Van spreekbuis tot Judas van politiek links

In de documentaire No Direction Home volgt regisseur Martin Scorsese het spoor terug naar de muzikale beginjaren van Bob Dylan. Vanavond en morgen gaat de film op BBC 2 in première.

Hecklers' worden ze genoemd: mensen die een artiest tijdens een optreden in de rede vallen met onbeschaamd gebrul of kritische oneliners. De beruchtste heckler uit de pophistorie is ongetwijfeld de Engelsman Keith Butler, die op 17 mei 1966 bij een concert van Bob Dylan in de Manchester Free Trade Hall zijn onvrede liet blijken over de keiharde rock die Dylan en zijn band The Hawks speelden. Slechts één woord had Butler nodig om onsterfelijk te worden: ,,Judas!''

Dylan had in Butlers optiek verraad gepleegd aan de protestbeweging, door zijn akoestische folkmuziek in te ruilen voor onverstaanbare elektrische rock. ,,I don't believe you'', sneerde Bob Dylan naar Butler. ,,Play fucking loud'', voegde hij zijn bandleden toe, voordat hij losbarstte in de meest indringende uitvoering van Like A Rolling Stone ooit.

De Judas-episode, vastgelegd op bootleg-elpees die de hele wereld over gingen, is cruciaal in de documentaire No Direction Home die Martin Scorsese maakte over de beginjaren (1959-1966) van Bob Dylans muzikale loopbaan en die vanavond bij de BBC in première gaat. Scorsese volgde het spoor terug naar het mijnstadje Hibbing, Minnesota waar Robert Zimmerman opgroeide. Aan de hand van interviews met jeugdvrienden, oude en nooit eerder getoonde filmfragmenten uit het Dylan-archief en muziek van blues-, folk- en rockpioniers worden de vroegste drijfveren blootgelegd van de man die tegen wil en dank de stem van zijn generatie zou worden. Interviews met directe betrokkenen als Beat Poet Allen Ginsberg, zangeres Joan Baez en Dylans ex Suze Rotolo (het meisje van de elpeehoes The Freewheelin' Bob Dylan), plaatsen Dylans muziek in een verhelderend licht. En minstens zo belangrijk: voor het eerst spreekt de 64-jarige Bob Dylan zelf uitgebreid voor de camera over zijn muziekverleden.

De inhoud van No Direction Home stemt overeen met de openhartigheid die Bob Dylan vorig jaar toonde in zijn boek Chronicles, het eerste deel van zijn autobiografie waarin weliswaar fragmentarisch, maar ook onverbloemd werd ingegaan op tot voor kort onopgehelderde kwesties. Voor het eerst horen we hem zelf zeggen dat hij in zijn jonge jaren een paar keer als pianist heeft meegespeeld in de band van tieneridool Bobby Vee, en dat het elektrische instrumentarium van de rockband hem daarna net zo natuurlijk voorkwam als de akoestische gitaar van de folkzanger. Andere kwesties komen minder bevredigend uit de verf, zoals het in de film genegeerde feit dat niet Bob Dylan, maar Ramblin' Jack Elliott de eerste was die op het idee kwam om folkheld Woody Guthrie tot rolmodel te verkiezen.

In het Newyorkse folkbastion Greenwich Village ontwikkelde Bob Dylan de stijl en de creatieve geest die hem in staat stelden de wereld te veroveren met zijn ongepolijste muziek, nadat toegankelijker popartiesten als Peter, Paul & Mary en The Byrds zich over zijn songmateriaal hadden ontfermd. Tekstschrijven en variaties op oude folksongs bedenken waren een tweede natuur voor Dylan, vertelt Joan Baez, die ooit een nummer van hem opnam waarvan Dylan zelf was vergeten dat hij het had geschreven. Allen Ginsberg, die kort vóór zijn dood in 1997 werd geïnterviewd, omschrijft het genie van Dylan als een natuurverschijnsel waarbij de ideale manier was gevonden om zuurstof in betekenisvolle woorden om te zetten.

Het stigma van protestzanger hing Bob Dylan als een loodzware last om zijn nek, nadat hij met Blowin' In The Wind en The Times They Are A-changing de tijdgeest had verklankt. Dylan wilde geen spreekbuis zijn van politiek links, moest hij eindeloos uitleggen aan onwetende journalisten en teleurgestelde fans. Doorslaggevend was het moment waarop hij de toenmalige nummer 1-hit Like A Rolling Stone met een elektrische bluesband vertolkte op het Newport Folk Festival; een daad die door de protestbeweging als een knieval naar de commercie werd gezien. Van folkgoeroe Pete Seeger ging het gerucht dat hij de elektrische kabels met een bijl had willen doorhakken. Seeger verklaart nu dat hij niet in de gaten had hoe briljant Bob Dylan in de pas liep met de veranderende tijden.

Het moest wel misgaan met het stormachtige talent van Bob Dylan, laat Martin Scorcese op uiterst spannende wijze zien door de opeenvolging van gebeurtenissen en muziekfragmenten. Dylan werd gevoelloos voor kritiek en boegeroep, raakte oververmoeid door de energie vretende concerten met inadequate geluidsinstallaties en kreeg uiteindelijk het motorongeluk dat hem de gelegenheid gaf om acht jaar lang van het concertpodium te verdwijnen. Op dat punt eindigt de documentaire en laat Scorsese als donderslag bij heldere hemel het ,,Judas!'' van Keith Butler horen. Een betere muziekfilm, inclusief Scorsese's eigen The Last Waltz, werd nog nooit op tv vertoond.

Bob Dylan: No Direction Home van Martin Scorsese. Vanavond en morgen: 22u., BBC 2. De dvd verschijnt 3/11 (Paramount). De soundtrack (No Direction Home: Bootleg Series Vol. 7) is uit bij Columbia/Sony (2cd).

    • Jan Vollaard