In de steeg

Het is niet de eerste keer dat Amerika wordt beslopen door een crisis in het zelfvertrouwen, en evenmin dat anderen daarin het naderend einde van de natie als hypermacht zien. Bijna een halve eeuw geleden lanceerde de Sovjet-Unie de Spoetnik, de eerste aardsatelliet in de geschiedenis. Velen zagen daarin het bewijs dat communistisch onderwijs en wetenschap superieur waren aan de kapitalistische. ,,Wij zullen jullie begraven'', zei partijsecretaris Nikita Chroesjtjsow. De oorlog in Vietnam is de eerste die de Amerikanen hebben verloren. Het beeld van de nederlaag spookt nog, of weer, door de natie, maar de gevolgen waren niet noodlottig. In 1979 werd de hele ambassade in Teheran gegijzeld. Een gedurfde bevrijdingspoging mislukte doordat de helikopters onderweg tegen elkaar vlogen. Het volk leefde in een dal van ellende, tot het er door Ronald Reagan werd uitgehaald.

In de laatste jaren van de Koude Oorlog schreef de Britse, in Amerika wonende historicus Paul Kennedy zijn Rise and Fall of the Great Powers, waarin hij het begrip imperial overstretch lanceerde. Door de eeuwen heen hebben wereldmachten de neiging gehad hun invloedssfeer steeds verder uit te breiden, ten slotte tot over de grens van het beheersbare. Het moederland kan dan de morele en materiële inspanningen niet meer opbrengen en daarmee is de afbraak begonnen.

Het boek maakte furore. Maar toen viel de Berlijnse Muur en daarmee was het tijdperk van de mondialisering en de Amerikaanse wereldhegemonie aangebroken. ,,Globalisation has a distinctly American face. It wears Mickey Mouse ears, it eats Big Macs, it drinks Coke or Pepsi and it does its computing on an IBM or Apple laptop. (...) In most societies people cannot distinguish any more between American power, American exports, American cultural assaults, American cultural exports and plain vanilla globalization. They are now all wrapped into one'', schreef Thomas L. Friedman in zijn The Lexus and the Olive Tree (1999). Friedman zag wel dat deze revolutie van het consumentisme op weerstand zou stuiten. Zijn olijfboom staat als symbool voor allerlei vormen van traditie, waarmee de mondialiseerders voorzichtig moeten omspringen. Maar de geest van de Roaring Nineties was niet ontvankelijk voor zulke overwegingen. De New York Times publiceerde in zijn kleurenmagazine fragmenten uit het boek en zette op het omslag een gebalde vuist in de kleuren van de Stars and Stripes. Opnieuw had Amerika een toppunt van wereldmacht bereikt.

Maar in het verleden behaalde resultaten geven geen garantie voor de toekomst. De overval van 11 september markeert niet alleen een nieuw keerpunt, maar is ook het bewijs dat al geruime tijd daarvoor Amerika zijn hegemonie had overschat, en zoals dat nu eenmaal daarbij hoort, zijn waakzaamheid had verwaarloosd. In een door de hele natie gedragen hermobilisatie maakte president Bush in Afghanistan korte metten met de aanvaller. En wat daarvan de oorzaken zijn, laat ik nu in het midden, maar een paar maanden later begon de oorlog in Irak. Die is met weinig ups en steeds meer downs uitgegroeid tot een zich dagelijks vergrotend wereldprobleem waarvan niemand de oplossing weet. Is it too late to win the war?, vraagt Time zich deze week in zijn omslagverhaal af. Het blad laat in een citaat de conclusie over aan een veteraan van deze oorlog. Na een opsomming van alle fouten en mislukkingen zegt hij: ,,We have failed the Iraqi people, and we have failed our troops.'' Dit inzicht breekt baan, terwijl de gevolgen van twee orkanen nog moeten worden geïnventariseerd. Volgens ieder opinieonderzoek is een groeiend aantal Amerikanen, nu ruim meer dan de helft, van mening dat, om het zo samen te vatten, the President has failed the nation. De signatuur die het bewind van Bush zich na vijf jaar heeft verworven, bestaat hierin dat hij met grote beslistheid en onverwoestbaar optimisme grote plannen aankondigt, waarna dan bij uitvoering blijkt dat ze niet doordacht zijn en meer chaos veroorzaken. Dat geldt voor de geweldige belastingverlagingen, zijn binnenlandse sociale politiek, bemoeiingen met de wetenschap, diplomatie in bondgenootschappelijk verband, en wat ons in Europa vooral aangaat, Irak.

Wat zich in Amerika voltrekt, gebeurt op een andere manier ook aan deze kant van de Atlantische Oceaan. Europa verliest zienderogen zijn laatste resten leiderschap. President Chirac is een verbruikte man. Premier Blair heeft zijn overtuigingskracht verloren. In Duitsland zijn ze na de verkiezingen aan het worstelen om een regering te vormen die nauwelijks een mandaat zal hebben om radicale hervormingen uit te voeren. Wij hebben een kabinet dat van zijn begin af lijdt onder een gebrek aan geloofwaardigheid.

Dit falen van de politiek, op uiteenlopende manieren maar overal in het Westen, voltrekt zich terwijl we ervan overtuigd zijn dat we één gemeenschappelijke vijand hebben: het terrorisme. Terwijl we ons maximaal proberen te beveiligen, tasten we hier en daar ons rechtssysteem aan. En na zoveel jaar ervaring weten we nog niet waar het vandaan komt. Ongeorganiseerde fundamentalisten? Al-Qaeda? Zijn het soennieten, sjiieten, wahabieten? Is Irak hun grote inspiratie en trainingskamp? Geen deskundige aan deze kant van de wereld is zo deskundig dat hij op deze vragen een overtuigend antwoord kan geven. Aangenomen dat er een overtuigend antwoord is.

De crisis die het Westen nu beleeft is anders dan alle voorgaande, omdat in alle hoofdsteden van het versnipperde bondgenootschap in principe dezelfde radeloosheid heerst, terwijl het leiderschap in Washington zich in een vergeefse oorlog verbruikt.

Het verschil met voorgaande omstandigheden is, dat er nu geen markante oppositie is die althans de hoop wekt, het beter te kunnen. We hebben ons in een steeg gemanoeuvreerd. Ik denk dat we voldoende vernuft en energie hebben om er op den duur weer uit te komen, maar niet met deze leiders.

    • H.J.A. Hofland