Veelzijdig toneel- en filmregisseur

Toneel- en filmregisseur Willem van de Sande Bakhuyzen is vanmorgen in Amsterdam overleden. Hij is 47 jaar geworden. Hij was al geruime tijd ernstig ziek. Zijn film Leef! gaat woensdag in première op de openingsavond van het Nederlands Filmfestival in Utrecht. Begin volgend jaar komt nog Ik omhels je met duizend armen uit. Van de Sande Bakhuyzen werd vooral bekend door zijn regies van het dramawerk van Maria Goos. Na een steeds succesvoller loopbaan als toneelregisseur, en na zich langzaam te hebben `geoefend' met veelgeprezen en bekroonde tv-series als Pleidooi, Oud Geld en Bij ons in de Jordaan, richtte Van de Sande Bakhuyzen zijn aandacht de laatste jaren vooral op de bioscoop. Bij de verfilming van het toneelstuk Familie voor televisie (2001) was een roulement in de bioscoop al zijn `geheime agenda', zei hij in een interview met deze krant. Hij maakte sindsdien in vijf jaar tijd vijf films – een aantal waarmee hij zelfs veelfilmer Theo van Gogh overtrof.

De Arnhemse regisseur studeerde aan de toneelschool van Maastricht, waar hij in dezelfde klas zat als Gijs Scholten van Aschat en Peter Blok, acteurs die daarna geregeld in zijn werk opdoken. Met hen werkte hij bijvoorbeeld bij Orkater waar hij muziektheaterstukken als De formidabele yankee regisseerde. Ook Maria Goos, echtgenote van Peter Blok, zat in Maastricht bij hem op school. Deze vier vormden de kern van een hechte vriendengroep die steeds in dezelfde televisieseries, films en toneelstukken opdook.

Van de Sande Bakhuyzen maakte graag artistiek theater voor een groot publiek. Hij was een regisseur die zich dienstbaar opstelde aan de tekst en de acteurs. Hij had niet de drang om, zoals leeftijdgenoten als Gerardjan Rijnders en Ivo van Hove, zelf een sterke vorm of visie aan de toneelstukken op te leggen. Van Maria Goos regisseerde hij de grote kaskrakers Familie (2000) en Cloaca (2002), die ook beide verfilmd werden. Vooral Cloaca trok voor toneel ongekende aantallen toeschouwers. Overigens weerhield zijn dienstbare opstelling hem er niet van een sterk stempel op de toneelstukken te drukken. Anders dan haar reputatie doet vermoeden maakt Goos geen well made plays, ze is geen sterke plottenbakker maar leverancier van levensechte dialogen. Het is de grote verdienste van Van de Sande Bakhuyzen dat die toneelstukken toch zo geramd in elkaar zitten.

Als filmmaker leunde hij aanvankelijk sterk op zijn toneelervaring. In de verfilmingen van Familie (2001) en Cloaca (2003) is de mise-en-scène bescheiden en dienstbaar aan de dialogen die Goos de acteurs in de mond legde. Dat was ook de kritiek die in de filmwereld te horen viel: dit was geen film, dit was gefilmd toneel. Dat stak Van de Sande Bakhuyzen. Hij zei daarover in het interview met deze krant: ,,Ik dacht vroeger altijd dat film een geheim genootschap was waar ik geen deel van uitmaakte. Mensen met geheime codes die buitenstaanders weerden. Ik probeerde al jaren via de voordeur de filmwereld binnen te komen, diende het ene na het andere project in bij het Filmfonds, maar ze werden steeds afgewezen.'' Het bijtend-geestige Cloaca, geproduceerd als tv-film, was de sleutel van de voordeur. Weliswaar werden de film en zijn maker genegeerd bij de belangrijkste Nederlandse filmprijzen, de Gouden kalveren in Utrecht, en ging alleen een speciale juryprijs naar de cast, toch kreeg Cloaca louter lovende kritieken en was hij uiterst succesvol bij het publiek (bijna 135.000 bezoekers).

Van de Sande Bakhuyzen kreeg nu ineens jaloersmakend gemakkelijk subsidies voor zijn filmprojecten. En hij had een stap verder in de echte filmwereld gezet; de scenario's voor zijn eerstvolgende projecten waren niet eerst toneelstukken geweest. Dit voorjaar kwam Lepel uit, een melancholieke jeugdfilm, die in dat opzicht scherp afstak tegen de onbezorgde familiepret van de Kameleonfilms, de Pietje Bells en de Annie M.G. Schmidt-verfilmingen van de laatste jaren. Lepel is door de toon, kleuren en echte, wijde scènes een doorbraak in de filmstijl van Van der Sande Bakhuyzen. Hij maakte zich hier los van de zinnen uit het scenario en ging kijken, luisteren, fílmen. Zelf had hij van Leef! de grootste verwachtingen. De productie van Leef!, wel naar een scenario maar niet naar een toneelstuk van Maria Goos, noemde hij in deze krant een `foutloos parcours' ,,Leef! overtreft alles wat ik tot nog toe heb gemaakt.''

Maar intussen was al een ongeneeslijke vorm van kanker bij hem geconstateerd die zijn verkenningen in die nieuwe wereld genadeloos afsneed. Hij zegde tv- en toneelprojecten af om meer tijd te kunnen doorbrengen met zijn kinderen en zijn geliefden.

Van de Sande Bakhuyzen wilde per se Leef! afmaken, al moest hij voor de zekerheid een hulp-regisseur inschakelen voor het geval zijn ziekte hem tijdens de productie zou inhalen. Hij bleef onverwachts langer energiek dan zijn artsen hem hadden voorspeld. Zo energiek dat hij ook nog de opnames kon leiden van Ik omhels je met duizend armen, naar een boek dat Ronald Giphart schreef over de euthanasie van zijn moeder.

Dat was dus zijn vijfde film in vijf jaar tijd. ,,Ik ben eindelijk aangekomen waar ik altijd wilde zijn'', zei Van de Sande Bakhuyzen hierover in februari van dit jaar. ,,Alleen nu weet ik niet hoelang het nog duurt.''

    • Wilfred Takken
    • Bas Blokker