De VN doen meer kwaad dan goed...

De recente top van de Verenigde Naties is uitgelopen op een mislukking. Toen de leiders huiswaarts togen, waren de wanhopige armen op de wereld vrijwel even ver als aan het begin van de conferentie. Wat te doen? Laten we het radicaal aanpakken, meent Nader Mousavizadeh.

De VN moeten hun verouderde bestuursstructuren, zoals de Veiligheidsraad of de Algemene Vergadering, afgeschaffen. Draag hun juridische verantwoordelijkheden over aan de VN-organisaties die hun idealen wél kunnen waarmaken.

Mary Robinson ziet het anders. Volgens haar moeten de VN zich aanpassen aan de 21ste eeuw door terug te gaan naar `de mensen'. Laat de VN-afgezanten in gesprek gaan met ontwikkelingswerkers, vooruitstrevende regeringen en figuren uit het bedrijfsleven.

De VN-top van eerder deze maand is hopelijk de laatste in zijn soort geweest. De wereldleiders kregen er weer eens de gelegenheid om te veel te beloven en te weinig waar te maken ten behoeve van een organisatie waar slechts weinigen in geloven. Nu de lidstaten het zelfs na Rwanda, Bosnië, Irak en het olie-voor-voedselschandaal niet eens zijn geworden over zinnige hervormingen, is het tijd voor een nieuwe aanpak.

Men heeft de centrale bestuursstructuren van de Verenigde Naties – de Veiligheidsraad, de Algemene Vergadering en het Secretariaat – ieder op hun eigen jammerlijke wijze laten aftakelen. Op dit moment is een niveau bereikt waarop deze organen de zaak, die ze sinds hun oprichting worden geacht te dienen, aantoonbaar meer kwaad dan goed doen. Ze zouden moeten worden ontbonden. Hun juridische verantwoordelijkheden kunnen beter worden overgedragen aan de besturen van de VN-organisaties die decennialang hebben laten zien dat zij de idealen die de grondslag van deze mondiale organisatie vormen, kunnen waarmaken. Dit zijn organisaties als het Hoge Commissariaat voor Vluchtelingen, het VN-Ontwikkelingsprogramma en het Wereldvoedselprogramma.

In zulke uiteenlopende zaken als de coördinatie van de wereldwijde steun na de tsunami, het verschaffen van onderdak aan vluchtelingen uit zuidelijk Soedan en het begeleiden van Oost-Timor op weg naar onafhankelijkheid hebben de medewerkers van deze organisaties miljoenen mensen overal ter wereld zinnige, aanwijsbare vooruitgang gebracht. Zelfstandig opererend zouden de meeste, zo niet alle grote VN-organisaties een goede kans maken om de legitimiteit, de steun en de middelen te verwerven die nodig zijn om succes te boeken.

Het Ontwikkelingsprogramma van de VN wordt nu al door vrijwillige bijdragen gefinancierd. Het bestuur wordt gevormd door donorlanden en ontvangende landen, die allemaal sterke gemeenschappelijke beweegredenen hebben om een organisatie in stand te houden die de armoede doeltreffend kan bestrijden. Als dat nog één stap verder wordt gevoerd in de richting van het model van bijvoorbeeld de Wereldgezondheidsorganisatie (die wel deel uitmaakt van de VN-familie, maar onafhankelijk van de bestuursstructuren van de VN opereert), dan hoeft dat zijn operaties of financiering niet te schaden. Integendeel: als het Ontwikkelingsprogramma wordt bevrijd van de bestuursregels en -praktijken die nog altijd door de Algemene Vergadering worden voorgeschreven, zal het nog beter in staat zijn de juiste mensen aan te trekken en het leven van de armen te verbeteren.

Alle VN-fondsen en -programma's zouden volgens dit zelfstandige model kunnen worden gereorganiseerd: gefinancierd uit bijdragen; bestuurd door aandeelhouders die belang hebben bij resultaten en niet alleen maar procedures; en bemand door mensen die om hun kwaliteiten zijn aangenomen en die de middelen krijgen die nodig zijn.

Bij zo'n model zou de kans op verantwoordelijk optreden, transparantie – en uiteindelijk: succes – veel groter zijn dan bij de huidige opzet. Uiteraard zou de ontmanteling van de VN gevaren en onzekerheden meebrengen. De rol van de secretaris-generaal als voornaamste werelddiplomaat zou opnieuw moeten worden bezien, al zou dat ambt weinig schade ondervinden als het werd bevrijd van de druk en de invloed van de vastgeroeste belangen in de Veiligheidsraad en de Algemene Vergadering. De cruciale taak van de uitvoering van humanitaire interventies zou toevallen aan regionale organisaties en aan `coalities van bereidwilligen' – precies de formule waarmee in Kosovo en Sierra Leone resultaat is geboekt.

Gezien de enorme omvang van de taken van deze organisatie biedt een opsplitsing uiteraard geen garantie voor welslagen, maar zoals het er nu voorstaat moeten de pleitbezorgers van de status quo – de mensen die zich geen wereld zonder Veiligheidsraad, Algemene Vergadering of Secretariaat kunnen voorstellen – maar eens uitleggen welke meerwaarde van die structuren een voldoende tegenwicht vormt voor de ernstige schade die zij aan het hele idee van multilateraal optreden hebben toegebracht.

In de afgelopen jaren zijn de Verenigde Naties, hun medewerkers en hun positie in heel de wereld een aantal verschrikkelijke slagen toegebracht. Een van de pijnlijkste was wel de moord op de speciale VN-afgevaardigde in Irak, Sergio Vieira de Mello, zijn collega's Nadia Younes en Rick Hooper en nog veertien andere VN-medewerkers door de bomaanslag op hun hoofdkwartier in Bagdad in 2003. Door hun moedige, doortastende levenswijze, hun afkeer van procedures en hun toewijding aan zinvolle veranderingen hebben zij laten zien wat de organisatie had kunnen zijn.

De VN zoals de staatshoofden ze deze maand hebben achtergelaten, zijn zulke offers gewoonweg niet waard – hun structuren zijn te zeer verkalkt, hun praktijken te zeer gecompromitteerd, hun potentieel is te beperkt. Als eerste eerbetoon aan de mensen die die dag hun leven hebben gegeven, en om van multilateraal optreden weer een verdienstelijke zaak te maken, moeten de Verenigde Naties hun bestuursstructuren afschaffen en de organisaties en programma's onafhankelijk laten opereren.

In dynamische samenwerking met de niet-gouvernementele organisaties, stichtingen en `coalities van bereidwilligen' die op gebieden als mondiale ontwikkeling, gezondheid, veiligheid en mensenrechten meer en meer de factoren zijn die voor werkelijke vooruitgang zorgen, bieden zelfstandig opererende VN-organisaties de beste levenskansen voor de idealen die de grondslag van deze organisatie vormen.

De zakenbankier Nader Mousavizadeh was in 1996 politiek functionaris van de VN in Bosnië en werkte van 1997 tot 2003 op het bureau van Kofi Annan. © International Herald Tribune

    • Nader Mousavizadeh