Alle macht aan de marktmeester

Banken zijn te belangrijk om aan bankiers over te laten. Dat is de reden dat centrale banken of vergelijkbare agenten wel toezicht houden op de financiële conditie van banken maar niet op die van bouwbedrijven.

Banken hebben een sleutelrol in de economie. Als spaarbank. Als aanbieder van beleggings- en pensioenproducten. Als kredietverstrekker. Als woningfinancier. En als spin in het web van het (inter)nationale betalingsverkeer.

Het nationale toezicht op banken is traditioneel conservatief. Centrale bankiers houden niet van fratsen. Harde (prijs)concurrentie is fijn voor consumenten, maar niet voor de financiën van de banken. Dat geeft maar ongelukken in de branche en daar houden centrale banken niet van.

Maar Europa wil juist die knusse nationale markten openbreken. Europa hamert op open markten en op `marktmeesters' die toezien op eerlijke concurrentie. In het belang van de consument en de welvaartsgroei.

De strijd om Antonveneta is nu al een Europese klassieker, waarin de lokale, onafhankelijke centrale bank als toezichthouder het buitenlandse bod frustreerde, maar een lokale `marktmeester' samen met justitie juist alles deed om de vrije markt wél te laten werken. Die marktmeester is de Consob, de Italiaanse waakhond op de effectenmarkt, die ingreep toen opkopers er via illegale beurstransacties met Antonveneta vandoor dreigden te gaan.

Zal de overname van de Italiaanse bank Antonveneta door ABN Amro de Europese bankenmarkt een stapje dichterbij brengen? ,,Het is geen open huis'', zei ABN Amro bestuursvoorzitter R. Groenink gisteren over de Italiaanse bankenmarkt.

Het credo `Europa, één markt' is nog lang geen realiteit op de bankenmarkt, invoering van de euro of niet. Wie als buitenlander bijvoorbeeld een Nederlandse bank wil kopen, kan zijn gang gaan. Hier ligt niemand wakker van de recent aangekondigde overname van NIB Capital door een consortium van financiële partijen onder leiding van een rijke Amerikaan.

Maar Nederland is gewend aan samenklontering. Nederland is een klein land, met grote banken. In Duitsland, Frankrijk en Italië is het juist andersom: grote landen, kleine banken. Althans: kleine marktaandelen op hun thuismarkt. Zij willen, soms met expliciete steun van hun centrale bank, verder samenklonteren.

De afloop van de strijd om Antonveneta illustreert de verschuivende verhoudingen. Niet de Europese Commissie in Brussel, of een Europese rechter, of een van de rokerige kamertjes met Europese ministers van financiën hebben het pleit beslist, maar een lokale marktmeester. De Europese bankenmarkt komt er wel, maar de revolutie begint onderop.

    • Menno Tamminga