Charlotte werd niet wakker, maar spartelde wel tegen

In april werden een vrouw en haar twee dochters vermoord. Haar echtgenoot bekende de moord en stond gisteren voor de rechter.

Richard H. had zijn Poolse minnares Joanna uitgenodigd het weekend naar Nederland te komen. Wat hij niet had verteld, was dat zijn vrouw en twee dochters thuis waren – voor zover Joanna wist, waren zij al jaren geleden van hem weggelopen.

Richard was in paniek: Joanna wilde per se zijn huis in Zoetermeer zien. Zijn verhouding zou onvermijdelijk aan het licht komen. Hij had Joanna niet afgebeld. Hij moest een andere uitweg vinden. ,,Welke oplossing was er dan nog over?'', vraagt voorzitter R. Elkerbout van de Haagse rechtbank. Even is het stil. Dan fluistert Richard H.: ,,Wat er gebeurd is.''

Op 11 april dit jaar meldde Richard H. zich samen met zijn schoonmoeder bij het politiebureau om zijn vrouw Claudia en dochters Marieke en Charlotte als vermist op te geven. Maar zijn verhalen bleken niet te kloppen. De politie kreeg argwaan. Tien dagen later bekende H.: hij had zijn vrouw en dochters in de nacht van 6 april gewurgd.

Rechter Elkerbout vraagt of Richard H. wil vertellen wat er die woensdagnacht gebeurde. Richards stem zakt. In brokkelige zinnen vertelt hij hoe hij in bed naast zijn slapende vrouw lag te malen. Hij zocht een oplossing voor zijn probleem. ,,Toen kwamen die gedachten steeds in mij op. Kon ze niet afzetten.'' Hij aarzelt. Dan zegt hij, nauwelijks hoorbaar: ,,Heb het ook uitgevoerd.'' Hij pakte de honkbalknuppel die in de hoek van de kamer lag, sloeg op het hoofd van Claudia in. Daarna wurgde hij haar.

Hij vertelt hoe hij Claudia zag liggen, en niet meer wist wat hij moest doen. Hij wilde op dat moment alleen nog dat de kinderen weer bij haar zouden zijn. ,,Toen ben ik naar kamer van Charlotte gelopen. Toen haar adem benomen.'' Richard H. huilt. Het water in zijn plastic beker trilt met zijn schokkende schouders mee. ,,Zelfde bij Marieke gedaan.''

Richard vertelt hoe hij overwoog zelfmoord te plegen, maar het niet deed. Hoe hij Claudia in vuilniszakken intapete en haar en de kinderen in de achterbak van zijn stationwagon legde. Hoe hij naar Brabant reed (waar hij vroeger met zijn eigen familie op de camping stond) en daar, in een bos dat hij goed kende, een kuil groef. ,,Ze erin gelegd. Dichtgegooid.'' Toen hij weer thuis was, nam hij een douche. Hij zat onder het zand en het bloed. Daarna ruimde hij het huis op, en ging hij naar zijn werk.

Maar rechter Elkerbout wil meer weten. Werd Claudia nog wakker toen hij met de knuppel sloeg? Richard weet het niet meer, ze gaf wel ,,een soort gil''. Hoeveel keer sloeg Richard? Dat weet hij ook niet meer, wel dat hij niet meer kon stoppen. En hoe ging het bij Charlotte? ,,Ben naar binnen gelopen... bedje... keel... achteraan.'' Richard H. grijpt in zijn eigen nek om te laten zien hoe hij zijn dochter wurgde. Werd het meisje nog wakker, wil Elkerbout weten. Nee, zegt Richard, maar ze spartelde wel tegen. En zo blijft rechter Elkerbout vragen. Soms breekt zijn stem. Soms huilt Richard.

De rechtbank vraagt zich af of Richard H. wel zo radeloos was als hij zich nu herinnert. Handelde hij niet welbewust om ontdekking te voorkomen? Want hij ruimde zorgvuldig de sporen van het geweld op, knipte een bloedvlek uit het matras, hing kindertekeningen over de onuitwisbare bloedvlekken op de muur. Hij belde de school van de kinderen op om ze ziek te melden. Het weekend bracht Richard H. met Joanna door. Ondertussen sms'te hij zijn schoonfamilie, die hem vroeg waarom Claudia onbereikbaar was, dat de familie een leuk weekend had, met een bezoek aan de dierentuin en Tropicana in Rotterdam. Op maandag vertelde hij iedereen dat Claudia spoorloos was, en diezelfde avond deed hij samen met zijn schoonmoeder aangifte.

,,Dat lijkt niet echt paniek, het klinkt eerder heel berekenend'', zegt Elkerbout. Richard is het wel met hem eens. En, zegt de rechter, Richard blijft tien dagen lang zijn onschuld volhouden: hij houdt samen met de schoonfamilie een zoektocht in Zoetermeer, hij werkt mee met het politieteam.

,,Ik heb er geen verklaring voor, ik kan dingen heel makkelijk wegstoppen'', antwoordt H. Iets wat Richard, zegt hij, al in zijn jeugd leerde, toen zijn ouders uit elkaar gingen. Dat wegstoppen gebeurde ook steeds meer in zijn huwelijk met Claudia, zeker na het ,,zoenincident'' – toen zijn beste vriend op een oudejaarsavond met Claudia gezoend zou hebben, iets wat zij ontkende. Voor Richard was het huwelijk sindsdien voorbij, hij walgde van zijn vrouw.

Hij was al eens over scheiden begonnen, vertelt Richard. ,,Maar zij gaf aan, dat wil ik niet, je trouwt met elkaar tot de dood.'' Richard kreeg na die jaarwisseling verhoudingen met vrouwen. Die hield hij angstvallig verborgen, omdat Claudia hem vertelde dat zij hem ,,kaal zou plukken'' en zijn kinderen zou wegnemen als hij ooit vreemd zou gaan.

De psycholoog die Richard onderzocht denkt dat die in een ,,betoverde en magische wereld'' leeft, en acht hem verminderd toerekeningsvatbaar. Maar de psychiater die hem ook observeerde ziet daarvoor geen aanwijzingen.

Richard H. vertelt dat hij berouw heeft. Maar volgens officier van justitie Vreeling is er van openhartigheid van de verdachte nauwelijks sprake. Richard, zegt zij, heeft telkens zijn verklaringen bijgedraaid en nooit meer verteld dan de politie zelf al wist. Ter ondersteuning wil zij opnamen van verhoren laten zien, maar ze krijgt de apparatuur niet aan de praat.

Ook rechter Elkerbout lijkt te twijfelen. ,,Hoe geloofwaardig is nu uw opstelling? Bent u nu echt openhartig geweest?'' Zijn stem stijgt: ,,Heeft u, in aanwezigheid van de familie en grootouders van de kinderen, nu wél alles verteld?'' Bij elk woord slaan de vingertoppen van zijn rechterhand op tafel.

De zaak gaat deze week verder.