Tegenvallers

Zelfs media die de afgelopen twee jaar van harte geoefend zijn geraakt in hun kritiek op Balkenende II moesten na prinsjesdag en de algemene beschouwingen vaststellen dat hij en zijn ploeg het er deze keer aardig van af hadden gebracht. Bliksemonderzoek naar de opinie van het publiek leidde tot een vergelijkbaar ongewoon positieve uitkomst.

De verdedigingslijn was vooraf bekend. Na twee jaar zuur dat nodig was, komt nu dan het zoet. De olieprijs rijst de pan uit, maar de overheid zit er met de aardgasprijs als stille begunstigde naast, dus kan er of dat nu incidentele baten zijn of niet straks het een en ander worden gecompenseerd. Wie weet valt er voor de volgende Tweede-Kamerverkiezingen (mei 2007) electoraal dus alsnog aardig wat te verbeteren.

Het zou helpen wanneer VVD-kopstukken als minister Hoogervorst, de man van het kotsgebaar en de as op het hoofd erna, en fractievoorzitter Van Aartsen, de man die zó hard op weg is naar het partijleiderschap dat hij zijn fractie er soms uitloopt, dan ook het hoofd koel hielden. Dan hoefden we, twintig jaar na zijn afscheid van de nationale politiek, niet wéér te horen dat `Heintje' Wiegel, nu aangaande het rekeningrijden, zijn ordenende hand binnen de VVD heeft laten werken en dat hij er wéér over nadenkt nog eens VVD-lijstrekker te worden.

Toch nog kans op electoraal herstel voor Balkenende II, op tijdig herstel voor 2007, misschien? Nieuw optimisme in de regeringscoalitie? Nee, niet echt, want iedereen vreest de maandenlange chaos die de stelselwijziging volksgezondheid volgend jaar gaat opleveren, wat haar waarde ook mag zijn op langere termijn. En iedereen vreest de publieke narigheid die de hoge olieprijs, waarvan niet alle gevolgen te compenseren zijn, en de gelijktijdige verandering van het WAO-regime en allerlei VUT- en pensioenarrangementen gaan betekenen. Bovendien: sinds 18 september zit Nederland, dat nogal afhankelijk is van de staat van de Duitse economie, met het ongemak dat de op voorstel van kanselier Schröder vervroegde Bondsdagverkiezingen daar waarschijnlijk slechts tot een grote coalitie van CDU/CSU en SPD zullen voeren.

Even naar Duitsland, waarvan Balkenende tot 2007 beter niet al te veel moet verwachten. Een tegenvaller. Want verkeken lijkt daar voorlopig de kans op nieuw beleid en hervormingsimpulsen. Besluiteloosheid en stagnatie hebben in plaats daarvan op nationaal niveau een politieke structuur gekregen. In een gepolariseerde sfeer en bij een verder gedaald vertrouwen in `de politiek' moeten de twee grote volkspartijen, die elkaar het meest te verwijten hadden, samen regeren. De enige winnaars, de liberale FDP en Die Linke van de vroegere SPD-voorzitter Lafontaine en PDS-man Gysi, kunnen dadelijk vanuit de oppositie met scherp gaan schieten. Zonder hun realistische kopstuk Joschka Fischer, die zich al voor alle partijfuncties heeft afgemeld, zouden de Groenen zich in de oppositie wel eens als milieupartij kunnen gaan herprofileren.

Toen SPD-kanselier Willy Brandt in 1974 aftrad om plaats te maken voor Helmut Schmidt, liet deze aan hem het in Duitsland belangrijke partijvoorzitterschap. Onder Brandt, en door hem aangemoedigd, kwamen zijn Enkel, zijn politieke kleinkinderen, naar voren als nieuwe SPD-generatie. Zij zouden in 1982 mede de hand hebben in de val van Schmidt als kanselier. En vervolgens lange jaren de tanden stukbijten op CDU-kanselier Kohl (1982-'98) en overigens vooral elkaar naar de keel grijpen.

Alleen Gerhard Schröder en Oskar Lafontaine, zestigers die elkaar nu openlijk haten, zijn in het eerste gelid over van dat vrolijke clubje dat Brandt zijn SPD naliet. Curiosum: Lafontaine, die in 1990 als SPD-lijsttrekker de eerste verkiezingen in het eengeworden Duitsland verloor (van Kohl), onder meer omdat hij niet zo enthousiast over die eenwording was, heeft de SPD verlaten en is, met Gysi, een van de darlings van de Oost-Duitse kiezers geworden. Meer nog: hun succes in de stembus heeft Schröder misschien net de das omgedaan. Tegen die achtergrond valt wel iets te begrijpen van de woede die de opportunistische machtspoliticus Schröder de afgelopen dagen vertoonde. Het was hem immers, na zijn miraculeuze overwinning in 2002, bijna wéér gelukt. Op een paar zetels na. Na een gewiekste persoonlijke campagne, die mogelijk extra effectief was doordat hij tegen CDU-lijsttrekker Angela Merkel ging. Opiniepeilingen zeggen daarover niets, maar in een burgerlijk land als Duitsland maakt het wat uit dat velen in haar vooral een grijzige, tweemaal getrouwde maar kinderloze vrouw uit de vroegere DDR zagen. Daar woont slechts een vijfde deel van de kiezers, de grote electorale klappen moesten dus in West-Duitsland worden gemaakt. Schröder roept dat hij kanselier wil blijven, maar zijn partijgenoten beginnen hem daarin al zachtjes af te vallen. Zo meteen vertrekt hij. Hij zal niet erg worden gemist, ook niet in Den Haag, waarvoor zijn laatste politieke avontuur in de hoofdgroep tegenvallers eindigde.

J.M. Bik is medewerker van NRC Handelsblad.

    • J.M. Bik