Poolse afrekening

Een opkomst van minder dan veertig procent en een uitkomst die gevolgen heeft tot ver over de grenzen. Polen heeft eergisteren parlementsverkiezingen gehouden, en het resultaat ervan dendert nog wel even na. De kiezers die de moeite namen naar de stembus te gaan, hebben de rechts-conservatieve oppositiepartij Recht en Rechtvaardigheid met 26,8 procent van de stemmen aan de macht geholpen.

Het land lijkt daarmee definitief te hebben afgerekend met de communisten van voor de val van het IJzeren Gordijn en met hun politieke erfgenamen, de regerende sociaal-democraten. Die kregen zondag ruim elf procent van de stemmen. Het rechts-liberale Burgerplatform kwam op ruim 24 procent en zal waarschijnlijk met Recht en Rechtvaardigheid een coalitie vormen. Derde in grootte werd een radicaal-populistische boerenpartij. De `anti-Europese liga van Poolse families' wist ook flink te scoren. Met de sociaal-democraten op de vierde plaats is Polen anno 2005 een rechts-conservatief land zonder sterke linkse oppositie.

Deze politieke aardverschuiving hebben de sociaal-democraten aan zichzelf te danken. Een werkloosheid van achttien procent en voortwoekerende corruptie is hun terecht op een afrekening in het stemlokaal komen te staan. Jaren na dato krijgt de voorvechter van Polens vrijheid, Lech Walesa, alsnog zijn zin. Zowel Recht en Rechtvaardigheid als de rechts-liberalen van Burgerplatform stammen in directe lijn af van Walesa's vrije vakbond Solidariteit.

President Alexander Kwasniewski, een voormalig communist, heeft afgedaan. Hij had zondagavond wel gelijk met zijn verwijt aan de Polen die niet waren gaan stemmen. Een opkomst van 39 procent bij democratische verkiezingen is een schande voor een land waarin de roep om vrijheid en democratie al zo lang en zo intens klinkt. Maar ook de president faalde met de aanpak van werkloosheid en corruptie. Onder zijn bewind groeide het cynisme jegens de politiek. Daar was reden toe: regerende Poolse politici hebben het er de laatste jaren flink van genomen. Er ging geen maand voorbij zonder een corruptieschandaal.

Polen ligt midden in Europa. Het heeft machtige buren – Rusland, Duitsland – met wie de betrekkingen niet zo goed zijn. Het is met zijn 38 miljoen inwoners een belangrijke EU-lidstaat. Economisch heeft het potentie, maar de tragiek wil dat dat vermogen al jarenlang wordt onderbenut. Een nieuwe generatie politici mag het nu proberen. Hoofdrollen zijn weggelegd voor de gebroeders Jaroslaw en Lech Kaczynski van de Recht en Rechtvaardigheidspartij, een politieke tweeling die kans maakt op zowel het ambt van premier als president. Hun conservatief-moralistische gedachtegoed zullen ze moeten mengen met het liberalere programma van Burgerplatform.

De twee partijen dienen snel ernst te maken met economische liberalisering, bestrijding van de werkloosheid en corruptie en herstel van het vertrouwen in de politiek. Een betere relatie met Duitsland, dat door toedoen van bondskanselier Schröder meer in Moskou dan in Warschau was geïnteresseerd, is dringend gewenst. De Poolse inbedding in de EU biedt economisch kansen, maar schept ook een verplichting: meedoen met Europa.