Terug naar de kern

Sinds begin jaren tachtig luidt het motto van het grote bedrijfsleven: terug naar de kernactiviteiten. In de loop van de jaren zestig en zeventig waren bedrijven verworden tot veelkoppige conglomeraten met een baaierd aan activiteiten. In Azië bestaan conglomeraten nog steeds, maar na de grote schoonmaak concentreren westerse ondernemingen zich vandaag de dag liever op één, of een gering aantal competenties waarin zij schaalvoordelen nastreven. Slechts een enkel aansprekend conglomeraat heeft de tand des tijds succesvol doorstaan, zoals het Amerikaanse General Electric.

In het afgelopen weekeinde klonk het voornemen terug te gaan naar de kern ook in Washington. Directeur De Rato van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) presenteerde er zijn `strategic review'. Daarin oppert hij dat de voornaamste opdracht van het IMF wordt, landen te leren financieel om te gaan met de globalisering. Dat komt dichtbij de oude kerntaak van het IMF: het helpen van landen die een probleem hebben met hun betalingsbalans. De nieuwe president van de Wereldbank, de Amerikaanse oud-onderminister van Defensie Paul Wolfowitz, schotelde zijn gehoor een toekomstige Wereldbank voor die weer meer de nadruk legt op economische ontwikkeling, waar overigens zaken als gezondheidszorg en onderwijs bij kunnen horen.

Met name in loop van de jaren negentig zijn het IMF en vooral de Wereldbank onder druk van de publieke opinie afgedreven naar het bevechten van armoede en onderontwikkeling in de breedste zin van het woord. Hoe meer de twee instituten symbool werden gemaakt van alle problemen in de wereld, hoe meer zij de aanvechting kregen om ten onrechte die problemen te willen oplossen. Het toenemende aantal programma's en faciliteiten is inmiddels uitgegroeid tot een wirwar van overlappende en vaak zelfs conflicterende activiteiten waarin enkel nog de ijverigste ambtenaren de weg weten.

Internationale organisaties kunnen succesvol evolueren als hun oorspronkelijke taak er op zit of verandert. De Bank voor Internationale Betalingen in Bazel is nu een succesvolle denktank van de internationale centrale banken, maar werd oorspronkelijk opgericht voor het kanaliseren van Duitse herstelbetalingen. De Wereldbank ontstond aanvankelijk vooral ten bate van de Europese naoorlogse wederopbouw, het IMF opereerde in het kader van een wereldwijd systeem van vaste wisselkoersen onder aanvoering van de Amerikaanse dollar.

Het is goed dat IMF en Wereldbank zich meer terugtrekken op wat hun `kerncompetentie' heet: voor het IMF betalingsbalanssteun en voor de Wereldbank economische ontwikkeling. Dat maakt de taakverdeling met de agentschappen van de Verenigde Naties, met name het ontwikkelingsprogramma UNDP, ook doorzichtiger – niet in de laatste plaats vanuit het perspectief van hulpvragende landen. Dat laat één probleem onopgelost: de drang van donorlanden om alles het liefst zelf te doen. Met het vooruitzicht op internationale instituten die een heldere taakstelling hebben, zouden zij meer van hun geld en activiteiten via deze organisaties kunnen laten lopen. Dat levert, om in het managementjargon te blijven, pas echte schaalvoordelen op.