Eén kaping te veel breekt Somalische zeerovers op

Somalische kapers gijzelen al ruim drie maanden een Keniaans schip met voedsel van de Verenigde Naties. Een tweede kaping drijft de piraten in het nauw.

Somalische piraten hebben zichzelf in de vingers gesneden toen ze vorige week met hun drie maanden geleden gekaapte boot een nieuw schip kaapten. De kaping van eerste schip is niet politiek geladen want de lading behoort aan de Verenigde Naties. Maar de tweede gekaapte boot is van een Somalische eigenaar en dat heeft gevolgen voor de machtsstrijd tussen de clans en subclans in het land.

Op 27 juni kaapten militiestrijders uit Midden-Somalië het eerste schip, de Semlow. Aan boord waren tien bemanningsleden en 850 ton rijst, bestemd voor de 27.000 slachtoffers van de tsunami aan de Somalische kust. Aanvankelijk leek de kaping snel te worden opgelost toen de kapers ermee instemden om de rijst niet onder de slachtoffers van de zeebeving te distribueren maar onder de bewoners van Midden-Somalië. De VN en de regering van Kenia die met de piraten onderhandelt omdat het schip van een Keniaanse eigenaar is, accepteerden het akkoord. De kapers schroefden hun eisen echter na enkele weken op en gingen losgeld eisen, een eis die ze weer inslikten nadat de VN afwijzend hadden gereageerd.

De kaping leek zijn einde vorige week te naderen toen het schip een haventje binnenvoer in Midden-Somalië om het voedsel af te leveren. Maar er kwam een kink in de kabel toen de piraten toch weer losgeld gingen eisen. ,,Ze wilden schadevergoeding'', vertelt een medewerker van de VN. ,,Ze zeiden: `we hebben drie maanden goed op het schip gepast en de bemanning gevoed en daar willen we geld voor'.'' De onderhandelingen werden daarop afgebroken. De autoriteiten in de haven dreigden het schip te bestormen, waarna de boot het ruime sop weer koos.

Het is de eerste keer dat een door de VN gehuurd schip is gegijzeld. De VN zijn niet rechtstreeks betrokken bij de onderhandelingen om een eind te maken aan de kaping. De besprekingen worden gevoerd door de Keniaanse en de Somalische regeringen. De Somalische overgangsregering oefent echter slechts beperkte controle uit in het land. De eigenaar van het schip stond er tot voor kort op dat er geen geweld zou worden gebruikt om de kaping te beëindigen.

Marineschepen en vliegtuigen van Amerika, Duitsland, Frankrijk en Italië patrouilleren intensief langs de lange kusten van Somalië als onderdeel van de internationale operatie tegen terroristen. Zij houden schepen aan en controleren of terroristen van het chaotische Somalische grondgebied gebruik maken. De aanslagen in 1998 op Amerikaanse ambassades in Kenia en Tanzania werden deels in Somalië voorbereid. Volgens bronnen binnen de VN is er overwogen om geweld te gebruiken tegen de piraten. De Franse marine zou hebben aangeboden het schip te bestormen.

De kaping van het tweede schip vorige week heeft een geheel nieuwe draai gegeven aan het gijzelingsdrama. In Somalië hebben politiek, geweld, clanafkomst en handel altijd met elkaar van doen. Het tweede gekaapte schip dat geladen is met cement, is van een Somalische eigenaar. Nu heeft de subclan van de piraten de woede gewekt van de subclan van de eigenaar. Goederen van de subclan van de piraten lopen nu het gevaar te worden geconfisqueerd door leden van de subclan van de eigenaar. Een VN-medewerker: ,,De lading van het eerste schip was van de VN en in de Somalische context betekent dit dat het van niemand en dus iedereen is. Er waren dus geen problemen toen het eerste schip werd gekaapt. Maar met de tweede kaping maakten de piraten een grove fout.''

    • Koert Lindijer