Gamba's en chips

Het is prettig en verhelderend jaren na dato je sportcarrière door een ander geanalyseerd te zien.

,,Winnen, daar reed ik drie keer om heen, dat was niks. Winnen was niet eens wielrenner. Je hebt fietsers en wielrenners. Winnen was een fietser, een hardfietser, geen wielrenner. Winnen las boeken in plaats van over wijven te praten.'' Also sprach Egon van Kessel, nieuwbakken bondscoach van ons broodfietsercorps in het Brabants Dagblad van 12 september.

In de rubriek `Thuiswedstrijd' van genoemde krant ontvangt journalist Henri van der Steen sporters in zijn woning, kookt, en ,,inviteert hen dan aan tafel voor allerhande heerlijkheden en een goed gesprek. Zo wordt de bondscoach via een salade van tomaat, mozzarella en basilicum, minestrone met pesto, tagliatelle met tonijn en gegrilde gamba's, naar het finishdoek, tiramisu, gevoerd. Wijnen: Pinot Grigio, en een niet nader gedefinieerd rood.

De formule werkt. Met de Grigio als glijmiddel vergeet de bondscoach weliswaar dat alles wat hij er losjes uit flapt in drukvorm kan worden verspreid, toch schopt hij het stiekem tot een potente zelfanalyse. ,,Nu zit ik als ploegleider vijf uur in de auto, armpje uit het raam, zak chips naast me. Je moet wat.''

Van Kessel vertelt over zijn leven, over de adembenemende reis door het labyrint van de politieke hoop. Via Jan Marijnissen, Pim Fortuijn, is hij ten slotte aangespoeld bij Joop Atsma van het CDA, tevens voorzitter van de wielerbond-zijn baas dus, want hij wist echt niet meer op wie hij moest stemmen. Hij voelt zich `ontheemd' in een onpasselijk `geld is de held' tijdsgewricht. De laatste jaren zegt hij te zijn verrechtst, ,,zoals je wel vaker ziet bij mensen die ouder worden''.

Over doping in de wielrennerij ventileert de ontheemde een onbevangen mening: epo is eerlijk. Maar even later: ,,Dope moet je aanpakken zoals misdaad in de maatschappij, dictatoriaal, niets en niemand ontziend. Zo is de maffia onder Mussolini ook uitgeschakeld. Dan moet je accepteren dat er wel eens een onschuldige wordt genageld.'' De vermoeide, verwarde en teleurgestelde mens Van Kessel lijkt aan zijn laatste dromen toe.

Op de bijgeplaatste kleurenfoto is een corpulente man tussen flessen en halfvolle glazen te zien, breed gesticulerend. (,,Hitler en Mussolini oefenden ook voor de spiegel op hun gebaren, dat gesticuleren was een belangrijk onderdeel bij speeches'') Even doet de foto me denken aan `La Grande Bouffe', de film waarin vier mannen uit walging voor hun loze levens in een poging tot zelfdoding zich storten in een Spartaanse orgie van spijs, drank en seks. Maar opeens blijkt Van Kessel toch de strohalm van een laatste ideaal te bezitten. Zijn blauwe maandag in het profpeloton bracht hem niet het inzicht of hij fietser, hardfietser of wielrenner was, als ploegleider mag hij graag anderen behoeden voor zelf begane blunders.

Om een of andere reden wordt Van Kessel gekweld door onzekerheid. ,,Als ze me eruit flikkeren als bondscoach, wil ik leraar geschiedenis of sportleraar worden en als freelance-sportjournalist gaan werken. (,,Schrijven? Natuurlijk kan ik schrijven!'') In elk geval heeft Egon in het Brabants Dagblad voor beide functies een uitgelezen CV ingeleverd.

    • Peter Winnen