`Klassiek geschoold, maar ook vrij'

Balletmeester en Balanchine-kenner Eve Lawson werkt sinds dit seizoen bij Het Nationale Ballet, om daar de nuances van de balletten van `Mr. B.' bij te brengen.

Ze heeft hem gekend, `Mr. B.'. Een beetje. Toen Eve Lawson (Washington, 1964) als meisje op de School of American Ballet in New York zat, liep mede-oprichter en legendarische choreograaf George Balanchine daar nog elke dag door de gangen, en keek hij nog elke avond naar het optreden van het aan de school gelieerde New York City Ballet. En hoewel Lawson wars is van heldenverering, weet ze nog precies hoe Balanchine haar een keer inspecteerde. ,,Hij had een fenomenaal oog voor detail'', vertelt ze. ,,Ik was gecast in een kleine kinderrol, maar in de lift bekeek hij me van top tot teen en zei: nee nee, dat haar, dat moet anders...''

Balanchine-kenner Lawson is dit seizoen aangesteld als balletmeester bij Het Nationale Ballet, dat momenteel door het land toert met een Balanchine-programma. Lawsons carrière staat al vanaf het begin geheel in het teken van George Balanchine (1904-1983). Ze wilde nooit iets anders zijn dan een ,,typische Balanchine-ballerina'': ,,klassiek geschoold, maar ook vrij, zonder angst, met een groot gevoel voor muziek. Lyriek kan niet zonder structuur, heeft Balanchine gezegd, en daar sta ik nog steeds achter.'' Na haar opleiding werd Lawson soliste bij het Kansas City Ballet en het Miami City Ballet. Toen ze dertig was, werd haar in Miami gevraagd of ze balletmeester wilde worden. ,,Ze zagen dat ik overzicht had, denk ik. De dansers die behalve hun eigen rol ook een ballet als geheel in de gaten kunnen houden, pik je er zo uit.'' Ze besloot subiet om zelf te stoppen met dansen – ,,zo toegewijd als ik danste, daar kon niets naast'' – en kwam in contact met de George Balanchine Trust, het bestuur dat vanuit New York zijn nalatenschap van honderden balletten beheert en de selecte groep repetitors aanwijst die ze wereldwijd mag instuderen. Lang niet alle werken staan op papier of op band; de erfenis moet door mensen levend worden gehouden.

Lawson leest en herleest alles wat er over Balanchine en zijn werk is geschreven en bestudeert elke dag wel een ballet, thuis op video of met de dansers in de studio. Balanchine's erfenis is volgens Lawson springlevend. Het staat nooit stil, zegt ze. ,,Daar is ballet een veel te vluchtige kunstvorm voor. Elke keer dat je een rol danst, is hij anders, en elke goede danser maakt een rol weer als nieuw.''

De van oorsprong Russische Balanchine begon als danser bij Sergej Diaghilevs Ballets Russes in Parijs en ontwikkelde zich na zijn komst naar New York in 1933 tot een van de grote vernieuwers van het klassieke ballet. Zijn band met Het Nationale Ballet dateert uit 1961, toen op 17 september The Four Temperaments (1946) voor het eerst werd uitgevoerd. Momenteel trekt het gezelschap door het land met Ballet & Broadway, met hernemingen van Apollon musagète (1928), Symphony in C (1947) en Who cares? (1970).

Symphony in C, een ballet in vier delen op muziek van Georges Bizet, is een abstract groepsstuk, met hoofdrollen voor vier koppels. Balanchine maakte het voor het ballet van de Parijse Opéra. Wat je er als toeschouwer van onthoudt zijn vooral schitterende, onnavolgbare patronen: de witte lijfjes uit het corps de ballet voegen zich tot `kroonluchters' of `diamanten', om een greep te doen uit de pogingen die er al zijn gedaan om de schoonheid van het stuk te verwoorden. Lawsons eerste klus bij Het Nationale Ballet was om Symphony in te studeren – of te ,,fine tunen'', liever gezegd, want de meeste dansers kenden het stuk al.

,,De basis van Symphony is klassiek, dat kun je niet genoeg benadrukken'', zegt Lawson. ,,De passen op zichzelf zijn niet vernieuwend. Maar Balanchine had al een tijd in Amerika gewoond, en daar de jazz leren kennen. Hij legde het accent op de eerste tel vaak naar beneden, de bewegingen gaan naar de grond. Jazz.''

Het aanbod van Het Nationale Ballet heeft Lawson met beide handen aangegrepen. ,,In mijn persoonlijk leven weerhield niets of niemand me ervan om eindelijk eens in Europa te gaan werken'', zegt ze. ,,Voor mensen met een artistiek beroep is dit dankzij de staatssubsidies voor de kunsten een heel aantrekkelijke plek. Amsterdam en deze groep hebben een uitstekende reputatie. In Amerika is het tij voor de kunsten onder de huidige regering heel slecht. Dansgezelschappen zijn kwetsbaar. In 2003 was ik nog balletmeester bij het Dance Theatre of Harlem; dat bestaat nu niet eens meer.''

Het Nationale Ballet, `Ballet & Broadway'. Tournee t/m 7 okt. Inl. 020-5518225 of www.het-ballet.nl.