Toverachtige `Stimme' van Wolfgang Rihm

Reinbert de Leeuw en het Schönberg Ensemble openden gisteren de Tijdgenoten-serie in het Amsterdamse Concertgebouw met werk van oude bekenden, die voor de serie en voor het ensemble in het verleden gezichtsbepalend zijn geweest.

Een van de hoogtepunten van het concert was Eine Stimme (2004) van Wolfgang Rihm. In dit werk nam de voortreffelijk zingende mezzosopraan Margriet van Reisen plaats tussen de leden van het ensemble. Met haar woordloze partij maakte ze zich steeds verbazingwekkend vloeiend los uit de ensembleklank, om er vervolgens weer mee samen te smelten tot één stem. Rihmiaans toverachtig was een stilstaande passage met gestreken bekkens en andere ruisachtige klanken.

Vergeleken met deze subtiele spanning klonk Rihms Nach-Schrift (1982/2004), waarmee het concert begon, als een ongecompliceerde snelkookpan. De combinatie van hoog razende partijen (vooral in de piano indrukwekkend) met een traag voortschrijdende basis creëerde een hoge druk, die echter nergens naartoe kon of ging. Het stuk was vooral een lekkere binnenkomer.

Een taaie kluif was Dark Crossing (2001) van de Engelsman Mark-Anthony Turnage. Het weldadige bad dat Turnage aan het begin suggereert, blijkt al snel vol te zitten met dikke, plakkerige draden die zich moeizaam voortslepen, zelfs als het werk in het tweede deel ritmisch levendiger wordt. Van de componisten op het programma is Turnage degene die zich het meest op melodische en ritmische gebaren concentreert, en minder op timbre per se. Maar juist met een lichtere en vooral meer gedifferentieerde klank had hij het geheel waarschijnlijk verteerbaarder kunnen maken.

Sofia Goebaidoelina maakte met Risonanza (2001), dat het Schönberg Ensemble als opgedragene al eerder speelde, een intrigerend pleidooi voor alle tonen die buiten het Westerse systeem van de gelijkzwevende stemming vallen. De microtonen werken in haar compositie echter steeds duidelijk als afwijking of ondermijning van dat systeem, en bevestigen de hegemonie ervan dus ook voortdurend.

Uitstekend was de uitvoering van György Kurtágs Grabstein für Stephan (1979/89). Gitarist Paul van Utrecht, de `solist', hoefde niet veel meer dan zes open snaren aan te tokkelen, maar daaromheen spon zich, ook boven en achter het publiek, een roerend duistere compositie, met halverwege een angstaanjagend pandemonium van percussie, stadiontoeters en fluitjes.

Concert: Schönberg Ensemble o.l.v. Reinbert de Leeuw. Werken van Rihm, Turnage, Kurtág en Goebaidoelina. Gehoord: 26/9 Concertgebouw, Amsterdam. Opname VPRO Radio 4.

    • Jochem Valkenburg