Herziening als panacee voor fouten door OM 1

Tijdens het debat in de Tweede Kamer over de Schiedammer parkmoord memoreerde minister Donner de herzieningsprocedure als een van de oplossingen voor herstel van door het OM veroorzaakte fouten.

Mocht er onverhoopt toch iets fout zijn gegaan, of de rechter onvolledig zijn voorgelicht, dan kan de veroordeelde onder de voorwaarde dat hij een dergelijke dwaling aannemelijk kan maken via een herziening in rechte hersteld worden. In Nederland is er dus niets aan de hand met opsporing en vervolging.

Ik roep de gang van zaken rond de Deventer moordzaak in herinnering. Ook daar dook opeens een bloedvlekje op dat als nieuw bewijs in de herzieningsprocedure tegen de reeds veroordeelde mr. L. werd gebruikt. Deze fiscaal-jurist werd door de Hoge Raad tot de herzieningsprocedure toegelaten, omdat gebleken was dat het mes dat enige dagen na de moord in de Gibsonstraat te Deventer was gevonden, niet het moordwapen kón zijn. Hij had in herziening dus vrijgesproken moeten worden. Maar dat gebeurde niet. De herzieningsprocedure werd hier door het OM ten onrechte als tweede vervolgingsmogelijkheid aangegrepen. Door het OM werd bewijsmateriaal aangevoerd dat allang bij het OM of het NFI bekend had kunnen zijn, indien het opsporingsonderzoek correct was uitgevoerd.

Het Hof Den Bosch ging geruisloos in deze door het OM aan zichzelf toegeëigende herkansing mee. Het accepteerde het `nieuwe' bewijs ten nadele van de veroordeelde zonder enig probleem en zat daarmee in de verkeerde procedure. Begin dit jaar heeft de Hoge Raad in een cassatiearrest deze gang van zaken goedgekeurd. (Voor details, zie mijn artikel over Dwalingsherziening in het Nederlands Juristenblad van 17 juni 2005).

De suggestie van minister Donner dat de herzieningsprocedure een adequaat rechtsmiddel is voor een onterecht veroordeelde, bleek, tenminste in de Deventer moordzaak, door de opvatting van de Hoge Raad een dooie mus te zijn.

    • Dr. C.P.M. van Houte