Gebrek aan warm water nekte Rita

Waarom arriveerde orkaan Rita zaterdagochtend veel zwakker voor de kust van Texas en Louisiana dan een paar dagen daarvoor nog werd gevreesd? Niet met kracht vier, maar slechts met kracht drie? Daarover breken Amerikaanse meteorologen zich het hoofd. Nog nagloeiend van trots over de wijze waarop baan en kracht van Katrina waren voorspeld, zitten ze nu met een kleine wetenschappelijke kater. De baan ging goed, de kracht klopte niet.

Chris Davis, meteoroloog van het National Center for Atmospheric Research in Boulder, erkent desgevraagd per e-mail dat ,,de ontwikkelingen in een aantal opzichten vreemd waren''. Davis: ,,De windsnelheden in de cycloon waren lager dan je zou verwachten bij de waargenomen extreem lage druk in het oog van de orkaan.''

Er hebben, meent hij, drie factoren een rol gespeeld bij de onverwachte ontwikkelingen. ,,De baan die de cycloon kiest, is bepalend voor de hoeveelheid warm oceaanwater die hij zal tegenkomen. Uiteindelijk onttrekt de cycloon zijn energie aan de warmte van het water.'' Het gaat er daarbij, zegt Davis, niet alleen om hoe warm het zeewater aan de oppervlakte is. Van belang is ook tot welke diepte het water warm blijft. ,,Is er maar een dunne, oppervlakkige warme laag dan zal die onder het geweld van de passerende cycloon snel afkoelen door menging met dieper, kouder water.''

Er komt bij dat Rita zich tot een wat uitzonderlijke cycloon ontwikkelde. De `eyewall', de turbulente wolkenmassa direct rondom het rustige oog, bleef zich voortdurend herschikken. Bijna altijd verzwakt dat een cycloon, zij het dat er weer goed herstel kan optreden. Rita herstelde zich niet.

Ten slotte blijkt een hoge windsnelheid op grote hoogte (een kilometer of twaalf) ook vaak funest voor de ontwikkeling van een cycloon. Hoe groter het verschil in windsnelheid op grote hoogte en aan het aardoppervlak (de zogenoemde verticale windschering) hoe makkelijker de cycloon `vooroverduikelt' en verzwakt. Er zijn, zegt Davis, aanwijzingen dat de windschering toenam in de laatste 24 uur voor Rita aan land ging.

De New York Times interviewde gisteren Kerry Emanuel, de meteoroloog van het MIT in Boston die laatst constateerde dat er een relatie zichtbaar is tussen de steeds zwaardere cyclonen en het broeikasffect. Door het broeikaseffect is de temperatuur van het oceaanwater in het voor cyclonen kritische gebied meetbaar gestegen.

Kerry beschrijft in het interview hoezeer de baan die een cycloon kiest boven de Golf van Mexico bepalend is voor zijn mogelijkheid tot energie-opname. De Golf van Mexico krijgt warm water aangevoerd uit de Caribische Zee dat via de straat van Yucatán binnenstroomt. Het verlaat de Golf door de straat van Florida, tussen Florida en Cuba. Maar volledig mengen doet het niet: het Caribische water blijft steeds als een relatief smalle band extra warm water binnen de Golf herkenbaar. Juist deze `warmte-transportband' blijft tot op grote diepte warm. Een cycloon die over de band Caribisch water trekt kan zeer veel energie opnemen. Voor cycloon-voorspellers is het een handicap dat ook de transportband voortdurend van plaats verandert. Zij lokaliseren die band met behulp van meetboeien en satelliet-waarnemingen. Orkaan Katrina trok net over een warme lus van de transportband, Rita op het laatst nèt niet.

    • Karel Knip