Resolutie zet Iran verder onder druk

Het Internationaal Atoomenergie Agentschap (IAEA) heeft een resolutie aangenomen die het mogelijk maakt het nucleair programma van Iran door te verwijzen naar de Veiligheidsraad van de VN.

Iran heeft de resolutie onmiddellijk van de hand gewezen als ,,onaanvaardbaar''. In de resolutie wordt geen datum genoemd. Mocht het tot doorverwijzing komen, dan zou de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties bij voldoende steun diplomatieke en/of handelssancties kunnen afkondigen tegen Iran.

De resolutie was een initiatief van Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittannië, die in de kwestie van Irans kernprogramma optreden namens de Europese Unie. De EU-landen proberen, met steun van de Verenigde Staten, langs diplomatieke weg te verhinderen dat Iran activiteiten ontplooit die toegang verschaffen tot de volledige splijtstofcyclus. Het overleg daarover tussen de EU-landen en Iran liep afgelopen zomer vast. Sindsdien proberen de EU-landen de druk op Iran via de IAEA op te voeren.

De IAEA-resolutie kreeg zaterdag in Wenen de steun van 22 van de 35 leden van de bestuursraad van de IAEA, de nucleaire waakhond van de VN. Twaalf landen, waaronder China en Rusland, onthielden zich van stemming.

De EU-landen streven, met steun van de Verenigde Staten, naar beteugeling van de nuceaire ambities van Iran. Zij verdenken de regering in Teheran ervan in het geheim te werken aan een atoombom. Iran bestrijdt dit en stelt dat het alleen nucleaire activiteiten ontplooit voor vreedzame toepassingen, waaronder elektriciteitsopwekking in kerncentrales. Daartoe heeft Iran het volste recht, aldus Teheran.

In de resolutie staat onder andere dat over het kernprogramma van Iran ,,vragen zijn gerezen die binnen de competentie van de Veiligheidsraad vallen''. Het IAEA ziet onder andere toe op de naleving van het non-proliferatieverdrag (NPV). Bij de beoordeling van het kernprogramma van Iran gaat het volgens de IAEA om zaken die verder reiken dan dit verdrag.

De regering van Iran heeft de resolutie direct afgewezen. Irans minister van Buitenlandse Zaken, Manouchehr Mottaki, noemde de resolutie gisteren in Teheran ,,onaanvaardbaar''. Er bestaat volgens hem geen enkele wettige basis voor. Mocht de kwestie daadwerkelijk voor de Veiligheidsraad worden gebracht, dan overweegt Iran zijn nucleaire politiek te ,,heroverwegen'', aldus Mottaki.

Honderdtachtig leden van het Iraanse parlement riepen president Mahmoud Ahmadinejad per brief op de vrijwillig gestaakte uraniumverrijking te hervatten. Een vertegenwoordiger van ayatollah Ali Khamenei, de opperste leider van Iran, sprak zich uit voor opzegging van het non-proliferatieverdrag. Dit NPV vormt de basis voor het werk van IAEA-inspecteurs op nucleaire complexen.