Balans is zoek in vergrijzingsdebat

De kosten van vergrijzing vormen de kernvraag van oud-CDA-minister Bert de Vries. Die verdwijnt uit het zicht in de wijdlopige reactie van Lans Bovenberg en Ab Klink (Opiniepagina, 9 september).

In het debat wordt nuancering node gemist. Vijf kanttekeningen.

1.De gebruikelijke groei van de productiviteit, die tot inkomensverbetering leidt en de AOW betaalbaar kan houden, blijft ongenoemd. De toekomst bestaat alleen nog uit kostenverslindende innovaties in de gezondheidszorg.

2.Verreweg de meeste kosten voor gezondheidszorg worden gemaakt vlak voor het levenseinde. Vergrijzing vergroot ze niet, maar verplaatst ze naar hogere leeftijd en smeert ze uit in de tijd. Aandacht voor verschillen in gezondheid en levensverwachting ontbreekt in Nederland volledig; in het Engelse pensioendebat vormen ze een kernpunt. Op hun 65ste kampen echter ook onze laaggeschoolden al jarenlang met sterfte en gezondheidsproblemen. Dat rechtvaardigt vroegere pensionering uit het oogpunt van gelijke levenslange welvaartsverdeling. Zonder dat zal de WAO het opvangputje blijven.

3.De nadruk op de `grijze druk' doet vergeten dat de `groene druk' sterk is gedaald. De gecombineerde druk van beide was in de jaren zestig groter dan ze tot 2050 ooit zal worden.

4.Op basis van levensloop stelt vergrijzing weinig voor. Iedereen passeert eerst de werkzame leeftijd alvorens aan de grijze druk bij te dragen. De generatie van 1930 heeft een grijze druk van 26 procent, die van 2000 kan 34 procent verwachten. Verhoging van arbeidsparticipatie met minder dan eenderde is voldoende om dit op te vangen. Pensioenopbouw tijdens het werkzame leven is daarom van levensbelang, maar geen ander OESO-land, uitgezonderd Zwitserland, heeft al zulke enorme besparingen opgebouwd als Nederland.

5.Vergrijzingsangst wegens toegenomen levensverwachting berust op vertekende waarneming. De levensverwachting steeg explosief sinds de eerste statistieken in 1860: van 37 jaar naar meer dan het dubbele nu. Dit geldt op het moment van geboorte, niet op de leeftijd van 65. Mannen in 1860 hadden met 65 nog 10 jaar te gaan en de babyboomers 14; en nieuwgeboren van nu 15 jaar.

Bij vrouwen was de ontwikkeling sterker, van 11 voor degenen van 1860 naar 19 anno nu. Aantasting van de AOW zal daarom vrouwen discrimineren. Georganiseerde solidariteit kan voorkomen dat onze moeders opnieuw arme oma's worden.