Europese midlifecrisis

Het kan snel gaan. Nog geen half jaar geleden dieselde de Europa-express schijnbaar onverstoorbaar in de richting van een nieuwe Europese Grondwet, van verdere uitbreiding en nòg meer wet- en regelgeving. Signalen dat niet iedereen instemde met wat Brussel over de burgers uitstortte, werden door de meeste politici genegeerd, inclusief de kopstukken. En toen werden dit voorjaar in Frankrijk en Nederland referenda gehouden over het nieuwe grondwettelijk verdrag voor Europa. De burgers in die landen zeiden `nee'. Hun nec plus ultra deed de trein abrupt stoppen.

Nationale en Europese politici zeiden het signaal te hebben begrepen. De Europese Commissie schrapt nu tientallen wetsvoorstellen om de bevolking te laten zien dat Brussel zich niet overal mee wil bemoeien. De Nederlandse staatssecretaris Nicolaï (Europese Zaken, VVD) weet inmiddels ook uit welke hoek de wind waait en noemde gisteren op een bijeenkomst in Rotterdam de Europese Unie ,,absoluut te bemoeizuchtig''. De uitbreiding van de Unie gaat hem ineens te hard en het landbouwbeleid vindt hij achterhaald. Zijn baas, minister Bot (Buitenlandse Zaken, CDA), een Europeaan in hart en nieren, verklaarde gistermiddag op een jublileumbijeenkomst van het Nederlands Genootschap voor Internationale Zaken dat het Nederlandse motto momenteel luidt: nationaal doen wat nationaal kan en Europees wat Europees moet.

Zo wordt de tering naar de nering gezet. Daar is niets mis mee, integendeel. Het is goed dat de Unie zich terughoudender opstelt met het uitvaardigen van nieuwe wetten en onzinnige voorstellen voor regelgeving intrekt. Zo'n actie met de stofkam had al veel eerder moeten gebeuren. Een paar kanttekeningen. Allereerst valt te betreuren dat het Europees Parlement niet vanaf het begin bij de saneringsoperatie is betrokken. Commissievoorzitter Barroso loopt nu letterlijk voor de troepen uit. Heeft hij bovendien bij het intrekken van de wetsvoorstellen wel geluisterd naar wat de lidstaten hiervan vinden? En wordt er voldoende opgelet dat er geen nuttige regelgeving overboord gaat?

Europa verkeert in een interessante fase van zijn bestaan. Minister Bot zei gisteren somber dat de EU een midlifecrisis doormaakt. Hij citeerde een van de grondleggers van de Unie, Jean Monnet, die ooit zei dat er twee soorten dynamiek bestaan: van de angst en van de hoop. Decennialang verkeerde Europa in de dynamiek van de hoop. Maar nu niet meer; nu regeert de angst, aldus Bot, die blij zei te zijn met de huidige contemplatiefase van de EU. De Europese regeringsleiders hebben tot volgende zomer een periode van bezinning en discussie ingelast. De bedoeling is goed, maar het valt te betwijfelen of de burgers op een Europa-debat zitten te wachten. Zij hebben meer behoefte aan helder leiderschap en oplossingen voor problemen als de werkloosheid.

Europa zonder de Unie is ondenkbaar en ongewenst. Maar de burger vindt als partner dat zijn contract met de Europese instellingen knelt en dat de communicatie met Brussel faalt. Een gelegenheid om de zaken principieel op een rij te zetten is de subsidiariteitsconferentie die Nederland en EU-voorzitter Groot-Brittannië binnenkort organiseren. In gewoon Nederlands is het subsidiariteitsprincipe het beginsel dat zaken die een lager orgaan kan doen niet door een hoger orgaan behoren te worden verricht. Meer nationaal en lokaal, minder Brussel: als dat de uitkomst van het debat is, valt het toe te juichen.