Jazzweekend zonder mooispelerij

Hij wilde vooral geen interessantdoenerij of moeilijk kijkende mooispelers programmeren. Nee, het festival dat saxofonist Benjamin Herman, dit jaar gastprogrammeur van het vijfde Jazz International Rotterdam, voor ogen had, moest nog dagen na-knetteren. Gewoon jammen, was het motto, met van alles wat.

Zelf liet de festivalspil maar liefst drie keer van zich horen en fungeerde twee van zijn concerten meteen maar als officiële cd-presentaties. Zoals The Itch, Hermans veelbelovende nieuwe project met gitarist Anton Goudsmit, bassist Ernst Glerum en drummer Joost Kroon, dat het jazzfestival opende. Het liet zich beluisteren als een combinatie van rockabillyjazz en Hawaii-swing, die zo past bij de broeierige sfeer van een goede Quentin Tarantino-film. Het optreden was een fijn begin van het muziekweekend, omdat er zowel techniek als talent werd geëtaleerd, en het geheel met veel humor en energie werd gebracht.

Ook de New Cool Collective gaf een onbetwistbaar prettig optreden. Het is knap hoe de formatie zich in tien jaar heeft weten te ontwikkelen. De groep heeft zijn tot nu toe sterkste cd gemaakt (Trippin') en wist die krachtig neer te zetten in een toegankelijke show van aanstekelijke Afrobeats en latinjazz. Alleen drummer Tony Allen was een teleurstellende gast, die zich nauwelijks liet verleiden tot een extraatje.

Als idool van Herman kreeg pianist Stan Tracey, grootvader van de Britse jazz, alle ruimte. Zaterdag liet hij zijn typische harde aanslag horen met landgenoot, altsaxofonist Peter King, terwijl hij en zijn trio zondag het creatief fundament verzorgden waarop trombonist Bart van Lier en Benjamin Herman konden verder bouwen. Dat lukte heel wat beter dan het duo van voordrachtskunstenaar Mike Ladd en Vijay Iyer, dat op papier en cd toch veelbelovend leek. Live kwam hun spoken word-onderdeel, een steeds populairder wordend genre in de podiumkunsten waarbij half rappend half reciterend eigen teksten worden voorgedragen, echter niet uit de verf. Ladd heeft inmiddels een grote naam als `spoken word'-artiest, maar zijn samenwerking met de sterk ritmische jazzpianist Iyer, één van de vertegenwoordigers van een nieuwe generatie jazzo's in New York, liep spaak. Teveel elektronica en aandacht voor de knoppen deden zijn gesproken boodschappen vervagen tot loze kreten.

In het programma The Whole Drum Truth presenteerden zich vrijdagavond vier gerenommeerde drummers, onder wie Charli Persip en Louis Hayes. De vier drumkits vormden een spectaculair uitgangspunt, maar de uitwerking werd al gauw een herhaling van patronen en motiefjes.

Ook het solo-optreden van nestor Misha Mengelberg was dit weekend niet aan iedereen besteed. Na een late start haalde zijn moeilijke recital de vaart uit de zaterdagavond, waardoor de sandwichformule – het complexe ingeklemd tussen lichte kost – een averechts effect. Altsaxofonist Rosario Giuliani, het wonderkind van de Italiaanse jazzscene, kon zo nog slechts een halve zaal bekoren met zijn beeldschone improvisaties.

Was Benjamin Herman nog een twijfelgeval omdat hij toevallig net in Rotterdam is komen wonen, toch schijnt het geen voorwaarde te zijn voor de titel gastprogrammeur. Na vijf jaar kwam zondag het bewijs: volgend jaar mag de Amsterdamse gitarist Jesse van Ruller zich buigen over de artistieke invulling van de Rotterdamse jazzdriedaagse.

Concert: Jazz International Rotterdam. Gehoord: 24-26/9 De Doelen, Rotterdam.

De VPRO zendt de concerten op vrij. en zat. uit vanaf 15/10, om 00.02 uur. Ook te beluisteren via www.vpro.nl/delaatstejazz.