Zeggekorfslak legt het af tegen snelweg

De korenwolf wist de aanleg van een groot bedrijventerrein in Limburg lang tegen te houden. De modderkruiper zat op zijn beurt de Betuwelijn dwars. En pas na veel juridisch getouwtrek verloor de zeggekorfslak het uiteindelijk van de nieuwe snelweg A73.

Maar bouwers en bestuurders hoeven niet meer te schrikken als iemand beweert zo'n slak te hebben gezien bij een geplande snelweg, of een kamsalamander in de buurt van een bouwproject. Minister Veerman (Natuurbeheer, CDA) zal het beleid voor bedreigde diersoorten wijzigen, zo maakte hij gisteren bekend. Zeldzame planten en dieren worden straks per leefgebied beschermd. ,,Bouwers weten voortaan waar ze niet moeten zijn'', zei directeur natuur Raaphorst van het departement gisteren.

Natuurbeheerders in Nederland hebben zich lang gericht op het behoud van een enkele plant- of diersoort, zelfs tot op losse exemplaren, zonder zich in alle gevallen te bekommeren over het gebied waar het plantje of diertje zich bevindt. De bescherming van zeldzame diersoorten werd daardoor de afgelopen jaren het mikpunt van spot, stelde het Milieu- en Natuur Planbureau enkele weken geleden. Hoe is het mogelijk dat een dichtbevolkt land, bij wijze van spreken, zijn ruimtelijke ordening laat bepalen door een enkele loslopende korenwolf?

Maar het beleid was vooral niet effectief, schrijft minister Veerman van Landbouw in een brief aan de Tweede Kamer. Zó weinig effectief dat het ,,onvoldoende bijdraagt'' aan het streven om in 2010 het verlies aan biodiversiteit in Nederland een halt te hebben toegeroepen. In 2020 moet de diversiteit aan plant- en diersoorten weer op het peil van 1982 zijn gebracht.

Nederland kent naar schatting 35.000 tot 42.000 plant- en diersoorten. Op grond van de Flora- en faunawet zijn ongeveer vijfhonderd daarvan beschermd. Met zijn nieuwe koers wil Veerman voor zo'n driehonderd soorten een leefgebied aanwijzen. Deze soorten staan op de zogeheten `Rode Lijsten' en zijn vermeld in Europese en nationale wetten en regels.

Veerman overweegt tien typen leefgebied in te voeren: heuvelland, kustgebied, droge zandgronden, natte heide en hoogveen, beekdalen, moerassen, grote wateren, agrarisch landschap, rivierenlandschap, en natte natuur. In de leefgebieden worden de condities gemaakt om de terugkeer van verdwenen soorten mogelijk te maken en een gezonde populatie op te bouwen.

Daarbuiten hoeft bijvoorbeeld de ontdekking van een beschermde vleermuis niet te leiden tot het blokkeren of vertragen van bouwactiviteiten.

    • Arjen Schreuder