Overheid moet bedrijven ruimte bieden voor filantropie

De Nederlandse overheid moet, zoals in de Verenigde Staten gebruikelijk is, de financiering van charitatieve instellingen stimuleren en het toezicht op deze sector uitbreiden, meent Richard Schiere.

Amerika heeft een lange traditie van charitatieve instellingen. Sinds de 19de eeuw ondersteunen rijke Amerikanen de vooruitgang in de wetenschap en de strijd tegen armoede. In de Gospel of Wealth betoogde de befaamde 19de-eeuwse ondernemer Andrew Carnegie zelfs dat het een schande is om rijk te sterven.

Deze mentaliteit heeft er onder andere toe geleid dat Amerikaanse charitatieve instellingen de financiële middelen hebben om projecten te ondersteunen die bijdragen aan het maatschappelijk welzijn en die leiden tot initiatieven die de overheid niet op zich kan nemen.

Amerikaanse charitatieve instellingen richten zich op activiteiten die de overheid niet wil of kan ondersteunen. Zo worden onderzoeken gefinancierd die politiek riskant zijn.

Een voorbeeld daarvan is de uitvinding van de anticonceptiepil in de jaren vijftig door de Worcester Foundation. Een ander voorbeeld is de Jimmy Carter Foundation, die onder andere bemiddelde in het vredesproces in Zuid-Soedan, een land waarmee de Amerikaanse diplomatieke betrekkingen lang op een laag pitje hebben gestaan. Deze voorbeelden tonen aan dat de activiteiten van Amerikaanse charitatieve instellingen positieve gevolgen kunnen hebben voor miljoenen mensen over de hele wereld.

Tegenwoordig worden Amerikaanse charitatieve instellingen vooral door het bedrijfsleven gefinancierd. Enerzijds wordt dit gestimuleerd door een belastingstelsel waarbij donaties van bedrijven aftrekbaar zijn. Anderzijds sluit dit aan bij het maatschappelijk ondernemen, wat inhoudt dat bedrijven goede doelen ondersteunen om invulling te geven aan maatschappelijk burgerschap.

Als gevolg hiervan hebben charitieve instellingen een aanzienlijk vermogen. Jaarlijks besteden Amerikaanse charitatieve instellingen meer dan 30 miljard dollar.

Veelgehoorde kritiek van linkse politici in Amerika is dat charitatieve instellingen die gefinancierd worden door grote bedrijven, hun invloed gebruiken om de belangen van ondernemingen te behartigen, iets wat niet altijd goed is voor de gewone burger.

Tevens wordt getwijfeld aan de effectiviteit van charitatieve instellingen om het maatschappelijk welzijn te vergroten, doordat elke organisatie haar eigen regels en beleid heeft. Hierdoor zijn publieke diensten versnipperd geraakt, wat niet zou zijn gebeurd als de overheid deze voorzieningen was blijven leveren.

Vergeleken met Amerika staat de financiering van Nederlandse charitatieve instellingen nog in de kinderschoenen. Traditioneel worden maatschappelijke organisaties in Nederland gesteund door subsidies van de overheid. Met een terugtredende overheid is dit snel aan het veranderen en zijn charitatieve organisaties op zoek naar financiële middelen uit het bedrijfsleven. Deze trend sluit aan bij die van Nederlandse ondernemingen die zich steeds meer richten op maatschappelijk ondernemen door middel van het sponsoren van charitatieve instellingen.

Dit heeft twee voordelen voor Nederlandse bedrijven. Ten eerste komt het ondersteunen van goede doelen het imago van ondernemingen ten goede en kunnen bedrijven zich beter beschermen tegen negatieve publiciteit. Dit versterkt de `brand'-waarde van bedrijven en heeft positieve gevolgen voor hun verkoopcijfers en daarmee voor de aandelenkoers. Ten tweede is maatschappelijk ondernemen een ideaal middel om werknemers van bedrijven te motiveren.

Net zoals in Amerika kan de Nederlandse overheid bedrijven stimuleren om charitatieve instellingen te ondersteunen. De eerste stap is al gezet met het nieuwe belastingplan. Hierin wordt voorgesteld het belastingtarief voor de charitatieve sector te verlagen van 11 naar 8 procent. Dit zou kunnen worden aangevuld door de BTW aftrekbaar te maken voor maatschappelijke organisaties.

Ook kan Nederland leren van Amerikaanse regelgeving die gericht is op terrorismebestrijding. Dit kan door de overheid meer bevoegdheden te geven om het toezicht op charitatieve instellingen te verbeteren.

Sinds de aanslagen van 11 september 2001 heeft de Amerikaanse overheid veel meer mogelijkheden gekregen om vermogens te bevriezen, te onteigenen en charitatieve instellingen hun belastingvrije status te ontnemen. De Amerikaanse overheid kan charitatieve instanties ook beboeten, of hun leidinggevenden justitieel vervolgen, met gevangenschap als mogelijkheid. Het doel van deze regels is te voorkomen dat charitatieve instellingen een financieringsbron worden van terroristen. Ook de Nederlandse overheid zou het stimuleren van maatschappelijk ondernemen moeten combineren met het uitbreiden van het toezicht op deze sector. Op die manier kan maatschappelijk ondernemen leiden tot een verbetering van het maatschappelijk welzijn, een uitkomst waar iedereen achter staat.

Richard Schiere werkt bij de Verenigde Naties in New York en is bestuurslid van de New-Yorkse PvdA-afdeling.