Petzliese! Tiran!

Günter Grass, groot schrijver en Nobelprijswinnaar, noemt Angela Merkel, leider van de Duitse christen-democraten, een `Petzliese'. Je snapt meteen dat het weinig fraais betekent, maar het staat niet in mijn Duits-Nederlandse woordenboek. Een Petze is een teef of een berin, op het schoolplein betekent het ook klikspaan of verraadster, en een Liese is een meid, wicht of domme gans. Hou het maar op klikspaan of valse teef. Een dichter zou misschien, op de klank afgaand, bij `pestluis' uitkomen.

Die Zeit: ,,En als zij nu kanselier wordt?''

Grass: ,,Goed, dan moeten we met een Petzliese als kanselier leven... Himmelherrgott! Schröder is een natuurtalent... Laten we toch bij die man blijven.'' Omdat hij talent heeft, Scheisse aan de Merkel-stemmers.

Van haar kant bestempelt, ook in Die Zeit, Duitslands bekendste feministe, Alice Schwarzer, bondskanselier Schröder als een tiran. In zijn universum heerst volgens haar zijn wet, zowel thuis als in het Kanzleramt. ,,Bij een huiselijk drama vermoordt een man zijn vrouw als zij gaat (op z'n Turks: eerwraak), bij dit politieke gezinsdrama wil hij haar vermoorden omdat zij komt.''

Petzliese tegen tiran, zwart tegen rood, vrouw tegen man, hard tegen hard: vrolijk word je niet van de politieke omgangsvormen in Duitsland.

Hallo, zegt de buurvrouw dan, kan het wat minder luidruchtig daar? Ik geloof niet dat Merkel een boegbeeld van het feminisme is (elke vrouw zou de seksistische laster van de Herren macho-politici ten deel zijn gevallen) en ik geloof evenmin dat Schröder een door machtswellust gedrogeerde dictator is.

Nu ja, het zal, na veel laweit, wel uitdraaien op een grote coalitie. En wij kunnen ons als mede-Europeanen weliswaar zorgen maken over politieke instabiliteit in Duitsland, maar over de democratie in dat land als zodanig hoeven we ons vooralsnog echt niet nerveus te maken. Op dat punt past veeleer grote bewondering voor wat in de Bondsrepubliek tot stand is gebracht. Maar tegelijk: dat houdt geen garanties in voor de toekomst.

Juist daarom denk ik – als me betrokken voelende buitenstaander – dat Schröder zich heeft gediskwalificeerd, toen hij na de onduidelijke verkiezingsuitslag van 18 september bralde dat ,,niemand behalve ik'' in staat is een stabiele regering te vormen. ,,Niemand behalve ik!'' Hij had immers – vergeleken met de peilingen – gewonnen en Merkel – vergeleken met de peilingen – verloren?

Maar peilingen tellen niet, CDU/CSU hebben de meeste zetels in de Bondsdag gekregen. Dus de kiezers hebben het initiatief bij Merkel gelegd. Bovendien had Schröder de verkiezingen geforceerd, omdat hij voor zijn rood-groene coalitie onvoldoende draagvlak meer had. De kiezers bevestigden die veronderstelling.

Uit democratisch oogpunt is de reactie van de kanselier dan ook onvoorstelbaar. Zijn conclusie behoorde te luiden. ,,U heeft mij helaas weggestuurd. Nou tabee dan. Mocht mevrouw Merkel geen coalitie kunnen vormen die over een meerderheid beschikt, dan zou een ander uit haar partij, of als dat ook niet gaat iemand uit mijn eigen SPD het kunnen proberen. En dan is er nog de optie van nieuwe verkiezingen. Maar ik ben weg, meine Damen und Herren. Auf Wiedersehen. Tschüs!''

Zo hoort het. Democratie is het recht van de bevolking om haar regering te beoordelen en heen te zenden, de enige effectieve methode om ons tegen machtsmisbruik van regeerders te beschermen. Terzijde: in Buitenhof zei Francis Fukuyama zondag dat het Westen een grote fout heeft gemaakt door in Algerije de militairen te helpen verhinderen dat de moslimfundamentalisten van het FIS via verkiezingen aan de macht kwamen. Ik heb daar mijn twijfel over. Het FIS wil een theocratische tirannie vestigen en is dus niet bereid de macht ooit vrijwillig weer af te staan. Toch is dat – zie Iran, zie Castro – de lakmoesproef.

Men kan zeggen: dit voert allemaal wel wat ver als we het over Schröder hebben.Anders dan bij Alice Schwarzer komt het in mijn hoofd niet op de kanselier als een tiran voor te stellen. Ik zou, in het theoretische geval dat ik in Duitsland had mogen stemmen, waarschijnlijk SPD hebben gekozen. Maar voor de redenering maakt dat geen verschil. Het ergste is namelijk dat de bondskanselier tegenover Merkel beweerde dat zij ,,de aanspraak op de macht niet op louter formalistische gronden kan maken''. Hij bedoelde dat CDU/CSU samen weliswaar de grootste fractie zijn, maar afzonderlijk genomen kleiner dan de SPD. Nu is deze kwestie in een stelsel als het Duitse (en het Nederlandse) ingewikkelder dan in een tweepartijensysteem waarbij geen diverse coalities mogelijk zijn en de winnaar automatisch gaat regeren. Maar hoe dan ook, wat als een graat in de keel blijft steken is het wegwerpende begrip `formalistisch'.

Ook zonder allerlei alarmerende maar onterechte historische parallellen te trekken – zoals die met de republiek van Weimar – is de kwalificatie van een verkiezingsuitslag als een `formalistisch' gegeven ontoelaatbaar. Misschien was het een brooddronken verspreking. In ieder geval duidt het op een tijdelijke terugval in een marxistisch leerstuk over het onderscheid tussen formele en materiële democratie, formele en materiële vrijheid. Volgens dat leerstuk komt de formele vrijheid, als het daarbij blijft, neer op het gelijke recht van armen en rijken om onder bruggen te slapen of uit vuilnisbakken te eten. Maar zelfs de Linkspartei, die profiteerde van het sociale protest tegen de Duitse hervormingspolitiek van werklozen en laagbetaalden, zal het onderscheid tussen formele en materiële rechten niet meer maken. De historische ervaring heeft uitgewezen dat de `formele' democratie de enige mogelijkheid biedt tot duurzame maatschappelijke verbeteringen en tot de bestrijding van ongelijkheid en onvrijheid.

Daarom veroorloof ik me nog twee opmerkingen bij de Duitse verkiezingen. Ten eerste: de uitsluiting van Linkspartei past op den duur niet in een parlementair systeem, tenzij die partij zich tegen de democratie zelf richt. Is de Linkspartei een `gewone' links-populistische partij, zoals in Nederland de SP of in Frankrijk de Parti Communiste, dan is een integratie ervan in het politieke systeem wenselijk. Ten tweede: de mogelijkheid van een linkse meerderheidsregering (inclusief Linkspartei) is levensgevaarlijk. Dan heb je in Duitsland voor je het weet de `Politik der klare Fronten'. En dan blijft het niet bij scheldpartijen over de Petzliese en de tiran.