Kopzorg voor ABN

Nu ABN Amro eindelijk de zeggenschap over de Italiaanse bank Antonveneta heeft verkregen, wil de Nederlandse bank waarschijnlijk graag zo snel mogelijk alles vergeten over de bonte stoet personages die haar van haar aanwinst probeerde te beroven.

Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. ABN Amro zal van Antonveneta een belang van 7 procent erven in Hopa, een niet-beursgenoteerde houdstermaatschappij van Emilio Gnutti. Deze controversiële zakenman was een van de belangrijkste figuren in het anti-ABN Amro kamp van Banca Popolare Italiana (BPI). Gnutti is veroordeeld wegens voorkennis bij de handel in aandelen en is tijdelijk op non-actief gesteld door rechters die de biedingsstrijd onderzoeken.

En daar blijft het niet bij. Hopa lijkt te zijn gefinancierd door alle Italiaanse vijanden van ABN Amro. BPI staat vermeld als aandeelhouders met een belang van 5,4 procent. En hoewel Stefano Ricucci, de vastgoedmagnaat die een sleutelrol speelde in het verzet tegen ABN Amro, zijn belang in Hopa heeft verkocht, zit zijn adviseur Ubaldo Livolsi nog steeds in het bestuur.

En tenslotte zijn het niet alleen de zakelijke vijanden van ABN die zich in Hopa verenigd hebben, maar ook de politieke. De regering van Silvio Berlusconi – die weigerde het overnamebod van ABN Amro te steunen – is goed vertegenwoordigd, want de bedrijven van de premier bezitten 5 procent van de Hopa-aandelen.

Gezien deze verzameling mede-eigenaren kan ABN Amro in de verleiding komen om problemen te veroorzaken door zetels in het bestuur op te eisen. Maar in feite is de belegging eerder een kopzorg dan een buitenkansje. Er kan veel geld mee zijn gemoeid. Op basis van de 89 miljoen euro die Berlusconi in 2002 voor een pakket van 2,5 procent betaalde, kan het belang van ABN Amro/Antonveneta 250 miljoen euro waard zijn. Maar het zal niet makkelijk zijn een koper te vinden voor een minderheidsbelang in een niet-beursgenoteerde onderneming. Het aanbieden van het belang aan Gnutti zal te weinig opleveren.

Maar ABN Amro kan de aandelen ook aan Deutsche Bank aanbieden. De Duitsers waren immers bereid veel geld op tafel te leggen voor niet-beursgenoteerde belangen van BPI tijdens de overnamestrijd. Als de bank dat voor de Italianen over had, waarom dan niet voor de Nederlanders?

Onder redactie van Hugo Dixon. Voor meer commentaar: zie www.breakingviews.com. Vertaling Menno Grootveld.

    • Jonathan Ford
    • Camilla Palladino