werd door het kampverzet. ,,In dit rapport zijn de bekende bronnen geraadpleegd, op een selectieve manier. Ik heb niets nieuws gelezen. Wat mij betreft is het nog steeds aannemelijk dat Van Bork en Kleinveld de waarheid hebben gesproken.''

NIOD-directeur Hans Blom noemde de beschuldigingen aan het adres van Campert in februari ,,plausibel''. Hij gaat nu het rapport goed bestuderen, zegt hij. ,,Totdat ik het gelezen heb, doe ik er geen uitspraken over. Daar is de materie te gevoelig voor. Als er voor mij nieuwe feiten aan het licht komen, is het goed mogelijk dat ik mijn mening herzie.''

www.nrc.nl

Rapport gemeente Den Haag

    • Bart Funnekotter